Algemeen boetetoemetingsbeleid DNB
Algemeen boetetoemetingsbeleid DNB
Opschrift
De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) heeft het volgende beleid vastgesteld met betrekking tot het bepalen van de hoogte van bestuurlijke boetes die worden opgelegd wegens overtredingen van voorschriften als bedoeld in paragraaf 2 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector (Bbbfs), artikel 51a van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Bupw) en bijlage 2 van het Besluit uitvoering EU-verordeningen financiële markten.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In het kader van dit beleid wordt verstaan onder:
basisbedrag: een bij wet vastgesteld basisbedrag voor categorie 1, 2 en 3;
maximumbedrag: een bij wet vastgesteld maximumbedrag voor categorie 1, 2 en 3;
minimumbedrag: een bij wet vastgesteld minimumbedrag voor categorie 1, 2 en 3;
omzetgerelateerde boete: boete van ten hoogste een bij wet vastgesteld percentage van de netto-omzet van de overtreder in het boekjaar voorafgaande aan het boetebesluit;
recidive: de omstandigheid dat tijdens het plegen van de overtreding nog geen vijf jaar zijn verlopen sedert het opleggen van een bestuurlijke boete aan de overtreder ter zake van eenzelfde overtreding;
voordeelgerelateerde boete: boete van ten hoogste een bij wet vastgesteld aantal malen van het bedrag van het voordeel dat de overtreder door de overtreding heeft verkregen.
Artikel 2. Reikwijdte
Voor zover voor bepaalde (soorten) overtredingen specifiek boetetoemetingsbeleid is vastgesteld, past DNB het specifieke beleid toe bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete.1