Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening
Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening
Opschrift
Aanhef
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 april 2020, nr. 2020-0000053114;
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel b, 5, tweede en derde lid, en 8, eerste en tweede lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 juni 2020, No. W12.20.0124/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 1 juli 2020, nr. 2020-0000089689
Hebben goedgevonden en verstaan:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepaling
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
boedel: goederen van de cliënt ten tijde van de uitspraak tot instelling van een afkoelingsperiode, alsmede goederen die hij tijdens de afkoelingsperiode verkrijgt;
plan van aanpak: plan van aanpak voor de schuldhulpverlening als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, onderdeel a, van de wet;
schuldhulpverlener: degene die namens het college de cliënt ondersteunt in het kader van de gemeentelijke schuldhulpverlening;