Home

Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG

Geldig van 25 mei 2024 tot 1 januari 2025
Geldig van 25 mei 2024 tot 1 januari 2025

Besluit uitbreiding en beperking werkingssfeer WMG

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 25-05-2024 tot 01-01-2025]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 23 mei 2006, kenmerk MC/MO-2686388;

Gelet op artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg;

De Raad van State gehoord (advies van 29 juni 2006 nummer W13.06.0169/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 september 2006, kenmerk MC/MO-2714571;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet marktordening gezondheidszorg.

Artikel 2

1.

Als zorg in de zin van de wet worden aangewezen de werkzaamheden van:

  1. de Stichting Beroeps Opleiding Huisartsen, voor zover het betreft de toepassing van artikel 56a van de wet ten behoeve van de opleiding tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, verslavingsarts en arts voor verstandelijk gehandicapten;

  2. instellingen waarvan de werkzaamheden zijn gericht op donatie of transplantatie van weefsel of organen;

  3. personen ingeschreven in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg of door personen als bedoeld in artikel 34 van die wet, voor zover het betreft werkzaamheden in het kader van hun beroepsuitoefening met uitzondering van bedrijfsgeneeskundige zorg of verzekeringsgeneeskundige zorg, al dan niet onder eigen verantwoordelijkheid uitgevoerd, en die niet zijn begrepen onder artikel 1, onder b, van de wet;

  4. de Stichting Beroepsopleiding tot Sportarts, voor zover het betreft de toepassing van artikel 56a van de wet ten behoeve van de opleiding tot sportarts.

2.

Als zorg in de zin van de wet wordt tevens aangewezen werkzaamheden in het kader van de verlening van zorg die krachtens artikel 1.1, tweede lid, van de Wet forensische zorg in of krachtens een algemene maatregel van bestuur als forensische zorg is aangemerkt.

Artikel 3

1.

De artikelen 50 tot en met 56 van de wet zijn niet van toepassing op:

  1. farmaceutische zorg:

    1. 1°.

      anders dan advies of begeleiding ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet of de terhandstelling van die geneesmiddelen,

    2. 2°.

      waarop de Wet inzake bloedtransfusie van toepassing is;

  2. zorg waarvoor subsidie wordt verleend door:

    1. Onze Minister op grond van een regeling als bedoeld in artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

    2. het Zorginstituut op grond van artikel 10.1.3, 10.1.4, 11.1.5 of 11.5.1 van de Wet langdurige zorg;

  3. de vaccinatie ten behoeve van de preventie van influenza;

  4. hulpmiddelenzorg;

  5. vervoer;

  6. [vervallen;]

  7. woningaanpassingen als bedoeld in artikel 3.1.3 van de Wet langdurige zorg;

  8. orthoptie;

  9. podotherapie;

  10. [vervallen;]

  11. huidtherapie;

  12. optometrie;

  13. zorg die ten laste van een persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 3.3.3 van de Wet langdurige zorg wordt gefinancierd;

  14. zorg die wordt bekostigd op grond van artikel 70a van de Zorgverzekeringswet;

  15. verblijf als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, van het Besluit Zorgverzekering buiten een ziekenhuis dat noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg zoals medisch specialisten die plegen te bieden en dat niet gepaard gaat met verpleging, verzorging of paramedische zorg;

  16. levering van elektriciteit voor mechanische ademhalingsondersteuning in de thuissituatie.

2.

De artikelen 50 tot en met 56 van de wet zijn, in afwijking van het eerste lid, van toepassing op:

  1. zorg die een vorm van zorg betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, i, k of l en geleverd wordt door of vanwege een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen;

  2. zorg die een vorm van zorg betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, i, k of l en deel uitmaakt van een prestatie of geheel van prestaties waarvoor een tarief in rekening wordt gebracht;

  3. vervoer als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet langdurige zorg dat geleverd wordt door of vanwege een instelling in de zin van de Wet toelating zorginstellingen;

  4. vervoer als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet langdurige zorg dat deel uitmaakt van een prestatie of geheel van prestaties waarvoor een tarief in rekening wordt gebracht, en

  5. vervoer als bedoeld in artikel 2.13 van het Besluit zorgverzekering door of vanwege een Regionale Ambulancevoorziening dat in Nederland aanvangt en eindigt of dat bestaat uit spoedeisend grensoverschrijdend vervoer vanaf of naar de Belgische of Duitse grens.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5a

Artikel 5b

Artikel 6

Artikel 6a

Artikel 7

Artikel 8