Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996
Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996
Opschrift
Aanhef
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te regelen, alsmede om verder uitvoering te geven aan de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juni 1991 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van de werknemers met arbeidsbetrekkingen voor bepaalde tijd of uitzendbetrekkingen (91/383/EEG; Pb EG nr. L 206);
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK 1. DEFINITIES
Artikel 1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Arbeidsvoorzieningsorganisatie, Centraal Bestuur, Regionaal Bestuur, Algemene Directie en Regionale Directie: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Arbeidsvoorzieningswet 1996;
Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.