Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-09-2013, ECLI:NL:CBB:2013:166, AWB 11/53

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-09-2013, ECLI:NL:CBB:2013:166, AWB 11/53

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
12 september 2013
Datum publicatie
4 oktober 2013
ECLI
ECLI:NL:CBB:2013:166
Zaaknummer
AWB 11/53
Relevante informatie
Tabaks- en rookwarenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025]

Inhoudsindicatie

Rookverbod - geen verplichting van de toezichthouder zich steeds bekend te maken - Anonieme inspectie horecagelegenheid op zichzelf niet ontoelaatbaar, maar in dit geval is het boetebesluit onvoldoende zorgvuldig tot stand gekomen en is aan appellante de mogelijkheid tot het voren van inhoudelijk verweer vrijwel geheel ontnomen. Heroverweging van het boetebesluit

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 11/53 12 september 2013

11100

Uitspraak op het hoger beroep van:

[A] , te [vestigingsplaats] (hierna: appellante),tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 december 2010, met kenmerk AWB 10/1177 BC-T2, in het geding tussen appellante

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (hierna: de minister).

Gemachtigde van appellante: mr. R.P.E. Halfens, advocaat te Nieuwegein.

Gemachtigde van de minister: drs. R.N. Ramsoedh, werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA).

1 Het procesverloop in hoger beroep

Appellante heeft bij brief van 17 januari 2011, bij het College binnengekomen op 18 januari 2011, hoger beroep ingesteld tegen de hiervoor genoemde uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechtbank).

Bij brief van 22 februari 2011 heeft de minister een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

Op 20 juni 2013 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. Van de zijde van appellante zijn verschenen haar gemachtigde en [B], directeur van appellante. Van de zijde van de minister is verschenen zijn gemachtigde.

2 De grondslag van het geschil

2.1

Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

2.2

De minister heeft appellante bij besluit van 12 juni 2009 een boete opgelegd van € 300,- wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Hieraan ligt ten grondslag een proces-verbaal betreffende een inspectie van de horecagelegenheid van appellante, waarin het volgende is vermeld:

" B. INSPECTIE-INFORMATIE:

Dag/datum/tijdstip van de inspectie: zondag 4 januari 2009, om 01:40 uur.

C. INSPECTIEBEVINDINGEN:

- Aanwezigheid van een of meer bezoekers waargenomen.

- Typische horecawerkzaamheden waargenomen.

- Minstens één rokende persoon waargenomen.

- Tabaksrook gezien en geroken in de buurt van degene die horecawerkzaamheden verricht.

- Waargenomen dat geen horecawerker probeert het roken tegen te houden of te stoppen.

Ten tijde van de inspectie zagen en roken de controleurs dat er in het voorportaal bij de garderobe gerookt werd, terwijl er hier 2 portiers aanwezig waren. Tevens zagen de controleurs dat op de vloer van het cafe vele sigarettenpeuken lagen.

Hieruit bleek mij dat de ondernemer ofwel als werkgever niet zodanige maatregelen getroffen had dat zijn werknemer in staat werd gesteld werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van het

roken door anderen te ondervinden, hetgeen een overtreding is van artikel 11a, eerste lid van de Tabakswet ofwel, als exploitant van een horeca inrichting zonder personeel, geen rookverbod aangeduid en gehandhaafd had in de voor het publiek toegankelijke ruimten van het door hem beheerde gebouw, hetgeen

een overtreding is van artikel 11a, vierde lid, van de Tabakswet, in samenhang met artikel 3, eerste lid, onder a van het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten.

Dit proces-verbaal is opgemaakt door een VWA controleur welke bij akte van beëdiging nr. 6020119/0 is aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar en een VWA toezichthouder met nummer 28335."

2.3

Bij besluit van 22 februari 2010, waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft de minister het door appellante gemaakte bezwaar tegen het besluit van 12 juni 2009 ongegrond verklaard.

3 De uitspraak van de rechtbank

De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank is, kort gezegd, van oordeel dat op grond van het proces-verbaal de hinder of overlast voldoende is komen vast te staan. Voorts heeft zij overwogen:

" 2.6.4 Ten aanzien van de beroepsgrond van eiseres die ziet op het tijdstip van opmaken en toesturen van het proces-verbaal is de rechtbank gebleken dat verweerder bij brief van 29 januari 2009 aan eiseres heeft gemeld dat bij haar op 4 januari 2009 een overtreding van de Tabakswet is vastgesteld. Daarnaast is de periode tussen de datum van overtreding en het opmaken van het proces-verbaal niet onredelijk lang. De rechtbank begrijpt dat eiseres zich beter had kunnen verweren indien zij op de avond zelf of kort daarna van de overtreding op de hoogte was geraakt, maar niet gebleken is dat eiseres door verweerders handelwijze onevenredig is benadeeld in haar belangen. Het beroep van eiseres op dit punt faalt derhalve.

2.6.5 Verweerder heeft ter zitting verklaard dat de VWA-controleurs op een gegeven moment zijn overgegaan op anonieme inspecties omdat hun veiligheid in het geding was en er daarnaast sprake was van een zogenaamde ‘tamtam’. Gelet op deze verklaring is de rechtbank van oordeel dat verweerder niet in strijd met artikel 5:12 van de Awb heeft gehandeld. Ook op dit punt kan het beroep van eiseres niet slagen."

4 De standpunten van partijen in hoger beroep

5 De beoordeling van het geschil in hoger beroep

6 De beslissing