Home

Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013

Geldig vanaf 6 april 2013
Geldig vanaf 6 april 2013

Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2013

Besluit WJZ/12354959

Versies van huidig besluit

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 06-04-2013]

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en 5d van de Mededingingswet;

Besluit:

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 21 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en 5d van de Mededingingswet;

Besluit:

1). Inleiding

  1. Deze beleidsregels zijn vastgesteld op grond van artikel 21, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en artikel 5d van de Mededingingswet (hierna: de wet) en hebben betrekking op de toepassing door de Autoriteit Consument en Markt (hierna: de ACM) van artikel 6 van de wet ten aanzien van combinatieovereenkomsten.

  2. Deze beleidsregels vervangen de Beleidsregels combinatieovereenkomsten 2009 van 11 september 2009.1 Aanleiding hiervoor is de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, die zorgt voor de instelling van de ACM en de gelijktijdige opheffing van de Nederlandse Mededingingsautoriteit. Ook zijn de Europese richtsnoeren voor horizontale samenwerkingsovereenkomsten waarnaar in de oude beleidsregels werd verwezen, vervangen door nieuwe Europese richtsnoeren.2 Ten slotte is de zogenoemde ‘bagatelvrijstelling’ uit artikel 7, tweede lid, van de Mededingingswet, waarnaar ook werd verwezen in de oude beleidsregels, verruimd.3

    Een ontwerp van deze beleidsregels is voorgelegd aan de Nederlandse Mededingingsautoriteit voor een uitvoeringstoets. Zij achten de beleidsregels uitvoerbaar. Er zijn geen nadere opmerkingen gemaakt. Gezien het karakter van de beleidsregels is niet getoetst op handhaafbaarheid.

  3. De opbouw van de beleidsregels is als volgt. In paragraaf 2 wordt kort toegelicht, waarom ten aanzien van combinatieovereenkomsten is gekozen voor het vaststellen van beleidsregels. Vervolgens wordt in paragraaf 3 ingegaan op de artikelen 6 en 7 van de wet die het kader zijn voor de beoordeling van combinatieovereenkomsten. In paragraaf 4 komt aan de orde de toepassing ten aanzien van combinatieovereenkomsten van het verbod van mededingingsafspraken in artikel 6, eerste lid, van de wet. Ten slotte wordt in paragraaf 5 ingegaan op de toepassing ten aanzien van combinatieovereenkomsten van de in artikel 6, derde lid, van de wet neergelegde vrijstellingsmogelijkheid van het verbod van mededingingsafspraken.

2). Aanleiding voor de beleidsregels

2.1. Behoefte aan duidelijkheid met betrekking tot combinatieovereenkomsten

2.2. Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken aan de ACM

2.3. Algemene benadering

3). Het wettelijke kader

3.1. Mededingingswet

3.2. Verhouding van artikel 6 van de Mededingingswet tot de Europese mededingingsregels

3.3. Artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet (kartelverbod)

3.4. Artikel 7 van de Mededingingswet (bagatelvrijstelling)

3.5. Artikel 6, derde lid, van de Mededingingswet (algemene vrijstellingsmogelijkheid)

3.6. Eigen verantwoordelijkheid

4). Artikel 6, eerste lid, van de Mededingingswet en combinatieovereenkomsten

4.1. Combinatieovereenkomsten

4.2. Beginselen voor de beoordeling van combinatieovereenkomsten

4.3. Beoordeling van combinatieovereenkomsten

(1). Combinatieovereenkomsten die niet onder artikel 6, eerste lid, van de wet vallen

(2). Combinatieovereenkomsten die onder artikel 6, eerste lid, van de wet vallen vanwege hun strekking

(3). Combinatieovereenkomsten die onder artikel 6, eerste lid, van de wet vallen vanwege hun gevolgen

5). Artikel 6, derde lid, van de Mededingingswet en combinatieovereenkomsten

5.1. Beginselen voor de toepassing van artikel 6, derde lid, van de Mededingingswet op combinatieovereenkomsten

5.2. Toepassing van artikel 6, derde lid, van de Mededingingswet op combinatieovereenkomsten

6). Slotbepalingen