Home

Aanwijzing Opiumwet

Geldig vanaf 1 maart 2015
Geldig vanaf 1 maart 2015

Aanwijzing Opiumwet

Besluit 2015A003

Versies van huidig besluit

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-03-2015]

Samenvatting

Deze aanwijzing heeft betrekking op de opsporing en de vervolging van personen die delicten uit de Opiumwet begaan. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de bestuurlijke en strafrechtelijke aspecten van het gedoogbeleid ten aanzien van coffeeshops en aan de vervolging van voorbereidingshandelingen met betrekking tot lijst II-middelen.

Achtergrond

1. Het Nederlandse drugsbeleid

Het Nederlandse drugsbeleid richt zich op het tegengaan en reduceren van drugsgebruik, zeker voor zover leidend tot gezondheids- en sociale schade, en op het voorkomen en verminderen van de maatschappelijke schade die aan het gebruik van, de productie van en de handel in drugs is verbonden.

De Opiumwet is in de loop der jaren gewijzigd, vooral met betrekking tot de verboden handel en productie. Zo is in 1999 de strafbaarstelling geïntroduceerd van het ‘beroeps- of bedrijfsmatig handelen in strijd met een van de in artikel 3, eerste lid onder B van de Opiumwet (OW) gegeven verboden’, en is in die verboden het bestanddeel ‘telen’ toegevoegd. In juni 2006 zijn de maximumstraffen voor enkele Opiumwetdelicten verhoogd en zijn bestanddelen als ‘opzettelijk handelen’ en ‘grote hoeveelheid’ in de artikelen 10 en 11 OW opgenomen en is aan artikel 2 OW, analoog aan artikel 3 OW, het bestanddeel ‘telen’ toegevoegd. In november 2008 is in lijst II van de Opiumwet een groot aantal paddenstoelen die een hallucinerende werking hebben, opgenomen en is het zogeheten paddoverbod in werking getreden. Op 12 mei 2012 is GHB van lijst II naar lijst I gegaan en daarmee een harddrug geworden. Per 1 januari 2013 is het gedoogbeleid voor coffeeshops aangescherpt door de toegang tot coffeeshops te beperken tot ingezetenen van Nederland.

Per 1 maart 2015 zijn handelingen ter voorbereiding of vergemakkelijking van de handel in en productie of teelt van middelen vermeld op lijst II strafbaar gesteld in het nieuwe artikel 11a OW1. Deze bepaling kent een opzet- en een schuldvariant.2 In de schuldvariant is strafbaar degene die ernstige reden heeft om te vermoeden dat de voorbereidingsmiddelen bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde of vijfde lid, OW strafbaar gestelde feiten. De aanwijzing gaat nader in op de schuldvariant met betrekking tot illegale hennepteelt.

2. Algemene uitgangspunten

2.1. Onderscheid tussen harddrugs en softdrugs

2.2. Gedoogbeleid en lage opsporingsprioriteit

2.3. Opsporings- en vervolgingsbeleid

Pre-opsporing

1. Gedoogbeleid coffeeshops

2. Gebruikersruimten

Opsporing en vervolging

1. Middelen vermeld op lijst I (harddrugs), anders dan bezit van een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik

1.1. Binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen

1.2. Vervaardigen, telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren

1.3. Aanwezig hebben

1.4. Voorbereiden of bevorderen van feiten onder 1.1. en 1.2.

2. Geringe hoeveelheid voor eigen gebruik van de middelen vermeld op lijst I (harddrugs)

3. Middelen vermeld op lijst II , zijnde hennepproducten, anders dan een hoeveelheid van minder dan 30 gram

3.1. Binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen

3.2. Vervaardigen, telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en aanwezig hebben

3.2.1. Teelt van hennep (of de cannabis plant)

3.3. Voorbereiden of vergemakkelijken van feiten onder 3.2 met betrekking tot grote hoeveelheden alsmede beroeps- of bedrijfsmatig geteelde hennep

3.4. Coffeeshops 6

Ahojgi-criteria
Gedoogbeleid
Artikel 3b. Opiumwet

4. Een hoeveelheid minder dan 30 gram van de middelen vermeld op lijst II , zijnde hennepproducten

5. Middelen vermeld op lijst II , niet zijnde hennepproducten

5.1. Binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen

5.2. Vervaardigen, telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren

5.3. Aanwezig hebben

5.4. Voorbereiden of vergemakkelijken van feiten vermeld onder 5.1. , 5.2. en 5.3. met betrekking tot grote hoeveelheden alsmede beroeps- of bedrijfsmatig geproduceerde hoeveelheden

6. Geringe hoeveelheid voor eigen gebruik van de middelen vermeld op lijst II , niet zijnde hennepproducten

6.1. Paddo’s

Strafvordering

Ontneming

Overgangsrecht

Bijlage 1