Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:392, AWB 12/1082

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:392, AWB 12/1082

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
29 oktober 2014
Datum publicatie
29 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:CBB:2014:392
Zaaknummer
AWB 12/1082
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]

Inhoudsindicatie

Bestuurlijke boete wegens overtreding van art. 7 Meststoffenwet. Lossing 21 vrachten mest van elders afkomstig, op bij bedrijf behorende landbouwgrond. GPS-registratie loslocaties. Niet aannemelijk dat lossing buiten medeweten van betrokkene hebben plaatsgevonden.

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 12/1082

16005

tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 16 oktober 2012 in het geding tussen appellante

en

gemachtigde van appellante: mr. drs. C.C. van Harten

gemachtigde van de staatssecretaris: mr. A.H. Spriensma

Procesverloop in hoger beroep

Appellante heeft bij brief van 21 november 2012 hoger beroep ingesteld gericht tegen de bijgevoegde uitspraak van de rechtbank Groningen van 16 oktober 2012 (Awb 12/462, hierna: de aangevallen uitspraak).

De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

Op 17 maart 2014 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij de gemachtigden van partijen zijn verschenen. Namens appellante waren tevens aanwezig [naam 3] en [naam 2].

Grondslag van het geschil

1. Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.1

De Algemene Inspectiedienst (hierna: AID) heeft een landelijk onderzoek uitgevoerd naar aflevering van mest waarbij een fictieve afnemer zou zijn vermeld, te weten “[naam 4]” of “[naam 5]”. Op basis van dit onderzoek is vervolgens een onderzoek ingesteld naar appellante in verband met het vermoeden dat de Meststoffenwet (Msw) zou zijn overtreden. In een afdoeningsrapport van 27 november 2009 zijn de bevindingen van dat onderzoek neergelegd. De AID concludeert hierin dat op 18 juni, 19 juni, 22 juni en 23 juni 2009 in totaal 21 vrachten dierlijke mest bij appellante zijn gelost. Dit wordt gebaseerd op gegevens bekend bij de Dienst Regelingen, zoals losmeldingen waarbij met GPS-coördinaten de loslocaties zijn vastgesteld. Die loslocaties bevonden zich op en om het erf van appellante. Op de vervoersbewijzen is steeds [naam 4] als afnemer vermeld en als overige betrokkene [naam 6] B.V.. De heren [naam 7] en [naam 8], directeuren van [naam 4], hebben verklaard, welke verklaringen zijn opgenomen in een memo van 22 februari 2010 van een ambtenaar van de AID, dat zij toestemming hebben gegeven de naam van hun bedrijf op de vervoersbewijzen te vermelden. De mest is volgens hen echter niet op hun bedrijf opgeslagen of uitgereden, maar door [naam 9] doorgeleverd aan anderen. In het AID-rapport is ook verwezen naar stukken die in de administratie van de vervoerder, [naam 10], zijn aangetroffen. Dit betreft een opdrachtformulier waarop als losadres het adres van appellante is vermeld, met de data 18, 19, 22 en 23 juni 2009, en planningsformulieren waarop dit adres op deze data als losplaats is vermeld. Op basis van dat onderzoek is bij primair besluit van 13 juli 2011 een boete opgelegd van € 37.414,50 wegens overtreding van artikel 7 van de Msw in het jaar 2009. Bij de vaststelling van de overtreding van artikel 7 van de Msw en de berekening van de boete is uitgegaan van een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen met 2.921 kg, overschrijding van de stikstofgebruiksnorm met 2.442 kg en overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm met 1.531 kg.

1.2

Bij besluit van 28 maart 2012 heeft de staatssecretaris het bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit is beroep ingesteld.

De uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De overwegingen die de rechtbank tot deze beslissing hebben gebracht zijn vermeld onder rechtsoverweging 6 en 7 van de aangevallen uitspraak.

De beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing