Home

Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken

Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken

HOOFDSTUK I HET EUROPEES ONDERZOEKSBEVEL

Artikel 1 Het Europees onderzoeksbevel en de verplichting tot tenuitvoerlegging ervan

1.

Een Europees onderzoeksbevel (EOB) is een door een rechterlijke autoriteit van een lidstaat („de uitvaardigende staat”) uitgevaardigde of erkende rechterlijke beslissing die ertoe strekt in een andere lidstaat („de uitvoerende staat”) één of meer specifieke onderzoeksmaatregelen te laten uitvoeren met het oog op het verkrijgen van bewijsmateriaal conform het bepaalde in deze richtlijn.

Het EOB kan tevens worden uitgevaardigd om bewijsmateriaal te verkrijgen dat reeds in het bezit is van de bevoegde autoriteiten van de uitvoerende staat.

2.

De lidstaten verbinden zich ertoe om, op grond van het beginsel van wederzijdse erkenning en overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn, een EOB ten uitvoer te leggen.

3.

Om uitvaardiging van een EOB kan worden verzocht door een verdachte of een beschuldigde persoon, of namens hem door een advocaat, binnen het kader van de toepasselijke rechten op verdediging in overeenstemming met de nationale strafprocedure.

4.

Deze richtlijn geldt onverminderd de verplichting tot eerbiediging van de grondrechten en de rechtsbeginselen die zijn neergelegd in artikel 6 VEU, inclusief het recht op verdediging van personen tegen wie een strafprocedure loopt, en laat alle verplichtingen die in dat verband op de rechterlijke autoriteiten rusten onverlet.

Artikel 2 Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

  1. „uitvaardigende staat”: de lidstaat waar het EOB wordt uitgevaardigd;

  2. „uitvoerende staat”: de lidstaat waar het EOB ten uitvoer wordt gelegd en waar de onderzoeksmaatregel moet worden uitgevoerd;

  3. „uitvaardigende autoriteit”:

    1. een in de zaak bevoegde rechter, rechtbank, een onderzoeksrechter of officier van justitie, of

    2. iedere andere door de uitvaardigende staat aangeduide bevoegde autoriteit, die in de zaak in kwestie optreedt als strafrechtelijke onderzoeksautoriteit en overeenkomstig de nationale wetgeving bevoegd is opdracht te geven tot bewijsgaring. Voordat het EOB wordt toegezonden aan de uitvoerende autoriteit, wordt het gevalideerd door een rechter, een rechtbank, een onderzoeksrechter of een officier van justitie in de uitvaardigende staat, na onderzoek of het aan de voorwaarden voor het uitvaardigen van een EOB uit hoofde van deze richtlijn, in het bijzonder de in artikel 6, lid 1, gestelde voorwaarden, voldoet. Indien het EOB door een rechterlijke autoriteit is gevalideerd, kan deze autoriteit in het kader van de verzending van het EOB ook als uitvaardigende autoriteit worden aangemerkt;

  4. „uitvoerende autoriteit”: een autoriteit die bevoegd is om een EOB in overeenstemming met deze richtlijn en de in een soortgelijke binnenlandse zaak geldende procedures te erkennen en ten uitvoer te laten leggen. In deze procedures kan in de uitvoerende staat krachtens het nationale recht de toestemming van een rechtbank vereist zijn.

Artikel 3 Toepassingsgebied van het EOB

Het EOB omvat alle onderzoeksmaatregelen met uitzondering van het instellen van een gemeenschappelijk onderzoeksteam en de bewijsgaring in het kader van een dergelijk onderzoeksteam zoals voorzien in artikel 13 van de Overeenkomst betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie(1) („de overeenkomst”) en in Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad(2), behalve met het oog op de toepassing van artikel 13, lid 8, van de overeenkomst en artikel 1, lid 8, van het kaderbesluit.

Artikel 4 Procedures waarvoor een EOB kan worden uitgevaardigd

Een EOB kan worden uitgevaardigd:

  1. in verband met een strafprocedure die door of bij een rechterlijke autoriteit is of kan worden ingesteld wegens feiten die volgens het nationale recht van de uitvaardigende staat strafbaar zijn;

  2. in een procedure die door een bestuurlijke autoriteit is ingesteld in verband met feiten die volgens het nationale recht van de uitvaardigende staat strafbaar zijn wegens schending van de wetgeving, mits tegen de beslissing beroep mogelijk is bij een in het bijzonder in strafzaken bevoegde rechter;

  3. in een procedure die door een rechterlijke autoriteit is ingesteld wegens feiten die volgens het nationale recht van de uitvaardigende staat strafbaar zijn wegens schending van wetgeving, mits tegen de beslissing beroep mogelijk is bij een met name in strafzaken bevoegde rechter, en

  4. in samenhang met de onder a), b) en c) bedoelde procedures die verband houden met een strafbaar feit of een wetsovertreding waarvoor in de uitvaardigende staat een rechtspersoon aansprakelijk gesteld of gestraft kan worden.

Artikel 5 Inhoud en vorm van het EOB

HOOFDSTUK II PROCEDURES EN WAARBORGEN VOOR DE UITVAARDIGENDE STAAT

Artikel 6 Voorwaarden voor het uitvaardigen en toezenden van een EOB

Artikel 7 Toezending van het EOB

Artikel 8 EOB in verband met een eerder EOB

HOOFDSTUK III PROCEDURES EN WAARBORGEN VOOR DE UITVOERENDE STAAT

Artikel 9 Erkenning en tenuitvoerlegging

Artikel 10 Toepassing van een andere soort onderzoeksmaatregel

Artikel 11 Gronden voor weigering van de erkenning of de tenuitvoerlegging

Artikel 12 Termijnen voor erkenning of tenuitvoerlegging

Artikel 13 Overdracht van bewijsmateriaal

Artikel 14 Rechtsmiddelen

Artikel 15 Gronden voor uitstel van de erkenning of tenuitvoerlegging

Artikel 16 Informatieplicht

Artikel 17 Strafrechtelijke aansprakelijkheid met betrekking tot ambtenaren

Artikel 18 Burgerrechtelijke aansprakelijkheid van ambtenaren

Artikel 19 Geheimhouding

Artikel 21 Kosten

HOOFDSTUK IV SPECIFIEKE BEPALINGEN VOOR BEPAALDE ONDERZOEKSMAATREGELEN

Artikel 22 Tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis naar de uitvaardigende staat ter uitvoering van een onderzoeksmaatregel

Artikel 23 Tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis naar de uitvoerende staat ter uitvoering van een onderzoeksmaatregel

Artikel 24 Verhoor per videoconferentie of met andere audiovisuele transmissiemiddelen

Artikel 25 Verhoor per telefoonconferentie

Artikel 26 Inlichtingen over bankrekeningen en andere financiële rekeningen

Artikel 27 Inlichtingen over bancaire en andere financiële operaties

Artikel 28 Onderzoeksmaatregelen waarbij rechtstreeks, doorlopend en gedurende een bepaalde tijdspanne bewijsmateriaal wordt verzameld

Artikel 29 Infiltratieoperaties

HOOFDSTUK V INTERCEPTIE VAN TELECOMMUNICATIE

Artikel 30 Interceptie van telecommunicatie met technische hulp van een andere lidstaat

Artikel 31 Kennisgeving aan de lidstaat waar de persoon op wie de interceptie betrekking heeft, zich bevindt en van welke geen technische bijstand vereist is

HOOFDSTUK VI VOORLOPIGE MAATREGELEN

Artikel 32 Voorlopige maatregelen

HOOFDSTUK VII SLOTBEPALINGEN

Artikel 33 Kennisgevingen

Artikel 34 Verhouding tot andere rechtsinstrumenten, overeenkomsten en regelingen

Artikel 35 Overgangsbepalingen

Artikel 36 Omzetting

Artikel 37 Verslag over de toepassing

Artikel 38 Inwerkingtreding

Artikel 39 Adressaten

BIJLAGE AEUROPEES ONDERZOEKSBEVEL (EOB)

BIJLAGE BBERICHT VAN ONTVANGST VAN EEN EOB

BIJLAGE CKENNISGEVING

BIJLAGE DCATEGORIEËN VAN STRAFBARE FEITEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 11