„Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende begripsomschrijvingen:
[…]
-
onder ‚bedrijf’ wordt verstaan: het geheel van de productie-eenheden dat door de landbouwer wordt beheerd en zich bevindt op het grondgebied van eenzelfde lidstaat;
-
onder ‚landbouwactiviteit’ wordt verstaan: landbouwproducten produceren, fokken of telen tot en met het oogsten, het melken, het fokken en het houden van dieren voor landbouwdoeleinden of de grond in goede landbouw- en milieuconditie als vastgesteld op grond van artikel 5 houden”.