Home

Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954

Geldig vanaf 1 januari 2025
Geldig vanaf 1 januari 2025

Uitvoeringswet Rechtsvorderingsverdrag 1954

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2025]

Aanhef

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorzieningen te treffen tot uitvoering van het op 1 maart 1954 te ’s-Gravenhage ondertekende verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

A. Mededeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken

Artikel 1

Als de autoriteit, die, overeenkomstig de voorschriften van het verdrag zorg draagt voor de mededeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken, afkomstig uit een der Staten, waar het verdrag van kracht is, wordt aangewezen de officier van justitie bij de rechtbank binnen welker rechtsgebied de mededeling verlangd wordt.

Artikel 2

Oordeelt de officier van justitie, dat artikel 4 van het verdrag toepasselijk is, dan zendt hij de stukken onder opgaaf van redenen aan Onze Minister van Justitie, die, zo nodig na overleg met Onze Minister van Buitenlandse Zaken, beslist.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-1971]

Artikel 4

Artikel 5

B. Rogatoire Commissiën aan de Nederlandse rechter opgedragen

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7a

Artikel 8 [Vervallen per 01-12-2008]

Artikel 9 [Vervallen per 01-12-2008]

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 14a

C. Rogatoire commissieën door de Nederlandse rechter opgedragen

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

D. Verhaal der proceskosten

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

E. Kosteloze rechtsbijstand

Artikel 28

Slotbepalingen

Artikel 29

Artikel 30