Home

Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (Voor de EER relevante tekst)

Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009 (Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank(1),

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(2),

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure(3),

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Het tot stand brengen van een geïntegreerde markt voor elektronische betalingen in euro, zonder onderscheid tussen binnenlandse en grensoverschrijdende betalingen, is noodzakelijk voor de goede werking van de interne markt. Daarom wordt met het project eengemaakte eurobetalingsruimte (single euro payments area — SEPA) beoogd gemeenschappelijke Uniebrede betalingsdiensten te ontwikkelen die de huidige binnenlandse betalingsdiensten moeten vervangen. De SEPA zou dankzij de invoering van open, gemeenschappelijke betalingsstandaarden, -voorschriften en -praktijken en een geïntegreerde verwerking van betalingen, burgers en ondernemingen van de Unie moeten voorzien van veilige, concurrerend geprijsde, gebruiksvriendelijke en betrouwbare betalingsdiensten in euro. Dit moet gelden voor SEPA-betalingen binnen en over nationale grenzen heen tegen dezelfde basisvoorwaarden en met dezelfde rechten en plichten, onafhankelijk van de plaats binnen de Unie. De SEPA moet worden voltooid op een wijze die de toegankelijkheid voor nieuwkomers op de markt en de ontwikkeling van nieuwe producten bevordert, en gunstige voorwaarden schept voor verscherpte concurrentie in de sector van de betalingsdiensten en voor de ongehinderde ontwikkeling en snelle, Uniebrede toepassing van innovaties op het gebied van betalingen. Grotere schaalvoordelen, grotere operationele efficiëntie en verscherpte concurrentie moeten bijgevolg leiden tot een neerwaartse druk op de prijzen voor elektronische betalingsdiensten in euro op basis van de „beste in zijn soort”. Dit zou aanzienlijke effecten moeten sorteren, met name in lidstaten waar betalingen relatief duur zijn in vergelijking met andere lidstaten. De overgang naar de SEPA mag daarom niet gepaard gaan met algehele prijsstijgingen voor betalingsdienstgebruikers in het algemeen en voor consumenten in het bijzonder. In plaats daarvan moet, wanneer de betalingsdienstgebruiker een consument is, het principe worden aangemoedigd om geen hogere kosten in rekening te brengen. De Commissie zal de prijsontwikkeling in de betalingssector blijven volgen en wordt verzocht hiervan een jaarlijkse analyse te verstrekken.

  2. Het welslagen van de SEPA is economisch en politiek van groot belang. SEPA spoort volledig met de Europa 2020-strategie die gericht is op een slimmere economie waarin welvaart voortvloeit uit innovatie en het efficiëntere gebruik van de beschikbare middelen. Zowel het Europees Parlement, in zijn resoluties van 12 maart 2009(4) en 10 maart 2010(5) over de invoering van de SEPA, als de Raad, in zijn op 2 december 2009 aangenomen conclusies, heeft het belang van een snelle migratie naar de SEPA benadrukt.

  3. Richtlijn 2007/64/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt(6) legt een moderne juridische grondslag voor de totstandbrenging van een interne markt voor betalingen, waarvan de SEPA een wezenlijk onderdeel vormt.

  4. Verordening (EG) nr. 924/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende grensoverschrijdende betalingen in de Gemeenschap(7) voorziet ook in een aantal maatregelen ter bevordering van het welslagen van de SEPA zoals het uitbreiden van het beginsel van gelijke kosten tot grensoverschrijdende automatische afschrijvingen en bereikbaarheid voor automatische afschrijvingen.

  5. Noch aan de aanbod- noch aan de vraagzijde is de zelfregulering van de Europese banksector via het SEPA-initiatief toereikend gebleken om een gecoördineerde migratie naar Uniebrede schema’s voor overmakingen en automatische afschrijvingen voort te stuwen. Met name is nagelaten om in voldoende mate en op transparante wijze rekening te houden met de belangen van consumenten en andere gebruikers. De stem van alle belanghebbenden moet worden gehoord. Bovendien is deze zelfregulering niet aan passende governancemechanismen onderworpen, hetgeen de trage overstap aan de vraagzijde gedeeltelijk kan verklaren. Hoewel de recente oprichting van de SEPA-raad een aanzienlijke verbetering voor de governance van het SEPA-project is, in essentie en formeel blijft deze governance in hoge mate nog steeds in handen van de Europese Betalingsraad (European Payments Council — EPC). De Commissie moet daarom de governanceregelingen van het gehele SEPA-project voor het einde van 2012 evalueren en waar nodig een voorstel indienen. Bij die evaluatie moet onder meer de samenstelling van de EPC worden onderzocht, alsmede de interactie tussen de EPC en een overkoepelende governancestructuur, zoals de SEPA-raad, en de rol van die overkoepelende structuur.

  6. Alleen bij een snelle en alomvattende migratie naar Uniebrede overmakingen en automatische afschrijvingen zullen de voordelen van een geïntegreerde markt voor betalingen ten volle kunnen worden benut zodat er niet langer hoge kosten hoeven te worden gemaakt voor het tegelijk exploiteren van zowel bestaande als SEPA-producten. Er moeten derhalve voorschriften worden vastgesteld die gelden voor de uitvoering van alle in euro luidende overmakingen en automatische afschrijvingen binnen de Unie. De voorschriften moeten in dit stadium echter niet voor bankkaarttransacties gelden, aangezien nog steeds gewerkt wordt aan gemeenschappelijke standaarden voor betalingen met bankkaarten in de Unie. Geldtransfers, intern verwerkte betalingen, betalingstransacties van grote bedragen, betalingen tussen betalingsdienstaanbieders op hun eigen rekening en betalingen via de mobiele telefoon of enig ander telecommunicatie-, digitaal of IT-instrument mogen niet onder het toepassingsgebied van deze voorschriften vallen omdat deze betalingsdiensten niet vergelijkbaar zijn met overmakingen of automatische afschrijvingen. De voorschriften moeten echter wel gelden voor betalingstransacties waarbij een bankkaart bij een verkooppunt of een ander instrument zoals een mobiele telefoon wordt gebruikt als middel om een betalingstransactie te initiëren, ofwel bij het verkooppunt ofwel op afstand, direct resulterend in een overmaking of een automatische afschrijving naar en van een door een nationaal basisbankrekeningnummer (basic bank account number — BBAN) of een internationaal bankrekeningnummer (international bank account number — IBAN) geïdentificeerde betaalrekening. Daarnaast is het, gezien de specifieke kenmerken van betalingen die worden verwerkt door betalingssystemen voor grote bedragen, te weten de hoge prioriteit, de urgentie en voornamelijk het hoge bedrag, niet passend om dergelijke betalingen onder deze verordening te laten vallen. Die uitsluiting mag echter niet gelden voor betalingen door middel van automatische afschrijvingen, tenzij de betaler expliciet heeft verzocht de betaling te laten plaatsvinden via een betalingssysteem voor grote bedragen.

  7. Momenteel bestaan er verschillende betalingsdiensten, vooral voor betalingen via het internet, die ook gebruikmaken van IBAN en de bedrijfsidentificatiecode (BIC) en gebaseerd zijn op overmakingen of automatische afschrijvingen maar aanvullende kenmerken hebben. Het wordt van deze diensten verwacht dat zij over hun huidige nationale grenzen worden uitgebreid en kunnen voorzien in de vraag van consumenten naar innovatieve, veilige en goedkope betalingsdiensten. Om dergelijke diensten niet van de markt uit te sluiten, moet de regeling voor de einddata voor overmakingen en automatische afschrijvingen waarin deze verordening voorziet, alleen gelden voor de overmaking of de automatische afschrijving die aan deze transacties ten grondslag ligt.

  8. Bij de overgrote meerderheid van de transacties in de Unie is het mogelijk een unieke betaalrekening te identificeren met alleen IBAN, zonder daarbij nog BIC te hoeven aan te geven. Naar aanleiding hiervan hebben banken in een aantal lidstaten reeds een gids, databank of ander technisch hulpmiddel opgezet om de BIC vast te stellen die bij een specifieke IBAN hoort. BIC is alleen nodig in een zeer klein aantal speciale gevallen. Het lijkt onnodig en al te bezwaarlijk om alle betalers en begunstigden in de Unie te verplichten om altijd naast IBAN ook BIC op te geven, voor het kleine aantal gevallen waarvoor dit momenteel nog nodig is. Een veel eenvoudigere aanpak zou zijn om betalingsdienstaanbieders en andere partijen die gevallen te laten oplossen en elimineren, waarbij een betaalrekening niet ondubbelzinnig kan worden geïdentificeerd aan de hand van IBAN. Derhalve moeten de nodige technische middelen worden ontwikkeld om alle gebruikers in staat te stellen een betaalrekening ondubbelzinnig aan de hand van alleen IBAN te identificeren.

  9. Om een overmaking te kunnen uitvoeren, moet de betaalrekening van de begunstigde bereikbaar zijn. Daarom moet er in de hele Unie een bereikbaarheidsverplichting worden vastgesteld om te zorgen voor een succesvolle invoering van Uniebrede overmakings- en automatische afschrijvingsdiensten. Ter verbetering van de transparantie is het verder passend die verplichting en de bereikbaarheidsverplichting voor automatische afschrijvingen die reeds geldt uit hoofde van Verordening (EG) nr. 924/2009, in één enkele handeling te consolideren. Alle betaalrekeningen van begunstigden die bereikbaar zijn voor nationale overmakingen moeten ook bereikbaar zijn via een Uniebrede overmakingsregeling. Alle betaalrekeningen van betalers die bereikbaar zijn voor nationale automatische afschrijvingen moeten ook bereikbaar zijn via een Uniebrede automatische afschrijvingsregeling. Dit moet gelden ongeacht of een betalingsdienstaanbieder besluit om al dan niet aan een specifieke overmakings- of automatische afschrijvingsregeling deel te nemen.

  10. Technische interoperabiliteit is een absolute voorwaarde voor concurrentie. Voor de totstandbrenging van een geïntegreerde markt voor elektronische betalingssystemen in euro is het van essentieel belang dat het verwerken van overmakingen en automatische afschrijvingen niet door sectorvoorschriften of technische belemmeringen wordt gehinderd, zoals verplichte deelname in meer dan één systeem voor de afwikkeling van grensoverschrijdende betalingen. Overmakingen en automatische afschrijvingen moeten worden uitgevoerd overeenkomstig een regeling waarvan de basisvoorschriften worden onderschreven door betalingsdienstaanbieders die een meerderheid van betalingsdienstaanbieders in een meerderheid van de lidstaten vertegenwoordigen en een meerderheid van betalingsdienstaanbieders binnen de Unie vormen, en die dezelfde zijn voor grensoverschrijdende als voor zuivere binnenlandse overmakings- en automatischeafschrijvingstransacties. Als er meer dan één betalingssysteem bestaat voor de verwerking van dergelijke betalingen, moeten deze systemen interoperabel zijn door de toepassing van Uniebrede en internationale standaarden, zodat alle betalingsdienstgebruikers en alle betalingsdienstaanbieders de voordelen kunnen genieten van vlotte retailbetalingen in euro over de hele Unie.

  11. Gelet op de specifieke kenmerken van de bedrijfsmarkt, en hoewel overmakingen of automatische afschrijvingen tussen bedrijven moeten voldoen aan alle andere vereisten van deze verordening, waaronder de vereiste aangaande het hebben van dezelfde regels voor grensoverschrijdende en nationale transacties, dient de vereiste dat deelnemers een meerderheid van de betalingsdienstaanbieders in een meerderheid van de lidstaten vertegenwoordigen, slechts in zoverre te gelden dat de betalingsdienstaanbieders die diensten inzake overmaking of automatische afschrijving tussen bedrijven aanbieden, de meerderheid van de betalingsdienstaanbieders moeten vertegenwoordigen in de meerderheid van de lidstaten waar deze diensten beschikbaar zijn, en een meerderheid moeten vormen van betalingsdienstaanbieders die dergelijke diensten binnen de Unie aanbieden.

  12. Om voor interoperabiliteit tussen betalingssystemen te zorgen, is het van cruciaal belang technische vereisten vast te stellen die eenduidig de kenmerken bepalen waaraan Uniebrede betalingsschema’s die volgens passende governanceregelingen worden ontwikkeld, moeten voldoen. Deze technische vereisten mogen flexibiliteit en innovatie niet beknotten en moeten open en neutraal staan ten aanzien van potentiële nieuwe ontwikkelingen en verbeteringen op de markt voor betalingen. Technische vereisten moeten worden ontworpen met inachtneming van de speciale kenmerken van overmakingen en automatische afschrijvingen, in het bijzonder met betrekking tot de gegevenselementen die in het betalingsbericht worden vermeld.

  13. Het is belangrijk maatregelen te nemen om het vertrouwen van betalingsdienstgebruikers in het gebruik van dergelijke diensten, in het bijzonder voor automatische afschrijvingen, te versterken. Deze maatregelen moeten betalers in staat stellen om hun betalingsdienstaanbieders op te dragen de automatische afschrijvingen te beperken tot een bepaald bedrag of een bepaalde periodiciteit en om witte of zwarte lijsten van begunstigden op te stellen. Het is in het kader van de invoering van Uniebrede schema’s voor automatische afschrijving passend dat consumenten van dergelijke controles kunnen genieten. Niettemin is het voor de praktische uitvoering van controles van begunstigden van belang dat betalingsdienstaanbieders dergelijke controles kunnen uitvoeren op basis van IBAN en, gedurende een overgangsperiode maar slechts indien noodzakelijk, BIC, of een andere unieke crediteurenidentificator van specifieke begunstigden. Andere relevante rechten van gebruikers zijn reeds vastgelegd in Richtlijn 2007/64/EG en moeten volledig worden gewaarborgd.

  14. Technische standaardisatie is een hoeksteen voor de integratie van netwerken zoals de uniale markt voor betalingen. Vanaf een bepaalde datum moet het toepassen van door internationale of Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde standaarden voor alle relevante transacties verplicht zijn. In de context van betalingen zijn de verplichte standaarden IBAN, BIC en de norm voor berichten betreffende financiële diensten: „ISO 20022 XML”. Om volledige interoperabiliteit in de hele Unie te bereiken, is het daarom noodzakelijk dat alle betalingsdienstaanbieders deze standaarden toepassen. In het bijzonder moet de verplichte gebruikmaking van het IBAN en de BIC indien nodig via uitvoerige communicatie en stimulerende maatregelen in de lidstaten worden bevorderd, zodat wordt bijgedragen aan een vlotte en gemakkelijke overgang naar Uniebrede overmakingen en automatische afschrijvingen, met name voor consumenten. Betalingsdienstaanbieders moeten bilateraal of multilateraal kunnen overeenkomen dat het gebruikte Latijnse alfabet wordt uitgebreid om regionale variaties van SEPA-standaardberichten te ondersteunen.

  15. Het is van het grootste belang dat alle actoren, en met name burgers van de Unie, goed en tijdig worden geïnformeerd, zodat ze volledig zijn voorbereid op de veranderingen die de SEPA meebrengt. Belangrijke belanghebbenden zoals betalingsdienstaanbieders, overheden en nationale centrale banken, alsmede andere intensieve gebruikers van geregelde betalingen, moeten daarom specifieke en uitgebreide voorlichtingscampagnes voeren die in verhouding staan tot de behoeften en toegesneden zijn op hun publiek, teneinde de publieke bewustwording te verhogen en burgers voor te bereiden op de invoering van de SEPA. Met name moeten de burgers vertrouwd worden gemaakt met de overstap van BBAN’s naar IBAN’s. Dergelijke voorlichtingscampagnes kunnen het best worden gecoördineerd door nationale SEPA-coördinatiecomités.

  16. Om in het belang van de duidelijkheid en de eenvoud voor de consument een gecoördineerd overgangsproces mogelijk te maken, is het passend één einddatum voor de migratie vast te stellen waarbinnen alle overmakingen en automatische afschrijvingen aan deze technische vereisten moeten voldoen, en daarbij de markt open te laten voor verdere ontwikkeling en innovatie.

  17. Gedurende een overgangsperiode moeten de lidstaten toestemming kunnen geven om consumenten de mogelijkheid te bieden gebruik te blijven maken van het BBAN voor nationale betalingstransacties, mits de interoperabiliteit is gewaarborgd door technische en veilige omzetting van het BBAN in de respectievelijke unieke identificator van de betaalrekening door de betreffende betalingsdienstaanbieder. De betalingsdienstaanbieder mag geen directe of indirecte kosten of andere vergoedingen in rekening brengen voor die dienst.

  18. Hoewel de mate waarin overmakingen en automatische afschrijvingsdiensten zijn ontwikkeld van lidstaat tot lidstaat verschilt, zou de vaststelling van één tijdslimiet aan het eind van een adequate uitvoeringsperiode, die het mogelijk maakt alle vereiste procedures af te wikkelen, bijdragen aan een gecoördineerde, coherente en geïntegreerde overgang naar de SEPA en helpen voorkomen dat er een SEPA ontstaat met twee snelheden, waardoor de consumenten nog meer in verwarring zouden raken.

  19. Aan betalingsdienstaanbieders en betalingsdienstgebruikers dient voldoende tijd te worden gegeven voor de aanpassing aan de technische vereisten. De aanpassingsperiode mag echter geen onnodige vertraging opleveren ten aanzien van de voordelen voor de consument en mag proactieve bedrijven die al zijn overgeschakeld naar de SEPA, niet voor hun inspanningen bestraffen. Ten behoeve van binnenlandse en grensoverschrijdende betalingstransacties dienen de betalingsdienstaanbieders hun particuliere klanten de nodige technische diensten aan te bieden om een soepele en veilige overgang naar de in deze verordening opgenomen technische vereisten te garanderen.

  20. Het is belangrijk de betalingssector rechtszekerheid te bieden inzake bedrijfsmodellen voor automatische afschrijvingen. Regelgeving inzake multilaterale afwikkelingsvergoedingen (multilateral interchange fees — MIF’s) voor automatische afschrijvingen is van essentieel belang om neutrale concurrentievoorwaarden tot stand te brengen voor de betalingsdienstaanbieders en op die manier één markt voor automatische afschrijvingen te kunnen ontwikkelen. MIF’s voor transacties die verworpen, geweigerd, teruggestuurd of herroepen worden omdat ze niet correct kunnen worden uitgevoerd of omdat ze resulteren in uitzonderingsverwerking (zogeheten R-transacties, waarbij de letter R kan staan voor: „reject”, „refusal”, „return”, „reversal”, „revocation” of „request for cancellation”), kunnen helpen de kosten binnen de eengemaakte markt op efficiënte wijze toe te rekenen. Voor de totstandbrenging van een effectieve Europese markt voor automatische afschrijvingen zou het bijgevolg bevorderlijk zijn MIF’s per transactie te verbieden. Niettemin moeten vergoedingen voor R-transacties worden toegestaan, mits zij aan bepaalde voorwaarden voldoen. De betalingsdienstaanbieders moeten de consumenten in het belang van de transparantie en de consumentenbescherming duidelijke en begrijpelijke informatie over de vergoedingen voor R-transacties verstrekken. In elk geval mogen de voorschriften voor R-transacties geen afbreuk doen aan de toepassing van de artikelen 101 en 102 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (TFEU). Daarnaast zij opgemerkt dat in algemene zin automatische afschrijvingen en kaartbetalingen verschillende kenmerken hebben, in het bijzonder wat betreft de grotere mogelijkheden voor begunstigden om het gebruik van automatische afschrijvingen door betalers te stimuleren door middel van een reeds bestaand contract tussen de begunstigde en de betaler, terwijl voor kaartbetalingen geen sprake is van een bestaand contract en de betalingstransactie vaak een afzonderlijke en onregelmatige gebeurtenis is. Daarom laten de bepalingen inzake MIF’s voor automatische afschrijvingen de analyse in het kader van de uniale mededingingsregels van MIF’s voor transacties met betaalkaarten onverlet. Bijkomende optionele diensten vallen niet onder het verbod uit hoofde van deze verordening indien deze duidelijk en eenduidig verschillen van de basisdiensten voor automatische afschrijving en indien betalingsdienstaanbieders en betalingsdienstgebruikers de volledige vrijheid hebben om dergelijke diensten aan te bieden dan wel te gebruiken. Niettemin blijven de uniale en nationale mededingingsregels op deze diensten van toepassing.

  21. Daarom moet de mogelijkheid om MIF’s per transactie toe te passen voor binnenlandse en grensoverschrijdende automatische afschrijvingen in de tijd worden beperkt en moeten algemene voorwaarden worden vastgesteld voor de toepassing van afwikkelingsvergoedingen voor R-transacties.

  22. De Commissie moet toezicht houden op het niveau van de vergoedingen voor R-transacties in de Unie. Vergoedingen voor R-transacties op de interne markt moeten gaandeweg convergeren zodat deze vergoedingen niet zodanig tussen de lidstaten variëren dat zij een bedreiging vormen voor een gelijk speelveld.

  23. In sommige lidstaten bestaan er bepaalde betalingsdiensten die overmakingen of automatische afschrijvingen zijn, maar die vaak om historische of wettelijke redenen zeer specifieke functies hebben. Het transactievolume van dergelijke diensten is doorgaans marginaal. Dergelijke diensten kunnen dan ook onder de nicheproducten worden gerekend. Een overgangsperiode voor dergelijke nicheproducten die lang genoeg is om de gevolgen van de migratie voor de betalingsdienstgebruikers zo beperkt mogelijk te houden, moet beide zijden van de markt helpen zich eerst te richten op de migratie van het gros van de overmakingen en automatische afschrijvingen, waardoor de meeste potentiële voordelen van een geïntegreerde markt voor betalingen in de Unie vroeger kunnen worden benut. In sommige lidstaten bestaan specifieke instrumenten voor automatische afschrijving die erg lijken op betaalkaarttransacties, doordat de betaler bij het verkooppunt een kaart gebruikt om de betalingstransactie te initiëren; de onderliggende betalingstransactie is evenwel een automatische afschrijving. Bij dergelijke betalingstransacties wordt de kaart alleen gebruikt voor het aflezen van gegevens, om de elektronische totstandbrenging te vergemakkelijken van het mandaat dat door de betaler aan het verkooppunt moet worden ondertekend. Hoewel deze betalingsdiensten niet kunnen worden geclassificeerd als nicheproduct, is een overgangsperiode voor deze betalingsdiensten nodig, wegens het aanzienlijke transactievolume waarom het gaat. Om de belanghebbenden in staat te stellen een adequaat SEPA-substituut te ontwikkelen, moet deze overgangsperiode een afdoende lengte hebben.

  24. Voor de goede werking van de interne markt voor betalingen is het van essentieel belang ervoor te zorgen dat betalers zoals consumenten, ondernemingen of overheden overmakingen kunnen uitvoeren naar betaalrekeningen die door begunstigden worden aangehouden bij betalingsdienstaanbieders die zich in andere lidstaten bevinden en die overeenkomstig deze verordening bereikbaar zijn.

  25. Om een soepele overgang naar de SEPA te waarborgen, moet elke geldige machtiging aan de begunstigde om terugkerende automatische afschrijvingen uit te voeren in een bestaand schema, geldig blijven na de in deze verordening vastgestelde tijdslimiet voor de omschakeling. Een dergelijke machtiging moet worden beschouwd als toestemming aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler om de door de begunstigde geïnde terugkerende automatische afschrijvingen uit te voeren in overeenstemming met deze verordening, bij gebrek aan nationaal recht betreffende de voortgezette geldigheid van het mandaat of aan afspraken met de klanten om automatischeafschrijvingsmandaten te wijzigen om hun voorzetting mogelijk te maken. De rechten van de consument moeten evenwel worden beschermd en indien bestaande mandaten voor automatische afschrijving onvoorwaardelijk rechten op terugbetaling kennen, moeten deze rechten worden gehandhaafd.

  26. De bevoegde autoriteiten moeten de nodige bevoegdheden krijgen om hun controletaken doeltreffend uit te voeren en alle nodige maatregelen te nemen, waaronder de behandeling van klachten, om ervoor te zorgen dat betalingsdienstaanbieders aan deze verordening voldoen. Tevens dienen lidstaten ervoor te zorgen dat klachten tegen betalingsdienstaanbieders die deze verordening niet naleven, kunnen worden ingediend en dat deze verordening op doeltreffende en efficiënte wijze kan worden gehandhaafd door middel van administratieve of gerechtelijke middelen. Om naleving van deze verordening te bevorderen moeten de bevoegde autoriteiten van de verschillende lidstaten onderling samenwerken en in voorkomend geval met de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken van de lidstaten en met andere relevante bevoegde autoriteiten zoals de bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad(8) opgerichte Europese Toezichthoudende Autoriteit (Europese Bankautoriteit) (EBA), die zijn aangewezen overeenkomstig de op betalingsdienstaanbieders toepasselijke uniale of nationale wetgeving.

  27. De lidstaten moeten voorschriften vaststellen inzake de sancties die gelden voor inbreuken op deze verordening en waarborgen dat deze sancties doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn, en dat ze worden uitgevoerd. Deze sancties mogen niet worden toegepast op consumenten.

  28. Om ervoor te zorgen dat beroep kan worden aangetekend wanneer deze verordening verkeerd wordt toegepast of wanneer er geschillen tussen betalingsdienstgebruikers en betalingsdienstaanbieders ontstaan met betrekking tot rechten en plichten uit hoofde van deze verordening, moeten de lidstaten adequate en effectieve buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures opzetten. lidstaten moeten kunnen bepalen dat die procedures alleen van toepassing zijn op consumenten of op consumenten en micro-ondernemingen.

  29. De Commissie moet bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité, de EBA en de ECB een verslag indienen over de toepassing van deze verordening. Het verslag moet indien nodig vergezeld gaan van een voorstel voor wijziging van deze verordening.

  30. Teneinde te waarborgen dat de technische vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro actueel blijven, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gedelegeerde handelingen vast te stellen ten aanzien van die technische vereisten. In de verklaring (nr. 39) bij artikel 290 VWEU, die gehecht is aan de Slotakte van de intergouvernementele conferentie tot aanneming van het Verdrag van Lissabon, nam de conferentie nota van het voornemen van de Commissie om de door de lidstaten aangewezen deskundigen te blijven raadplegen bij de voorbereiding van haar ontwerpen van gedelegeerde handelingen op het gebied van financiële diensten, overeenkomstig haar vaste praktijk. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passend en transparant overleg overgaat, onder meer met de Europese Centrale Bank en alle relevante belanghebbenden. De Commissie moet bij de voorbereiding en opstelling van gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat de desbetreffende documenten tijdig en op passende wijze gelijktijdig worden toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad.

  31. Aangezien betalingsdienstaanbieders die zich in lidstaten bevinden waarvan de munteenheid niet de euro is, specifiek voorbereidend werk zouden moeten verrichten buiten de markt voor betalingen van hun nationale valuta, moeten deze betalingsdienstaanbieders de toepassing van de technische vereisten gedurende een bepaalde periode kunnen uitstellen. De lidstaten die niet de euro als munt hebben, dienen echter aan de technische vereisten te voldoen om een echt Europees betalingsgebied tot stand te brengen, waardoor de interne markt zal worden versterkt.

  32. Om brede publieke steun voor de SEPA te waarborgen, is een hoog niveau van bescherming van betalers van essentieel belang, met name voor automatischeafschrijvingstransacties. De huidige en enige pan-Europese regeling voor automatische afschrijvingen voor consumenten, ontwikkeld door de EPC, voorziet in een onvoorwaardelijk recht op terugbetaling, zonder beantwoording van vragen, van toegestane betalingen gedurende een periode van acht weken vanaf de datum waarop de geldmiddelen werden afgeschreven, terwijl dit recht op terugbetaling aan een aantal voorwaarden is gebonden in overeenstemming met artikel 62 en 63 van Richtlijn 2007/64/EG. Met het oog op de heersende situatie op de markt en de noodzaak om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen, moeten de effecten van deze bepalingen worden beoordeeld in een verslag dat de Commissie, in overeenstemming met artikel 87 van Richtlijn 2007/64/EG, uiterlijk voor 1 november 2012 moet indienen bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de ECB, waar passend vergezeld van een voorstel voor herziening ervan.

  33. Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens(9) regelt de overeenkomstig deze verordening uitgevoerde verwerking van persoonsgegevens. Bij de overgang naar de SEPA en de invoering van gemeenschappelijke betalingsstandaarden en -voorschriften moet het nationale recht inzake de bescherming van gevoelige persoonsgegevens in de lidstaten worden nageleefd en moeten de belangen van de burgers van de Unie worden gewaarborgd.

  34. Financiële berichten betreffende betalingen en transfers in de SEPA vallen buiten het toepassingsgebied van de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika van 28 juni 2010 inzake de verwerking en doorgifte van gegevens betreffende het financiële berichtenverkeer van de Europese Unie naar de Verenigde Staten ten behoeve van het programma voor het traceren van terrorismefinanciering (terrorist finance tracking program)(10).

  35. Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het vaststellen van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang of de gevolgen ervan beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

  36. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 924/2009, moeten de lidstaten alle voor betalingsdienstaanbieders geldende, op betalingen gebaseerde nationale rapportageverplichtingen afschaffen voor betalingsbalansstatistieken met betrekking tot betalingstransacties van hun klanten tot een bedrag van 50 000 EUR. De verzameling van betalingsbalansstatistieken op basis van betalingen werd ingevoerd na beëindiging van de deviezencontroles en heeft tot nu toe een belangrijke gegevensbron gevormd, samen met andere bronnen zoals rechtstreekse onderzoeken, en draagt bij aan hoogwaardige statistieken. Vanaf het begin van de jaren 90 kozen sommige lidstaten ervoor meer gebruik te maken van informatie die direct door ondernemingen en huishoudens werd geleverd dan van gegevens gemeld door banken namens hun klanten. Hoewel op betalingen gebaseerde rapportage een oplossing vormt die, voor de maatschappij als geheel, de kosten van het opstellen van betalingsbalansen beperkt en tegelijkertijd hoogwaardige statistieken waarborgt, kan de handhaving van een dergelijke vorm van rapportage wanneer het uitsluitend gaat om grensoverschrijdende betalingen in sommige lidstaten de efficiëntie verminderen en de kosten verhogen. Aangezien een van de doelen van de SEPA is om de kosten van grensoverschrijdende betalingen te verlagen, moet de rapportage van betalingsbalansen op basis van betalingen geheel worden afgeschaft.

  37. Ter bevordering van de rechtszekerheid is het passend de in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 924/2009 genoemde termijnen voor afwikkelingsvergoedingen af te stemmen op de bepalingen van deze verordening.

  38. Verordening (EG) nr. 924/2009 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1 Onderwerp en toepassingsgebied

1.

Bij deze verordening worden de regels vastgesteld voor in euro luidende overmakings- en automatischeafschrijvingstransacties binnen de Unie waarbij zowel de betalingsdienstaanbieder van de betaler als de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in de Unie bevinden, of waarbij de enige bij de betalingstransactie betrokken betalingsdienstaanbieder zich in de Unie bevindt.

2.

Deze verordening is niet van toepassing op:

  1. betalingstransacties die voor eigen rekening worden uitgevoerd tussen en binnen betalingsdienstaanbieders, met inbegrip van hun agenten of bijkantoren;

  2. betalingstransacties die worden verwerkt en afgewikkeld via betalingssystemen voor grote bedragen, met uitzondering van automatischeafschrijvingstransacties waarvoor de betaler niet expliciet om betaling via een betalingssysteem voor grote bedragen heeft verzocht;

  3. betalingstransacties die met een betaalkaart of een vergelijkbaar instrument worden uitgevoerd, waaronder ook geldopname in contanten, tenzij de betaalkaart of het vergelijkbaar instrument wordt gebruikt enkel voor het aanmaken van de informatie die vereist is voor het direct uitvoeren van een overmaking of een automatische afschrijving naar en van een door BBAN of IBAN geïdentificeerde betaalrekening;

  4. betalingstransacties die worden uitgevoerd met behulp van een telecommunicatie-, digitaal of IT-apparaat, als dergelijke betalingstransacties niet een overmaking of een automatische afschrijving naar en van een door BBAN of IBAN geïdentificeerde betaalrekening tot gevolg hebben;

  5. transacties betreffende geldtransfer zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 13, van Richtlijn 2007/64/EG;

  6. betalingstransacties waarbij elektronisch geld als gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld(11) wordt overgemaakt, tenzij deze transacties resulteren in een overmaking of een automatische afschrijving naar en van een door BBAN of IBAN geïdentificeerde betaalrekening.

3.

Indien een betalingsschema is gebaseerd op betalingstransacties via overmaking of automatische afschrijving maar aanvullende optionele kenmerken of diensten heeft, is deze verordening alleen van toepassing op de onderliggende overmakingen of automatische afschrijvingen.

Artikel 2 Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

    1. „overmaking” :
    een binnenlandse of grensoverschrijdende betalingsdienst voor het crediteren van de betaalrekening van een begunstigde met een betalingstransactie of een reeks betalingstransacties van een betaalrekening van een betaler door de betalingsdienstaanbieder die de betaalrekening van de betaler beheert, op basis van een door de betaler gegeven instructie;
    2. „automatische afschrijving” :
    een binnenlandse of grensoverschrijdende betalingsdienst voor debiteringen van de betaalrekening van een betaler, waarbij een betalingstransactie wordt geïnitieerd door de begunstigde op basis van een door de betaler verstrekte instemming;
    3. „betaler” :
    hetzij een natuurlijk of een rechtspersoon die houder is van een betaalrekening en een betalingsopdracht vanaf die betaalrekening toestaat, hetzij, als er geen betaalrekening van de betaler is, een natuurlijke of rechtspersoon die een betalingsopdracht geeft naar de betaalrekening van een begunstigde;
    4. „begunstigde” :
    een natuurlijk of een rechtspersoon die een betaalrekening heeft en die de beoogde ontvanger is van de geldmiddelen waarop een betalingstransactie betrekking heeft;
    5. „betaalrekening” :
    een op naam van één of meer betalingsdienstgebruikers aangehouden rekening die voor de uitvoering van betalingstransacties wordt gebruikt;
    6. „betalingssysteem” :
    een systeem voor de overmaking van geld met formele en gestandaardiseerde regelingen en gemeenschappelijke voorschriften voor de verwerking, clearing of afwikkeling van betalingstransacties;
    7. „betalingsschema” :
    een enkel geheel van tussen betalingsdienstaanbieders overeengekomen voorschriften, praktijken, standaarden en/of uitvoeringsrichtsnoeren voor betalingstransacties over de hele Unie en binnen lidstaten dat losstaat van een infrastructuur die of betalingssysteem dat de werking ervan ondersteunt;
    8. „betalingsdienstaanbieder” :
    een aanbieder van betalingsdiensten, die valt onder de in artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2007/64/EG bedoelde categorieën en de in artikel 26 van Richtlijn 2007/64/EG bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, met uitzondering van de instanties vermeld in artikel 2 van Richtlijn 2006/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen(12) waaraan ontheffing is verleend op grond van artikel 2, lid 3, van Richtlijn 2007/64/EG;
    9. „betalingsdienstgebruiker” :
    een natuurlijk of rechtspersoon die in de hoedanigheid van betaler of begunstigde van een betalingsdienst gebruikmaakt;
    10. „betalingstransactie” :
    een door de betaler of de begunstigde geïnitieerde handeling waarbij geldmiddelen worden overgemaakt tussen betaalrekeningen in de Unie, ongeacht of er onderliggende verplichtingen tussen de betaler en de begunstigde bestaan;
    11. „betalingsopdracht” :
    een door een betaler of begunstigde aan zijn betalingsdienstaanbieder gegeven instructie om een betalingstransactie uit te voeren;
    12. „afwikkelingsvergoeding” :
    een vergoeding die voor automatischeafschrijvingstransacties tussen de betalingsdienstaanbieder van de betaler en van de begunstigde wordt betaald;
    13. „MIF” :
    een multilaterale afwikkelingsvergoeding (multilateral interchange fee) die het voorwerp is van een akkoord tussen meer dan twee betalingsdienstaanbieders;
    14. „BBAN” :
    een identificatienummer van een betaalrekening, dat een individuele betaalrekening bij een betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert in een lidstaat en dat alleen voor binnenlandse betalingstransacties kan worden gebruikt, terwijl dezelfde betaalrekening wordt geïdentificeerd door middel van IBAN voor grensoverschrijdende betalingstransacties;
    15. „IBAN” :
    een identificatienummer van een internationale betaalrekening, dat een individuele betaalrekening ondubbelzinnig identificeert in een lidstaat, en waarvan de elementen zijn omschreven door de Internationale Organisatie voor Normalisatie (International Standard Organisation — ISO);
    16. „BIC” :
    een bedrijfsidentificatiecode die een betalingsdienstaanbieder ondubbelzinnig identificeert, en waarvan de elementen zijn omschreven door de ISO;
    17. „ISO 20022 XML-norm” :
    een norm voor de ontwikkeling van elektronische financiële berichten zoals gedefinieerd door de ISO, die de fysieke weergave van de betalingstransacties in XML-syntax omvat, overeenkomstig de sectorvoorschriften en uitvoeringsrichtsnoeren van Uniebrede schema’s voor betalingstransacties die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen;
    18. „betalingssysteem voor grote bedragen” :
    een betalingssysteem met als hoofddoel de verwerking, clearing of afwikkeling van enkelvoudige betalingstransacties van hoge prioriteit en urgentie en van voornamelijk grote bedragen;
    19. „afwikkelingsdatum” :
    datum waarop de verplichtingen met betrekking tot de overschrijving van geldmiddelen tussen de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde worden nagekomen;
    20. „inning” :
    onderdeel van een automatischeafschrijvingstransactie die begint bij de initiatie ervan door de begunstigde en eindigt door de normale debitering van de betaalrekening van de betaler;
    21. „mandaat” :
    de uitdrukking van instemming en machtiging die de betaler aan de begunstigde en (rechtstreeks of onrechtstreeks via de begunstigde) aan de betalingsdienstaanbieder van de betaler geeft om de begunstigde in staat te stellen een inning te initiëren voor het debiteren van de door de betaler aangewezen betaalrekening en de betalingsdienstaanbieder van de betaler in staat te stellen deze instructies uit te voeren;
    22. „retailbetalingssysteem” :
    een betalingssysteem dat hoofdzakelijk bedoeld is voor de verwerking, clearing of afwikkeling van overmakingen of automatische afschrijvingen die in het algemeen zijn gebundeld met het oog op het versturen ervan en voornamelijk kleine bedragen betreffen en een lage prioriteit hebben, en dat geen betalingssysteem voor grote bedragen is;
    23. „micro-onderneming” :
    een onderneming die op het tijdstip van sluiting van het betalingsdienstencontract een onderneming is als gedefinieerd in artikel 1 en artikel 2, leden 1 en 3, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie(13);
    24. „consument” :
    een natuurlijk persoon die in het kader van betalingsdienstencontracten, handelt voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen;
    25. „R-transactie” :
    een betalingstransactie die niet juist kan worden uitgevoerd door een betalingsdienstaanbieder of die een uitzonderingsverwerking tot gevolg heeft, onder andere door een gebrek aan geldmiddelen, herroeping, een foutief bedrag of foutieve datum, een ontbrekend mandaat of een verkeerde of opgeheven rekening;
    26. „grensoverschrijdende betalingstransactie” :
    een betalingstransactie geïnitieerd door een betaler of door een begunstigde, waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in verschillende lidstaten bevinden;
    27. „binnenlandse betalingstransactie” :
    een betalingstransactie geïnitieerd door een betaler of door een begunstigde, waarbij de betalingsdienstaanbieder van de betaler en de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde zich in dezelfde lidstaat bevinden;
    28. „referentie” :
    een natuurlijke of rechtspersoon namens wie de betaler een betaling verricht of de begunstigde een betaling ontvangt.

Artikel 3 Bereikbaarheid

1.

Een betalingsdienstaanbieder van een begunstigde die bereikbaar is voor een binnenlandse overmaking in het kader van een betalingsschema is overeenkomstig de voorschriften van een Uniebrede betalingsschema bereikbaar voor overmakingen die worden geïnitieerd door een betaler via een betalingsdienstaanbieder die zich in om het even welke lidstaat bevindt.

2.

Een betalingsdienstaanbieder van een betaler die bereikbaar is voor een binnenlandse automatische afschrijving in het kader van een betalingsschema is overeenkomstig de voorschriften van een Uniebrede betalingsschema bereikbaar voor automatische overschrijvingen die worden geïnitieerd door een begunstigde via een betalingsdienstaanbieder die zich in om het even welke lidstaat bevindt.

3.

Lid 2 is alleen van toepassing op automatische afschrijvingen die voor consumenten als betalers beschikbaar zijn krachtens het betalingsschema.

Artikel 4 Interoperabiliteit

1.

De betalingsschema’s die door betalingsdienstaanbieders voor het uitvoeren van overmakingen en automatische afschrijvingen moeten worden gebruikt, voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. de voorschriften ervan zijn dezelfde voor binnenlandse en grensoverschrijdende overmakingstransacties binnen de Unie en evenzo voor binnenlandse en grensoverschrijdende automatischeafschrijvingstransacties binnen de Unie, en

  2. de deelnemers aan het betalingsschema vertegenwoordigen een meerderheid van de betalingsdienstaanbieders binnen een meerderheid van de lidstaten en vormen een meerderheid van betalingsdienstaanbieders binnen de Unie, waarbij alleen rekening wordt gehouden met betalingsdienstaanbieders die respectievelijk overmakingen of automatische afschrijvingen aanbieden.

Wanneer de betaler noch de begunstigde een consument is, wordt voor de toepassing van de eerste alinea, onder b), alleen rekening gehouden met lidstaten waar dergelijke diensten door betalingsdienstaanbieders worden aangeboden, en alleen met betalingsdienstaanbieders die dergelijke diensten aanbieden.

2.

De exploitant of, indien er geen formele exploitant is, de deelnemers aan een retailbetalingssysteem binnen de Unie dragen ervoor zorg dat hun betalingssysteem technisch interoperabel is met andere retailbetalingssystemen binnen de Unie dankzij het gebruik van door internationale of Europese normalisatie-instellingen ontwikkelde standaarden. Bovendien stellen zij geen bedrijfsmatige voorschriften vast die de interoperabiliteit met andere retailbetalingssystemen binnen de Unie beperken. Betalingssystemen die zijn aangewezen krachtens Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen(14) dienen slechts technische interoperabiliteit te waarborgen met andere betalingssystemen die zijn aangewezen krachtens dezelfde richtlijn.

3.

Het verwerken van overmakingen en automatische afschrijvingen wordt niet door technische belemmeringen gehinderd.

4.

De eigenaar van het betalingsschema of, indien er geen formele eigenaar van een betalingsschema is, de belangrijkste deelnemer van een nieuw ingevoerd retailbetalingsschema dat in ten minste acht lidstaten deelnemers heeft, kan bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de eigenaar van het betalingsschema of waar de belangrijkste deelnemer zich bevindt, een aanvraag indienen voor een tijdelijke vrijstelling van de voorwaarden van lid 1, eerste alinea, onder b). Na raadpleging van de bevoegde autoriteiten in de andere lidstaten waar het nieuw ingevoerde betalingsschema een deelnemer heeft, de Commissie en de ECB, kunnen deze bevoegde autoriteiten een dergelijke vrijstelling verlenen voor maximaal drie jaar. Deze bevoegde autoriteiten baseren hun besluit op de capaciteit die de regeling heeft om zich te ontwikkelen tot een volwaardig pan-Europees betalingsschema en bij te dragen aan het versterken van de mededinging of het bevorderen van innovatie.

5.

Met uitzondering van de betalingsdiensten die een ontheffing genieten op grond van artikel 16, lid 4, treedt dit artikel op 1 februari 2014 in werking.

Artikel 5 Vereisten voor overmakings- en automatischeafschrijvingsstransacties

Artikel 6 Einddata

Artikel 7 Geldigheid van mandaten en recht op terugbetaling

Artikel 8 Afwikkelingsvergoedingen voor automatischeafschrijvingstransacties

Artikel 9 Toegankelijkheid van betalingen

Artikel 10 Bevoegde autoriteiten

Artikel 11 Sancties

Artikel 12 Buitengerechtelijke klachten- en verhaalprocedures

Artikel 13 Delegatie van bevoegdheden

Artikel 14 Uitoefening van de delegatie

Artikel 15 Herziening

Artikel 16 Overgangsbepalingen

Artikel 17 Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 924/2009

Artikel 18 Inwerkingtreding

BIJLAGE