Home

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Geldig vanaf 1 mei 1992
Geldig vanaf 1 mei 1992

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-05-1992]

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Canada inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken

Preambule

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Canada,

Geleid door de wens de samenwerking tussen de twee landen bij de opsporing, vervolging en bestrijding van misdaden doeltreffender te maken door voorzieningen te treffen voor wederzijdse rechtshulp in strafzaken,

zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag

wordt verstaan onder „centrale autoriteit":

  1. voor Canada: de Minister van Justitie;

  2. voor het Koninkrijk der Nederlanden: de Minister van Justitie van Nederland, de Minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, of de Minister van Justitie van Aruba, al naar het geval;

wordt verstaan onder „strafbaar feit":

  1. wat Canada betreft, elk strafbaar feit als zodanig aangemerkt in een wet aangenomen door het Parlement of elk strafbaar feit als zodanig aangemerkt door de wetgever van een provincie;

  2. wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, elk strafbaar feit als zodanig aangemerkt door de wetgever van Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba.

Artikel 2. Werkingssfeer

Artikel 3. Andere rechtshulp

Artikel 4. Verzoeken

Artikel 5. Inhoud van de verzoeken en de taal waarin deze dienen te zijn gesteld

Artikel 6. Weigering of uitstel van rechtshulp

Artikel 7. Uitvoering van verzoeken

Artikel 8. Bescherming van het vertrouwelijk karakter

Artikel 9. Het afleggen van getuigenverklaringen onder ede of belofte in de aangezochte Staat

Artikel 10. Huiszoeking, inbeslagneming en uitlevering van bewijs

Artikel 11. Beschikbaarheid van gedetineerden om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan onderzoeken in de verzoekende Staat

Artikel 12. Beschikbaarheid van andere personen om een getuigenverklaring af te leggen of medewerking te verlenen aan onderzoeken in de verzoekende Staat

Artikel 13. Vrijgeleide

Artikel 14. Betekening van stukken

Artikel 15. Overheidsstukken en -documenten

Artikel 16. Verbeurdverklaring en boetes

Artikel 17. Waarmerking en legalisering

Artikel 18. Kosten

Artikel 19. Overleg

Artikel 20. Territoriale toepasselijkheid

Artikel 21. Inwerkingtreding

Artikel 22. Beëindiging

Nr. I

Nr. II