Aanwijzing OM-strafbeschikking
Aanwijzing OM-strafbeschikking
Besluit 2022A003
- Versies van huidig besluit
Opschrift
Samenvatting
Deze aanwijzing geeft regels voor het uitvaardigen van een OM-strafbeschikking, het horen van de verdachte, de te hanteren straftoemeting en hoe te handelen bij verzet en onvoltooide tenuitvoerlegging. Deze aanwijzing geldt zowel voor meerderjarige als jeugdige verdachten. Het uitgangspunt is: wanneer dat wettelijk mogelijk is en de strafzaak zich ervoor leent, wordt de zaak in beginsel afgedaan met een strafbeschikking. Er zijn echter een paar contra-indicaties voor het uitvaardigen van een strafbeschikking. Daarnaast blijft de professionele beslissingsruimte bestaan om te kiezen voor een andere afdoeningsmodaliteit. Voorop staat dat een strafbeschikking slechts kan worden opgelegd als er een schuldvaststelling aan vooraf is gegaan.
1. Inleiding en juridisch kader
Door de invoering van de Wet OM-afdoening is een regeling in het Wetboek van Strafvordering opgenomen die het mogelijk maakt dat de officier van justitie misdrijven waarop niet meer dan zes jaar gevangenisstraf staat en alle overtredingen door het uitvaardigen van een strafbeschikking zelf bestraft (art. 257a Sv). De wetgever heeft met deze regeling een lichte – niet-rechterlijke – procedure geïntroduceerd voor de buitengerechtelijke afdoening van de genoemde delicten, met het doel de strafrechter te ontlasten. Inzet was het terugdringen van de transactie ex art. 74 van het Wetboek van Strafrecht ten faveure van de strafbeschikking.
2. Uitvaardigen van een OM-strafbeschikking
Het uitvaardigen van een strafbeschikking is het uitgangspunt bij feiten waarvoor dat wettelijk gezien mogelijk is. Er bestaan wel contra-indicaties voor het uitvaardigen van een strafbeschikking. De contra-indicaties zijn (niet-limitatief) opgenomen in de bijlage bij deze aanwijzing. De professionele beslissingsruimte te kiezen voor een andere afdoeningsmodaliteit blijft bestaan. Zo kan bij wijze van uitzondering nog gebruik gemaakt worden van de transactie als afdoeningsmodaliteit.1 Ook kan in de strafvorderingsrichtlijnen bij een bepaalde ernst of recidive het uitgangspunt zijn dat de verdachte wordt gedagvaard. Zie hiervoor ook bijlage 1 met contra-indicaties.
Bij het uitvaardigen van een OM-strafbeschikking staat een voortvarende, zorgvuldige en betekenisvolle afdoening voorop. In meer complexe zaken is daarvoor samenwerking met ketenpartners nodig. Indien daardoor niet voortvarend tot een zorgvuldige en betekenisvolle interventie kan worden gekomen is dat een contra-indicatie voor afdoening door middel van een strafbeschikking. Dagvaarden verdient dan de voorkeur.
Voor de bescherming tegen geweld en ernstige overlast kan een contact- en locatieverbod een adequate interventie zijn. Bij een reële dreiging van geweld of ernstige overlast past gewoonlijk niet een afdoening met een strafbeschikking, omdat een snelle reactie op een overtreding dan niet mogelijk is. Het vorderen van een voorwaardelijke veroordeling met elektronisch toezicht en het geven van een gedragsaanwijzing volgens art. 509hh Sv ligt dan meer voor de hand.