Opschortende/schorsende werking van gratieverzoeken en aanhouden besluit bij omzetting in een taakstraf in het kader van gratie
Opschortende/schorsende werking van gratieverzoeken en aanhouden besluit bij omzetting in een taakstraf in het kader van gratie
Besluit 5220134/DBz/03
- Versies van huidig besluit
Opschrift
Inleiding
In 1999 is het project Redesign Gratie van start gegaan. Dit project had als doel de gratieprocedure te verbeteren. Concrete doelstellingen waren:
het verkorten van de doorlooptijden;
het tegengaan van de indiening van ongemotiveerde gratieverzoeken;
het verbeteren van de afstemming tussen de ketenpartners;
het verbeteren van het gratie-werkproces.
Deze doelstellingen hebben geleid tot een geheel pakket van maatregelen, waaronder een wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Gratiewet en invoering van deze circulaire gratie (Cg).
Deze circulaire omvat uitvoeringsbeleid voor vier specifieke onderdelen van het werkproces gratie, te weten:
het buiten behandeling laten van een ingediend gratieverzoek;
de opschortende werking van rechtswege van een gratieverzoek (artikel 558a Wetboek van Strafvordering (WvSv.)). Nieuw is dat de Minister van Justitie daarover een beslissing neemt en die beslissing meedeelt aan het Openbaar Ministerie;
de opschortende dan wel schorsende werking die de Minister ingevolge artikel 559a, tweede lid, WvSv. op speciaal daartoe gedaan verzoek aan een gratieverzoek kan toekennen;
de gratieverzoeken waarin wordt gevraagd om omzetting van de opgelegde vrijheidsstraf in een taakstraf. Dit zijn de zogenaamde omzettingszaken.
Ik verzoek u aan de inhoud van deze circulaire binnen uw organisatie ruime bekendheid te geven.
Buiten behandeling
Naast de wettelijke mogelijkheden tot het buiten behandeling laten van een gratieverzoek, zoals opgenomen in artikel drie, vierde of vijfde lid en artikel vier, vierde lid, van de Gratiewet kan een ingediend gratieverzoek m.b.t. een taakstraf buiten behandeling worden gelaten in het geval dat de procedure ex artikel 22f, eerste lid, Wetboek van Strafrecht nog openstaat. Op grond van dit artikel kan betrokkene het OM verzoeken wijzigingen aan te brengen in de termijn waarbinnen met de taakstraf moet worden begonnen of waarbinnen de taakstraf moet zijn verricht dan wel in de aard van de te verrichten werkzaamheden. Tegen de beslissing van het OM kan de veroordeelde een bezwaarschrift indienen bij de rechter die de straf heeft opgelegd.
In de gevallen waarin het aanstonds duidelijk is dat het verzoek strekt tot een algehele kwijtschelding van de taakstraf, omdat de veroordeelde vanwege zijn geestelijke of lichamelijke gesteldheid nooit in staat zal zijn deze te verrichten, kan het gratieverzoek meteen in behandeling worden genomen.
Opschortende werking van rechtswege ( art. 558 a WvSv. )
In artikel 558a van het WvSv. is bepaald in welke gevallen een verzoekschrift om gratie de tenuitvoerlegging of ingang van de straf waarvan gratie wordt verzocht opschort. Dit is de zogenaamde opschortende werking van rechtswege. In artikel 559 WvSv. staat vermeld in welke gevallen deze opschortende werking niet aan de orde is.
Van het toekennen van opschortende werking wordt ingevolge artikel 559a, eerste lid, WvSv. door de Minister van Justitie mededeling gedaan aan de verzoeker en het openbaar ministerie.
Opschorting kan op grond van bovenstaande artikelen uitsluitend plaatsvinden indien de tenuitvoerlegging van de straf of maatregel waarvan gratie wordt verzocht nog niet is aangevangen. Het moment waarop de tenuitvoerlegging aanvangt is thans niet wettelijk vastgelegd en behoeft zodoende een duidelijke afkadering. In de toekomst zal deze nadere uitwerking bij Algemene Maatregel van Bestuur plaatsvinden. Het wetsvoorstel dat dit mogelijk moet maken is thans in voorbereiding. Daarop vooruitlopend wordt in dit onderdeel van de circulaire voor maatregelen en straffen in het algemeen en voor verschillende soorten straffen in het bijzonder een nadere uitwerking gegeven van de vraag wanneer van tenuitvoerlegging en opschortende werking van rechtswege sprake is.