Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de volgorde waarin straffen en maatregelen ten uitvoer worden gelegd.
Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen
Opschrift
Aanhef
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 16 oktober 2019, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2725937;
Gelet op de artikelen 493, zesde lid, 6:1:15, 6:2:9, 6:2:14, 6:2:21, 6:3:6, 6:3:13, 6:4:8, 6:4:19, 6:5:3, 6:6:18 en 6:7:8 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 74, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 6 december 2019, nr. W16.19.0327/II);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 13 december 2019, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2770068;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1:1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
contactpersoon: degene die handelt namens de instelling of organisatie waar een taakstraf wordt verricht;
gedragsbeïnvloedende maatregel: de maatregel, bedoeld in artikel 77w van het Wetboek van Strafrecht;
gedragsinterventie: een gestructureerd geheel van methodische handelingen gericht op de beïnvloeding van gedrag of omstandigheden van de jeugdige, met als doel het voorkomen van recidive;
inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet of artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden;
jeugdige: een persoon ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht;
jeugdige taakgestrafte: een taakgestrafte ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht;
jeugdreclassering: een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, bij de uitvoering van jeugdreclassering;
ontnemingsaanwijzing: de aanwijzing, bedoeld in artikel 257a, derde lid, onder c, van de wet;
ontnemingsmaatregel: de maatregel, bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht;
Onze Minister: Onze Minister voor Rechtsbescherming;
projectplaats: de plaats bij een instelling of organisatie waar de taakstraf wordt uitgevoerd;
raad voor de kinderbescherming: de raad, bedoeld in artikel 238, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
reclassering: een reclasseringsinstelling als bedoeld in artikel 1, onder b, van de Reclasseringsregeling 1995;
schadevergoedingsmaatregel: de maatregel, bedoeld in de artikelen 36f en 77h, vierde lid, onder e, van het Wetboek van Strafrecht en artikel 257a, tweede lid, onder d, van de wet;
schikking: een schriftelijke schikking als bedoeld in artikel 511c van de wet;
scholings- en trainingsprogramma: een programma als bedoeld in artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
stortingsaanwijzing: de aanwijzing, bedoeld in artikel 257a, derde lid, onder d, van de wet;
stortingsvoorwaarde: de voorwaarde, bedoeld in artikel 14c, tweede lid, onder 3° of 4° van het Wetboek van Strafrecht, artikel 13, derde lid, van de Gratiewet of artikel 80, derde lid, van de wet;
taakgestrafte: degene aan wie een taakstraf is opgelegd;
transactie: een of meer van de gestelde voorwaarden, bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht;
uitvoerder taakstraffen: de medewerker van de reclassering of de raad voor de kinderbescherming die is belast met begeleiding en toezicht in het kader van de tenuitvoerlegging van een taakstraf;
voorwaardelijke veroordeling: veroordeling waarbij de straf of maatregel geheel of gedeeltelijk niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders beveelt;
vrijheidsstraf: gevangenisstraf, hechtenis, militaire detentie en jeugddetentie, alsmede de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf of van het voorwaardelijke deel van een vrijheidsstraf;
wet: het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 1:2
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over:
een persoonsgerichte invulling van de tenuitvoerlegging;
het geven van een last tot aanhouding;
de vorm van het advies van het openbaar ministerie aan Onze Minister over tijdens de tenuitvoerlegging te nemen besluiten;
de bevoegdheid van Onze Minister, bedoeld in artikel 6:1:11 van de wet.