Home

Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000

Geldig vanaf 1 juli 2023
Geldig vanaf 1 juli 2023

Vrijstellings- en boetebesluit Wet Bpf 2000

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-07-2023]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 11 oktober 2000, Directie Sociale Verzekeringen, Nr. SV/V&P/00/64573;

Gelet op artikel 13, derde lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

De Raad van State gehoord (advies van 26 oktober 2000, no. W12.00.0477/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst, van 18 december 2000, nr. SV/V&P/00/72196;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

  1. wet: de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000;

  2. verplichtstelling: verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds op grond van artikel 2, eerste lid, van de wet;

  3. vrijstelling: vrijstelling, bedoeld in artikel 13 van de wet;

  4. fusie: de fusie, bedoeld in Boek 2, titel 7, afdeling 2 en 3 van het Burgerlijk Wetboek of het samengaan van twee of meer ondernemingen via een activa- en passivatransactie waardoor bedrijfsactiviteiten samensmelten zonder dat een of meer van de fuserende rechtspersonen ophoudt te bestaan;

  5. nieuwe werkgever: de werkgever bij wie de werknemers voor wie vrijstelling was verleend na een fusie in dienst komen;

  6. oude werkgever: de voor een fusie bestaande werkgever bij wie de werknemers in dienst waren voor wie vrijstelling was verleend;

  7. verplichte vrijstelling: een vrijstelling welke is verleend op een van de gronden, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5.

Artikel 1a. Termijnen

1.

Een bedrijfstakpensioenfonds hanteert bij de behandeling van de verzoeken tot vrijstelling, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5 en 6, de volgende termijnen:

  1. na ontvangst van het verzoek wordt binnen twee weken beoordeeld of het verzoek in behandeling kan worden genomen;

  2. indien nodig krijgt de werkgever vier weken om het verzoek aan te vullen;

  3. nadat het verzoek in behandeling is genomen wordt de beslissing op het verzoek binnen 6 weken afgegeven.

2.

De termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt verlengd:

  1. met 12 weken indien aan de vrijstelling het voorschrift van een gelijkwaardige pensioenregeling wordt verbonden, bedoeld in artikel 7, vijfde lid; of

  2. met vier weken indien een financiële bijdrage is vereist ter vergoeding van verzekeringstechnisch nadeel als bedoeld in artikel 7, vierde lid.

3.

Nadat de werkgever, in de situatie bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, de gegevens heeft overgelegd beslist het bedrijfstakpensioenfonds binnen 6 weken of er sprake is van een gelijkwaardige pensioenregeling. Indien naar het oordeel van het bedrijfstakpensioenfonds de pensioenregeling nog niet geheel gelijkwaardig is, krijgt de werkgever maximaal 12 weken om de gelijkwaardigheid alsnog aan te tonen.

Artikel 2

Op verzoek van een werkgever wordt door een bedrijfstakpensioenfonds voor alle werknemers of een deel van de werknemers van die werkgever, met ingang van de dag dat de verplichtstelling in werking treedt respectievelijk als gevolg van gewijzigde bedrijfsactiviteiten op hem en zijn werknemers van toepassing wordt, vrijstelling verleend, indien:

  1. die werknemers van die werkgever al deelnemen in een pensioenregeling die ten minste zes maanden voor het moment van indiening van de in behandeling genomen aanvraag tot verplichtstelling, van kracht was; of

  2. indien de werkgever voor die werknemers al een pensioenvoorziening heeft getroffen die al ten minste zes maanden voor het moment dat de verplichtstelling op hem en zijn werknemers van toepassing wordt, van kracht was.

Artikel 3. Vrijstelling in verband met groepsvorming

Artikel 4. Vrijstelling in verband met eigen cao

Artikel 4a. Vrijstelling in geval van nettopensioen

Artikel 5. Vrijsteling in verband met onvoldoende beleggingsrendement

Artikel 5a. Performancetoets na fusie van bedrijfstakpensioenfondsen

Artikel 6. Vrijstelling om andere redenen

Artikel 7. Voorschriften bij het verlenen van vrijstelling

Artikel 7a. Fusie werkgevers met vrijstellingen van zelfde bedrijfstakpensioenfonds

Artikel 7b. Fusie werkgevers met en zonder vrijstellingen van zelfde bedrijfstakpensioenfonds

Artikel 7c. Fusie werkgevers met en zonder vrijstellingen van verschillende bedrijfstakpensioenfondsen

Artikel 7d. Vrijstelling na splitsing

Artikel 7e. Vrijstelling na doorstart

Artikel 8. Intrekking van de vrijstelling

Artikel 8a. Vaststelling hoogte boete

Artikel 8b. Recidive

Artikel 8c. Draagkracht

Artikel 8d. Schade voor derden bij pensioenuitvoerders

Artikel 8e. Overtredingen

Artikel 9a. Overgangsrecht

Artikel 9b. Overgangsrecht Wet toekomst pensioenen

Artikel 10. Inwerkingtreding

Artikel 11. Citeertitel

Bijlage 1 [Vervallen per 01-07-2023]

Bijlage 2 [Vervallen per 01-07-2023]

Bijlage 3 [Vervallen per 01-07-2023]