Home

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije

Geldig vanaf 1 mei 2004
Geldig vanaf 1 mei 2004

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-05-2004]

Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije

Preambule

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland,

De President van de Franse Republiek,

De President van de Italiaanse Republiek,

Hare Koninklijke Hoogheid de Groothertogin van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

en de Raad van de Europese Gemeenschap, enerzijds,

en de President van de Republiek Turkije, anderzijds,

VASTBERADEN, steeds hechtere banden tot stand te brengen tussen het Turkse volk en de in de Europese Gemeenschap verenigde volkeren;

VASTBESLOTEN, de voortdurende verbetering van de levensomstandigheden in Turkije en in de Europese Gemeenschap te verzekeren door een versnelde economische vooruitgang en een harmonische uitbreiding van het handelsverkeer, en het verschil in niveau tussen de economie van Turkije en die van de Lid-Staten der Europese Gemeenschap te verkleinen;

REKENING houdende met de bijzondere vraagstukken die de ontwikkeling van de Turkse economie opwerpt en met de noodzaak Turkije gedurende een bepaalde periode economische hulp te verlenen;

ERKENNENDE, dat de steun van de Europese Gemeenschap bij het streven van het Turkse volk naar verbetering van zijn levensstandaard in een later stadium de toetreding van Turkije tot de Europese Gemeenschap zal vergemakkelijken;

VASTBESLOTEN, de waarborgen voor vrede en vrijheid te versterken door het gemeenschappelijk nastreven van het ideaal dat ten grondslag ligt aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

HEBBEN besloten een overeenkomst aan te gaan, waarbij, overeenkomstig artikel 238 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, een associatie tussen de Europese Gemeenschap en Turkije tot stand wordt gebracht; en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

  • De heer Paul-Henri Spaak, Vice-Eerste Minister en Minister van Buitenlandse Zaken;

De President van de Bondsrepubliek Duitsland:

  • De heer Gerhard Schroeder, Minister van Buitenlandse Zaken;

De President van de Franse Republiek:

  • De heer Maurice Couve de Murville, Minister van Buitenlandse Zaken;

De President van de Italiaanse Republiek:

  • De heer Emilio Colombo, Minister van de Schatkist;

Hare Koninklijke Hoogheid de Groothertogin van Luxemburg:

  • De heer Emile Schaus, Vice-Premier en Minister van Buitenlandse Zaken;

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

  • De heer Joseph M. A. H. Luns, Minister van Buitenlandse Zaken;

De Raad van de Europese Gemeenschap:

  • De heer Joseph M. A. H. Luns, Fungerend Voorzitter van de Raad der Europese Gemeenschap en Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland;

De President van de Republiek Turkije:

  • De heer Feridun Cemal Erkin, Minister van Buitenlandse Zaken;

die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen overeenstemming hebben bereikt:

TITEL I. De beginselen

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

TITEL II. Tenuitvoerlegging van de overgangsfase

Artikel 8

Artikel 9

HOOFDSTUK 1. Douane-unie

Artikel 10

HOOFDSTUK 2. Landbouw

Artikel 11

HOOFDSTUK 3. Andere bepalingen van economische aard

Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Artikel 16
Artikel 17
Artikel 18
Artikel 19
Artikel 20
Artikel 21

TITEL III. Algemene en slotbepalingen

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

PROTOCOL No. 1. Voorlopig Protocol

Preambule

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

PROTOCOL No. 2. Financieel Protocol

Preambule

Artikel 1

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Slotakte

Verklaring van intentie betreffende rozijnen en krenten onder verwijzing naar artikel 2 van het Voorlopige Protocol

Interpreterende verklaring inzake de waarde van de in artikel 2 van het Financiële Protocol genoemde rekeneenheid

Interpreterende verklaring inzake de definitie van het begrip „Overeenkomstsluitende Partijen” dat in de Associatieovereenkomst voorkomt

Verklaringen van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland

Briefwisseling tussen de voorzitters van de delegaties van de Europese Gemeenschap en van Turkije, die op 12 september 1963 te Ankara heeft plaatsgevonden

Nr. II

Uittreksel uit de notulen van de 103e en 109e zitting van de Raad der Europese Gemeenschap van 30/31 mei en 29/30 juli 1963 waarin de unilaterale bepalingen zijn overgenomen betreffende de overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije

1. Verklaring betreffende de latere vervanging van de huidige nationale contingenten door communautaire tariefcontingenten (artikel 2, lid 3, van het Voorlopige Protocol) gehecht aan de Associatieovereenkomst met Turkije.

2. Interpreterende verklaring inzake artikel 5 van het Financieel Protocol gehecht aan de Associatieovereenkomst met Turkije.

3. Interpreterende verklaring inzake de waarde van de rekeneenheid bedoeld in artikel 2 van het Financiële Protocol en gehecht aan de Slotakte van de Overeenkomst waarbij een Associatie wordt tot stand gebracht tussen de Europese Gemeenschap en Turkije.