Aanbestedende diensten en aanbestedende instanties als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a), sluiten een ondernemer uit van deelname aan een procedure voor de gunning van een concessie wanneer zij hebben vastgesteld dat deze ondernemer bij onherroepelijk vonnis veroordeeld is om een van de volgende redenen:
-
deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2 van kaderbesluit 2008/841/JBZ van de Raad [van 24 oktober 2008 betreffende de bestrijding van georganiseerde criminaliteit (PB 2008, L 300, blz. 42)];
-
corruptie in de zin van artikel 3 van de Overeenkomst betreffende de Europese Unie ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn [PB 1997, C 195, blz. 1] en van artikel 2, lid 1, van kaderbesluit 2003/568/JBZ van de Raad [van 22 juli 2003 betreffende de bestrijding van corruptie in de particuliere sector (PB 2003, L 192, blz. 54)] of zoals omschreven in het nationale recht van de aanbestedende dienst of instantie of de ondernemer;
-
fraude in de zin van artikel 1 van de Overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen [(PB 1995, C 316, blz. 48)];
-
terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten in de zin van respectievelijk de artikelen 1 en 3 van kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad [van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding (PB 2002, L 164, blz. 3)], dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van genoemd kaderbesluit;
-
witwassen van geld of financiering van terrorisme, zoals gedefinieerd in artikel 1 van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad [van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB 2005, L 309, blz. 15)].
-
kinderarbeid en ander vormen van mensenhandel in de zin van richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad [van 5 april 2011 inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, en ter vervanging van kaderbesluit 2002/629/JBZ van de Raad (PB 2011, L 101, blz. 1)].