Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Opschrift
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Preambule
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van Canada,
Geleid door de wens de samenwerking tussen de twee landen bij de opsporing, vervolging en bestrijding van misdaden doeltreffender te maken door voorzieningen te treffen voor wederzijdse rechtshulp in strafzaken,
zijn overeengekomen als volgt:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag
wordt verstaan onder „centrale autoriteit":
voor Canada: de Minister van Justitie;
voor het Koninkrijk der Nederlanden: de Minister van Justitie van Nederland, de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, of de Minister van Justitie van Aruba, al naar het geval;
wordt verstaan onder „strafbaar feit":
wat Canada betreft, elk strafbaar feit als zodanig aangemerkt in een wet aangenomen door het Parlement of elk strafbaar feit als zodanig aangemerkt door de wetgever van een provincie;
wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, elk strafbaar feit als zodanig aangemerkt door de wetgever van Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba.