Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging CAK afdeling Buitenland
Besluit ondermandaat, volmacht en machtiging CAK afdeling Buitenland
Opschrift
Aanhef
De manager afdeling Backoffice voor de buitenlandregelingen;
Gezien de in artikel 15 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging CAK van 1 januari 2017 neergelegde toestemming van de voorzitter van het CAK aan de manager van de afdeling Backoffice om voor de aan hem toegekende bevoegdheden ondermandaat te verlenen;
Gezien artikel 20, tweede lid, van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging CAK van 1 januari 20171, waarbij aan hem mandaat, volmacht en machtiging is verleend voor het nemen van de in dat artikellid genoemde primaire personeelsbesluiten;
Besluit:
Artikel 1. definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
het Besluit: het Besluit mandaat, volmacht en machtiging CAK van 1 januari 2017.
manager: de manager van de afdeling Backoffice voor de buitenlandregelingen.
teammanager: de teammanagers van de afdeling Backoffice voor de buitenlandregelingen, te weten: mevrouw mr. M. de Vos, de heer P. Oostindie, mevrouw I. van der Laan, de heer W. van Barneveld en de heer E. Moes.
adviseur B: adviseur B binnen Verzekering Burgers/Planning & Control, te weten: de heer J. de Nijs.
adviesmedewerker A: adviesmedewerker A van de afdeling Backoffice voor de buitenlandregelingen, te weten mevrouw S. Koning;
adviesmedewerker B: de adviesmedewerkers B van de afdeling Backoffice voor de buitenlandregelingen, te weten: de heer L. Immerzeel, mevrouw J.J. Boon, mevrouw J.M.M. Koppes, mevrouw M.P.P. Schut-van der Meer.
Artikel 2. primaire personeelsbesluiten
De manager verleent ondermandaat, volmacht en machtiging
voor het nemen van besluiten ter uitvoering van de rechtspositieregelingen voor medewerkers van de afdeling die ambtenaar zijn;
voor het nemen van besluiten tot wijziging van de werktijden en daarmee samenhangende bezoldiging, met inachtneming van de geldende formaties en budgetten;
voor het nemen van schadebesluiten in verband met betaling, invordering of terugvordering en het vaststellen van beleidsregels, indien deze direct samenhangen met besluiten als bedoeld in het eerste sub;
aan de teammanager, de adviseur B, de adviesmedewerker A en de adviesmedewerker B.