Home

Aanwijzings- en mandaatbesluit Wwft 2018

Geldig vanaf 1 januari 2026
Geldig vanaf 1 januari 2026

Aanwijzings- en mandaatbesluit Wwft 2018

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2026]

Aanhef

Artikel 1

Met het toezicht op de naleving van de bij en krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme gestelde regels worden belast, voor zover het natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen betreft als bedoeld in artikel 1a, vierde lid, onderdeel g, h, i, j, k, m en n, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, de medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.

Artikel 2

1.

Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in de paragrafen 4.2 en 4.3 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

2.

De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, ondermandaat verlenen aan de medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.

Artikel 3

1.

Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt mandaat verleend voor het nemen van besluiten in het kader van de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, met uitzondering van het in rekening brengen van een vergoeding voor een aanmaning.

2.

Aan de directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit wordt volmacht verleend voor het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen die verband houden met de invordering van verbeurde dwangsommen of opgelegde boetes die voortvloeien uit de uitoefening van de bevoegdheden van de Minister van Financiën, bedoeld in hoofdstuk 4 van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

3.

De directeur van de Dienst Financieel-Economische Integriteit kan voor de in het eerste en tweede lid bedoelde aangelegenheden ondermandaat respectievelijk ondervolmacht verlenen aan medewerkers van de Dienst Financieel-Economische Integriteit.

Artikel 3a

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9