Home

Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Geldig vanaf 1 januari 2013
Geldig vanaf 1 januari 2013

Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2013]

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.00. Toepassingsgebied

Dit reglement is van toepassing op de Gemeenschappelijke Maas. Hieronder worden verstaan de tot de Maas behorende wateren:

  1. van de grens bij grenspaal 45 (Lixhe) tot de grens bij grenspaal 49 (Klein Ternaaien) met inbegrip van het - als gevolg van de werken bedoeld in artikel 2, paragraaf 1, onder f, van het op 24 februari 1961 te Brussel gesloten verdrag tot verbetering van de verbinding tussen het Julianakanaal en het Albertkanaal - rechtgetrokken en genormaliseerde gedeelte en met uitzondering van de twee meest benedenstrooms gelegen afgesneden rivierbochten; en

  2. van de grens bij grenspaal 106 (Smeermaas-Borgharen) tot de grens bij grenspaal 126 (Kessenich-Stevensweert).

Artikel 1.01. Betekenis van enige uitdrukkingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. schip: elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als een middel van vervoer te water;

  2. motorschip: een schip dat gebruik maakt van zijn mechanische middelen tot voortbeweging, met uitzondering van een schip waarvan de motor slechts wordt gebruikt voor het zich verplaatsen over een kleine afstand of ter verbetering van zijn bestuurbaarheid wanneer het wordt gesleept of geduwd;

  3. zeilschip: een schip dat uitsluitend door middel van zijn zeilen wordt voortbewogen. Een schip dat door middel van zijn zeilen wordt voortbewogen en tegelijkertijd zijn motor gebruikt is een motorschip;

  4. sleep: een samenstel van één of meer motorschepen en één of meer op tros daaraan verbonden andersoortige schepen, drijvende voorwerpen of drijvende inrichtingen, waarbij de motorschepen dienen voor het voortbewegen dan wel voor het voortbewegen en het sturen van de andersoortige schepen, drijvende voorwerpen of drijvende inrichtingen;

  5. gekoppeld samenstel: een samenstel van langszijde van elkaar vastgemaakte schepen, waarvan er geen is geplaatst vóór het motorschip dat dient voor het voortbewegen en het sturen van het samenstel;

  6. drijvend werktuig: een drijvende constructie (bouwsel), met mechanische werktuigen, die (dat) is bestemd om op vaarwegen of in havens te worden gebruikt;

  7. klein schip: een schip waarvan de lengte minder dan 20 m bedraagt, waartoe als de lengte wordt aangemerkt de afstand van de voorkant van het voorste tot de achterkant van het achterste vaste deel van de romp, zonder de boegspriet, de papegaaistok en het trimvlak, zulks met uitzondering van:

    • een schip dat is gebouwd of ingericht om andere dan kleine schepen te slepen, te assisteren, te duwen of langszijde vastgemaakt mede te voeren;

    • een schip dat meer dan 12 passagiers mag vervoeren;

  8. samenstel:

    • een sleep;

    • een duwstel;

    • een gekoppeld samenstel;

    • een samenstel van één of meer motorschepen en een alleenvarend motorschip, een duwstel of een gekoppeld samenstel;

  9. snelle motorboot: een race-, glij- of speedboot dan wel soortgelijk klein schip dat met een snelheid van meer dan 20 km/u vaart of kan varen;

  10. vaarweg: alle wateren bedoeld in artikel 1.00;

  11. vaarwater: het gedeelte van de vaarweg dat feitelijk door de scheepvaart kan worden gebruikt;

  12. bevoegde autoriteit: de ambtenaar of ambtenaren bedoeld in de bijlage I.

Artikel 1.02. De schipper

1.

In dit reglement wordt onder de schipper verstaan degene die een schip of een samenstel voert.

2.

De schipper is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen van dit reglement, tenzij uit die bepalingen blijkt, dat de naleving aan anderen is opgedragen.

3.

De schipper van een schip dat deel uitmaakt van een samenstel moet de aanwijzingen van de schipper van het samenstel opvolgen. Hij moet evenwel, ook wanneer zulke aanwijzingen niet worden gegeven, alle maatregelen nemen, die voor het op juiste wijze voeren van zijn schip door de omstandigheden worden geboden.

Artikel 1.03. Verplichtingen van de bemanning

Artikel 1.04/1.05. Voorzorgsmaatregelen en afwijking van het reglement

Artikel 1.06. Gebruik van de vaarweg

Artikel 1.07. Belading

Artikel 1.08

Artikel 1.09. Sturen van een schip

Artikel 1.10. Scheepsbescheiden

Artikel 1.11. Reglement aan boord

Artikel 1.12. Buiten boord uitsteken van voorwerpen; verlies van voorwerpen; hindernissen

Artikel 1.13. Bescherming van verkeerstekens

Artikel 1.14. Beschadiging van waterstaatswerken

Artikel 1.15. Verbod tot het te water doen geraken van voorwerpen of stoffen

Artikel 1.16

Artikel 1.17. Vastgevaren of gezonken schepen; aangifte van ongevallen

Artikel 1.18. Verplichting tot vrijmaking van het vaarwater

Artikel 1.19. Aanwijzingen

Artikel 1.20. Verlenen van medewerking aan ambtenaren

Artikel 1.21

Artikel 1.22. Voorschriften van tijdelijke aard

Artikel 1.23. Melden van en toestemming voor evenementen

Hoofdstuk 2. Kentekens

Artikel 2.01. Kentekens van schepen, met uitzondering van kleine schepen

Artikel 2.02. Kentekens van kleine schepen

Artikel 2.02a. Uitrusting en constructie van kleine schepen

Hoofdstuk 3. Optische tekens van schepen

Artikel 3.01. Toepassing

Artikel 3.01a. Begripsbepalingen

Artikel 3.02. Lichten

Artikel 3.03. Borden en vlaggen

Artikel 3.04. Cylinders, bollen, kegels en ruiten

Artikel 3.05. Verboden tekens

Artikel 3.06. Noodlichten

Artikel 3.07. Verboden lichten, verlichting of zoeklichten dan wel vlaggen, borden of andere voorwerpen

Artikel 3.08. Lichten van alleenvarende motorschepen

Artikel 3.09. Lichten van slepen

Artikel 3.10

Artikel 3.11. Lichten van gekoppelde samenstellen

Artikel 3.12. Lichten van zeilschepen

Artikel 3.13. Lichten van kleine schepen

Artikel 3.14-3.17

Artikel 3.18. Bijkomende lichten van schepen die onmanoeuvreerbaar worden

Artikel 3.19

Artikel 3.20. Lichten van stilliggende schepen

Artikel 3.21-3.26

Artikel 3.27. Lichten van in bedrijf zijnde drijvende werktuigen en van vastgevaren of gezonken schepen

Artikel 3.28. Bijkomende lichten van schepen, waarvan de ankers een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen

Artikel 3.29. Dagtekens van slepen

Artikel 3.30. Dagteken van schepen die tegelijkertijd door middel van zeilen en een motor worden voortbewogen

Artikel 3.31-3.34

Artikel 3.35. Bijkomende dagtekens van schepen die onmanoeuvreerbaar worden

Artikel 3.36-3.40

Artikel 3.41. Dagtekens van in bedrijf zijnde drijvende werktuigen en van vastgevaren of gezonken schepen

Artikel 3.42. Bijkomend dagteken van ankers van schepen die een gevaar voor de scheepvaart kunnen vormen

Artikel 3.43-3.44

Artikel 3.45. Bijkomend teken van schepen van toezichthoudende ambtenaren

Artikel 3.46. Noodtekens

Artikel 3.47-3.54

Hoofdstuk 4. Geluidsseinen van schepen

Artikel 4.01. Algemene bepalingen

Artikel 4.02. Geven van geluidsseinen

Artikel 4.03. Verboden geluidsseinen

Hoofdstuk 5. Verkeerstekens

Artikel 5.01. Vaststelling van de verkeerstekens

Artikel 5.02. Aanbrengen of verwijderen van verkeerstekens

Hoofdstuk 6. Vaarregels

Artikel 6.01. Begripsbepalingen

Artikel 6.02. Kleine schepen; algemene bepalingen

Artikel 6.03. Algemene beginselen

Artikel 6.03a. Koers kruisen

Artikel 6.04. Recht tegen elkaar insturen; hoofdregel

Artikel 6.05. Recht tegen elkaar insturen

Artikel 6.06-6.08

Artikel 6.09. Voorbijlopen; algemene bepalingen

Artikel 6.10. Voorbijlopen; gedrag en seinen der schepen

Artikel 6.11-6.12

Artikel 6.13. Keren

Artikel 6.14. Gedrag bij vertrek

Artikel 6.15. Verbod zich in de tussenruimten tussen de lengten van een sleep te begeven

Artikel 6.16. Uitvaren en invaren van havens en nevenvaarwateren en het daarbij invaren of oversteken van het hoofdvaarwater

Artikel 6.17. Op gelijke hoogte varen; verbod dicht langs een varend schip te varen

Artikel 6.18. Verbod om ankers, kabels of kettingen te laten slepen

Artikel 6.19. Zich laten drijven

Artikel 6.20. Hinderlijke waterbeweging

Artikel 6.21. Manoeuvreerbaarheid van schepen en van samenstellen

Artikel 6.22-6.29

Artikel 6.30. Algemene bepalingen voor het varen bij slecht zicht

Artikel 6.31. Geluidssein van een schip dat stilligt of dat is vastgevaren

Artikel 6.32

Artikel 6.33. Schepen die bij slecht zicht de vaart voortzetten

Artikel 6.33a. Snelheid

Artikel 6.33b. Varen met snelle motorboten; waterskiën

Artikel 6.33c. Plankzeilen, zwemmen en duiken

Artikel 6.33d. Stiltezone voor sportvissers

Artikel 6.33e. Verboden activiteiten

Hoofdstuk 7. Regels voor het ligplaats nemen

Artikel 7.01. Algemene beginselen voor het ligplaats nemen

Artikel 7.02. Ligplaats nemen (ankeren en meren)

Artikel 7.03-7.07

Artikel 7.08. Toezicht

Bijlage I

Bijlage II. Verkeerstekens

Bijlage III. Markering van het vaarwater