Home

Scheepvaartreglement Eemsmonding

Geldig vanaf 26 juni 2002
Geldig vanaf 26 juni 2002

Scheepvaartreglement Eemsmonding

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 26-06-2002]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 15 maart 1989, nr. S/J 30.442/89, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

Overwegende, dat uitvoering dient te worden gegeven aan de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding, met bijlagen (Trb. 1987, 15);

Gelet op de artikelen 4 en 31, tiende lid, van de Scheepvaartverkeerswet (Stb. 1988, 352);

Gelet op artikel 3 van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake een scheepvaartreglement voor de Eemsmonding, met bijlagen;

De Raad van State gehoord (advies van 21 april 1989, nr. W09.89.0143);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 9 mei 1989, nr. S/J 30.788/89, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Scheepvaartreglement Eemsmonding

Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen; toepassingsgebied

1.

Op dit besluit zijn de begripsbepalingen van de voorschriften 3, 21 en 32 van de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972 (Trb. 1974, 51), zoals gewijzigd, van toepassing; overigens wordt in dit besluit verstaan onder:

  1. Internationale Bepalingen: de Internationale Bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee, 1972, zoals gewijzigd;

  2. vaarwater:

    een gedeelte van het water dat door de verkeerstekens E. 2.1 tot en met E. 2.3 van Hoofdstuk I van bijlage 1 is begrensd of gekenmerkt of dat, voor zover dit niet het geval is, voor de doorgaande scheepvaart is bestemd; een vaarwater wordt beschouwd als nauw vaarwater, als bedoeld in de Internationale Bepalingen;

  3. rede:

    een voor het ankeren bestemd gedeelte van het water dat door de verkeerstekens E.6.1. en E.6.2 van Hoofdstuk I van bijlage 1 is begrensd of dat door de bevoegde autoriteit is vastgesteld;

  4. drijvende inrichting:

    een drijvend bouwsel dat gewoonlijk niet voor de voortbeweging is bestemd, in het bijzonder een dok en een aanlegsteiger;

    dit wordt in geval van transport beschouwd als een schip in de zin van dit besluit en van de Internationale Bepalingen;

  5. sleep:

    een samenstel van één of meer slepende motorschepen (sleepboten) en één of meer daarachter of langszij gesleepte schepen, drijvende inrichtingen of drijvende voorwerpen dat geen of geen gereed voor het gebruik zijnde voortstuwingsinstallatie bezit of dat in zijn manoeuvreerbaarheid beperkt is;

  6. duwstel:

    een hecht samenstel van schepen, waarvan er ten minste één is geplaatst voor het motorschip, dat dient voor het voortbewegen van het samenstel en dat wordt aangeduid als "duwboot";

  7. bovenmaats schip:

    een schip dat op grond van zijn diepgang, zijn lengte of op grond van andere kenmerken gedwongen is gebruik te maken van het diepste deel van het vaarwater en dat in aanvulling op Voorschrift 3, onderdeel g, van de Internationale Bepalingen wordt beschouwd als een schip dat in zijn manoeuvreerbaarheid beperkt is;

  8. bepaalde gevaarlijke goederen:

    goederen uit klasse 1 -subklassen 1.1, 1.2, 1.3- en uit de klassen 4.1 en 5.2 van de Internationale voorschriften voor het vervoer van gevaarlijke stoffen met zeeschepen (IMDG-Code), waarvoor de bijkomende aanduiding «ontploffingsgevaar» is voorgeschreven, met een totale hoeveelheid van meer dan 100 kg per schip, alsmede de als massagoed in tankschepen of in duwstellen of slepen vervoerde goederen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, onderdeel 1;

  9. bevoegde autoriteit:

    de functionaris die door Onze Minister als zodanig is aangewezen;

  10. waterscooters:

    gemotoriseerde watersporttoestellen, die voor een of meerdere personen zijn gebouwd of ingericht ten behoeve van een glijdende voortbeweging door of over het water en als Personal Watercraft, zoals een waterbob, een waterscooter, jetbike of jetski worden aangeduid, of andere soortgelijke toestellen;

  11. snelle schepen:

    schepen, die overeenkomstig de Internationale Code voor snelle schepen gebouwd zijn en dienovereenkomstig worden gebruikt, evenals schepen die niet overeenkomstig die Code gebouwd zijn, maar wel overeenkomstig die Code worden gebruikt of ingezet;

  12. veiligheidszones:

    wateroppervlakken gelegen buiten het vaarwater, die zich uitstrekken over een afstand van ten hoogste 500 meter, gemeten vanuit ieder punt van de buitenste ring om installaties of andere inrichtingen ten behoeve van wetenschappelijk maritiem onderzoek of onderzoek naar of de ontginning van natuurschatten en door de beide plaatselijke autoriteiten gezamenlijk zijn aangewezen.

2.

In de zin van dit besluit wordt verstaan onder:

  1. overdag: de tijd tussen zonsopgang en zonsondergang;

  2. des nachts: de tijd tussen zonsondergang en zonsopgang.

3.

De schipper van een binnenschip dat een of meer andere binnenschepen voortbeweegt, is de schipper van de sleep of het duwstel.

4.

Dit besluit geldt in de Eemsmonding, bedoeld in paragraaf 1 van Bijlage B bij het Eems-Dollardverdrag (Trb. 1960, 69) en geldt in afwijkiking van en als aanvulling op de Internationale Bepalingen.

Artikel 2. Verkeerstekens

Artikel 3. Optische tekens en geluidsseinen

Optische tekens van schepen

Artikel 4. Algemeen

Artikel 5. Optische tekens van schepen

Artikel 6. Optische tekens van kleine schepen

Artikel 7. Motorschepen die met behulp van een sleepboot worden voortbewogen

Artikel 8. Schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren

Artikel 9. Beperkt manoeuvreerbare schepen die in het vaarwater bezig zijn met baggeren of met werkzaamheden onder water

Artikel 10. Schepen, drijvende inrichtingen, alsmede moeilijk te onderscheiden schepen en voorwerpen die zijn gemeerd

Artikel 11. Schepen van de openbare dienst

Geluidsseinen van schepen

Artikel 12. Aandachtsseinen

Artikel 13. Gevaars- en waarschuwingsseinen

Vaarvoorschriften

Artikel 14. Beginselen

Artikel 14a. Veiligheidszones

Artikel 15. Verplichting om aan de rechterzijde te varen; uitzonderingen

Artikel 16

Artikel 17. Ontmoeten van schepen

Artikel 18. Voorrang voor de scheepvaart in het vaarwater

Artikel 19. Snelheid

Artikel 20. Slepen en duwen

Artikel 21. Vaarbeperkingen en vaarverboden

Artikel 21a. Snelle schepen

Artikel 22. Waterskiën, varen met waterscooters en plankzeilen

Voorschriften voor stilliggen

Artikel 23. Ankeren

Artikel 24. Aanleggen en meren

Artikel 25. Overslag

Artikel 26. Ankeren, aanleggen, meren van en voorbijvaren aan schepen die bepaalde gevaarlijke goederen vervoeren

Overige bepalingen

Artikel 27. Gedrag bij scheepsongevallen en bij verlies van voorwerpen

Artikel 28. Vergunningen

Artikel 29. Meldingen

Artikel 30. Vrijstelling voor schepen van de openbare dienst

Artikel 31. Ontheffing

Artikel 32. Geografische beperking bevoegdheden

Artikel 33. Verantwoordelijkheden

Artikel 34. Goede zeemanschap

Artikel 35. Verkeersaanwijzingen

Artikel 36. Strafbare feiten

Artikel 37. Opsporing

Artikel 38. Bekendmakingen

Artikel 39. Inwerkingtreding

Artikel 40. Citeertitel

Bijlage 1

Bijlage 2 [Vervallen per 26-06-2002]