Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 28 april 2026 uitspraak gedaan in de beroepen van Stichting WoonFriesland en Liander N.V. tegen een geschilbesluit van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Het beroep van de woningcorporatie WoonFriesland is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Het CBb verklaart het beroep van netbeheerder Liander gegrond en vernietigt het besluit. Het CBb oordeelt dat de ACM onvoldoende heeft gemotiveerd waarom Liander de kleinverbruikersaansluitingen niet binnen een redelijke termijn heeft gerealiseerd. Om die reden bepaalt het CBb dat de ACM binnen 12 weken een nieuw besluit moet nemen.
Waar gaat de zaak over?
WoonFriesland accepteerde in december 2022 een offerte voor twaalf kleinverbruikersaansluitingen elektriciteit. Liander realiseerde vier aansluitingen in 30 weken en acht aansluitingen in 66 weken. WoonFriesland vindt dat Liander hier te lang over heeft gedaan.
De ACM oordeelde in het geschilbesluit dat Liander de aansluitingen niet binnen een redelijke termijn heeft aangelegd. Wat precies een ‘redelijke termijn’ is, ligt niet vast in de wet. De wettelijke termijn van 18 weken uit de Elektriciteitswet gold namelijk niet meer, na een uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Ook de maximale aansluittermijn voor kleinverbruikers, die de ACM op 8 juni 2023 had vastgesteld, was toen nog niet van kracht.
Daarom keek de ACM voor dit besluit naar gemiddelde aansluittermijnen in de praktijk. Op basis daarvan ging de ACM uit van een termijn van ongeveer 18 tot 22 weken. In bijzondere situaties kan een langere termijn gerechtvaardigd zijn, maar volgens de ACM heeft Liander geen goede reden gegeven waarom in dit geval 30 en 66 weken nodig waren.
Uitspraak CBb
Het CBb volgt de ACM niet in haar standpunt over de redelijke aansluittermijn. De ACM heeft zich daarbij gebaseerd op onderzoek naar gemiddelde aansluittermijnen in de praktijk, dat ook ten grondslag lag aan de wijziging van de Netcode elektriciteit voor kleinverbruikersaansluitingen. Omdat het CBb eerder al oordeelde dat dit onderzoek niet voldoende was, kan de ACM zich hierop in dit geval niet zonder nader onderzoek beroepen.
Bovendien heeft de ACM volgens het CBb onvoldoende gemotiveerd waarom de periode die gemoeid was met het plaatsen van het transformatorstation in dit geval aan Liander valt te verwijten.
Deze uitspraak is definitief.
De ACM gaat de uitspraak bestuderen en zal binnen 12 weken een nieuw besluit nemen.
Verder bereidt de ACM een codewijziging voor waarmee nieuwe aansluittermijnen voor kleinverbruikersaansluitingen worden vastgesteld. De ACM verwacht in de zomer van 2026 een ontwerpbesluit te publiceren waarop belanghebbenden een zienwijze kunnen indienen.
Lees de uitspraak van het CBb op rechtspraak.nl:
- Uitspraak CBb in het beroep van Liander tegen het besluit van de ACM in het geschil WoonFriesland – Liander:
ECLI:NL:CBB:2026:180, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24/532 - Uitspraak CBb in het beroep van de Stichting WoonFriesland tegen het besluit van de ACM in het geschil WoonFriesland – Liander:
ECLI:NL:CBB:2026:172, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24/552