College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-05-2014, ECLI:NL:CBB:2014:248, AWB 13/112
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 15-05-2014, ECLI:NL:CBB:2014:248, AWB 13/112
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 15 mei 2014
- Datum publicatie
- 15 juli 2014
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2014:248
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2013:48, Overig
- Zaaknummer
- AWB 13/112
- Relevante informatie
- Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025]
Inhoudsindicatie
Boete (€91.200) wegens overtreding artikel 5:25i, tweede lid, Wft; onverwijlde algemeenverkrijgbaarstelling van voorwetenschap; is hier sprake van concrete en koersgevoelige informatie?
Uitspraak
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Zaaknummer 13/112 15 mei 2014
28201
Uitspraak op het hoger beroep van:
Wavin N.V., te Zwolle, appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 januari 2013, met kenmerk AWB 11/3491 (ECLI:NL:RBROT:2013:48), in het geding tussen
appellante
en
de Stichting Autoriteit Financiële Markten, te Amsterdam, (hierna: AFM).
Gemachtigde van appellante: mr. D.R. Doorenbos.
Gemachtigde van AFM: mr. H.J. Sachse.
1 Het procesverloop in hoger beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen bovengenoemde uitspraak van de rechtbank Rotterdam (hierna: rechtbank).
AFM heeft gereageerd op het (aanvullend) hoger beroepschrift.
Op 18 februari 2014 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. Partijen zijn verschenen bij hun gemachtigde. Namens AFM zijn tevens verschenen M.E. ten Cate en A.A.G. Merkelbach.
2 De grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
Bij besluit van 9 maart 2011 heeft AFM aan appellante een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 96.000,- wegens overtreding van artikel 5:25i, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Bij beslissing op bezwaar van 13 juli 2011, waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft AFM het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
3 De uitspraak van de rechtbank
De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het boetebesluit ambtshalve, wegens een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, herroepen voor wat betreft de hoogte van de boete en de boete vastgesteld op € 91.200,-. Verwezen wordt naar de overwegingen van de rechtbank in de aangevallen uitspraak.