Besluit mededeling van rechten in strafzaken
Besluit mededeling van rechten in strafzaken
Opschrift
Aanhef
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 25 juni 2014, nr. 532606;
Gelet op artikel 27c, derde lid, onderdeel g, van het Wetboek van Strafvordering;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 3 juni 2014, nr. W03.14.0205/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Veiligheid en Justitie van 13 november 2014, nr. 580912;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
De schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 27c, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, omvat informatie over:
het bepaalde in artikel 27 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren;
het bepaalde in artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van het op 24 april 1964 te Wenen tot stand gekomen Verdrag van Wenen inzake consulaire betrekkingen (Trb. 1981, 143);
het bepaalde in artikel 32 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren.