Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 december 2013
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 december 2013
Gegevens
- Instantie
- Hof van Justitie EU
- Datum uitspraak
- 19 december 2013
Uitspraak
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 19 december 2013 – Siemens e.a./Commissie
(Gevoegde zaken C‑239/11 P, C‑489/11 P en C‑498/11 P)
"Hogere voorziening - Mededinging - Mededingingsregeling - Markt voor projecten inzake gasgeïsoleerd schakelmateriaal - Verdeling van de markt - Verordening (EG) nr. 1/2003 - Bewijs van inbreuk - Eén enkele voortdurende inbreuk - Onjuiste opvatting van bewijzen - Bewijskracht van verklaringen die ingaan tegen belang van degene die ze aflegt - Geldboeten - Uitgangsbedrag - Referentiejaar - Afschrikkingsfactor - Volledige rechtsmacht - Gelijke behandeling - Rechten van verdediging - Motiveringsplicht"
1. Hogere voorzieningMiddelenOnjuiste beoordeling van feitenNiet-ontvankelijkheidToetsing door Hof van beoordeling van bewijsUitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting (Art. 256, lid 1, VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 38‑46)
2. Hogere voorzieningMiddelenMiddel gericht tegen overweging ten overvloedeFalend middelAfwijzing (cf. punten 53, 54)
3. Hogere voorzieningMiddelenOntoereikende of tegenstrijdige motiveringOntvankelijkheid (cf. punt 67)
4. Hogere voorzieningMiddelenOnjuiste beoordeling van feiten en bewijsmateriaalNiet-ontvankelijkheidEerbiediging van de regels inzake bewijslast en bewijsvoeringRechtsvraag (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punten 128‑130)
5. MededingingsregelingenBewijsVereiste mate van nauwkeurigheid van door Commissie in aanmerking genomen bewijzenBewijslast (Art. 101, lid 1, VWEU) (cf. punten 217‑220)
6. MededingingsregelingenVerbodInbreukenOvereenkomsten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen, die één enkele inbreuk vormenAansprakelijkstelling van onderneming voor gehele inbreukVoorwaarden (Art. 101, lid 1, VWEU) (cf. punten 242‑248)
7. MededingingsregelingenVerbodInbreukenBewijsBewijslast rustend op CommissieBewijs geleverd door aantal aanwijzingen en samenloop van omstandigheden waaruit bestaan en duur van voortdurende mededinging verstorende gedraging blijkenGeen bewijs voor bepaalde perioden van volledige betrokken periodeGeen invloed (Art. 101, lid 1, VWEU) (cf. punt 264)
8. Hogere voorzieningMiddelenMiddel voor het eerst aangevoerd in hogere voorzieningNiet-ontvankelijkheid (Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 287)
9. MededingingGeldboetenBedragVaststellingCriteriaAfschrikkende werking van geldboeteToepassing van een vermenigvuldigingscoëfficiëntInaanmerkingneming van de totale omzet van de betrokken ondernemingGrenzen (Art. 101 VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23) (cf. punten 298‑301)
10. MededingingAdministratieve procedureEerbiediging van rechten van verdedigingDraagwijdte van beginselGrenzenRecht van onderneming om getuigen à charge te ondervragenDaarvan uitgesloten (Art. 101, lid 1, VWEU) (cf. punten 317‑319)
11. Gerechtelijke procedureMaatregelen van instructieHoren van getuigenBeoordelingsvrijheid van GerechtInvloed van het beginsel van recht op een eerlijk proces (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 68, lid 1) (cf. punten 323‑325)
12. MededingingGeldboetenBedragVaststellingBeoordelingsvrijheid van CommissieRechterlijke toetsingVolledige rechtsmacht van de UnierechterDraagwijdte (Art. 261 VWEU en 263 VWEU; Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, art. 47; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 31) (cf. punten 333‑337)
13. MededingingAdministratieve procedureEerbiediging van rechten van verdedigingToegang tot dossierOmvangWeigering document mee te delenGevolgenNoodzaak om met betrekking tot op betrokken onderneming rustende bewijslast onderscheid te maken tussen belastende en ontlastende stukken (Art. 101, lid 1, VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 27, lid 2) (cf. punten 364‑369)
14. MededingingGeldboetenBeschikking waarbij geldboeten worden opgelegdMotiveringsplicht –OmvangVermelding van elementen op basis waarvan Commissie zwaarte en duur van inbreuk heeft beoordeeld (Art. 296 VWEU; verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, leden 2 en 3) (cf. punten 392‑397)
Voorwerp
Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 3 maart 2011, Siemens/Commissie (T‑110/07), houdende verwerping van het beroep van rekwirante strekkende tot nietigverklaring van beschikking C(2006) 6762 definitief van de Commissie van 24 januari 2007 in een procedure op grond van artikel 81 [EG] en artikel 53 van de EER-Overeenkomst met betrekking tot een mededingingsregeling op de markt voor projecten inzake gasgeïsoleerd schakelmateriaal en, subsidiair, tot verlaging van de aan rekwirante opgelegde geldboete – Schending van het recht op een eerlijk proces, van de rechten van de verdediging en van het beginsel van gelijke behandeling, en niet-nakoming van de motiveringsplicht – Onjuiste opvatting van het bewijsmateriaal – Onjuiste toepassing van de verjaringsregels – Schending van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
Dictum
1) De hogere voorzieningen worden afgewezen.
2) Siemens AG, Mitsubishi Electric Corp. en Toshiba Corp. worden verwezen in de kosten.