College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:393, AWB 13/131
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:393, AWB 13/131
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 29 oktober 2014
- Datum publicatie
- 29 oktober 2014
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2014:393
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1715, Overig
- Zaaknummer
- AWB 13/131
- Relevante informatie
- Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030] art. 4
Inhoudsindicatie
Bestuurlijke boete wegens overtreding artikel 14 Meststoffenwet. Afleveren door intermediaire onderneming van vrachten mest zonder dat kon worden vastgesteld wie de afnemers waren. Bewijs dat vrachten mest op de intermediaire onderneming zijn aangevoerd niet in alle gevallen geleverd. Ten aanzien van overige vrachten terecht boete opgelegd. Overtredingen in de sfeer van de onderneming. Nalaten maatregelen om overtredingen te voorkomen.
Uitspraak
uitspraak
zaaknummer: 13/131
16005
Tussenuitspraak van de meervoudige kamer van 29 oktober 2014 in het hoger beroep van:
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 24 januari 2013 in het geding tussen appellante
en
gemachtigde van appellante: P.J. Houtsma
gemachtigde van de staatssecretaris: mr. A.H. Spriensma-Heringa
Procesverloop in hoger beroep
Appellante heeft bij brief van 27 februari 2013 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van 24 januari 2013 (ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1715,
hierna: de aangevallen uitspraak).
Bij brief van 18 juni 2013 heeft de staatssecretaris een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.
Op 17 maart 2014 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij [naam 2] en [naam 3] en de gemachtigden van partijen zijn verschenen.
Grondslag van het geschil
1. Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
De Algemene Inspectiedienst (hierna: AID) heeft een onderzoek ingesteld naar appellante in verband met het vermoeden dat de Meststoffenwet (Msw) zou zijn overtreden. Dat onderzoek vloeide voort uit een groter strafrechtelijk onderzoek naar het afleveren van dierlijke mest aan fictieve afnemers. In een rapport (met nr. 61075) van 15 juli 2011 zijn de bevindingen van het onderzoek neergelegd. Uit het rapport komt naar voren dat van het totaal van 252 door de AID onderzochte mesttransporten, van 44 vrachten dierlijke mest, afgeleverd in de periode van 15 mei 2009 tot en met 20 juli 2009, niet kon worden vastgesteld wie de afnemers waren. Appellante heeft niet gemeld wie de afnemers waren. De staatssecretaris verwijt appellante op basis daarvan dat zij voor deze vrachten niet aan haar verantwoordingsplicht heeft voldaan. Bij primair besluit van 14 december 2011 is aan appellante een boete opgelegd van € 91.454,- wegens overtreding van artikel 14 van de Msw in het jaar 2009. Bij de vaststelling van de overtreding en de berekening van de boete is uitgegaan van het niet verantwoorden van 8.314 kg fosfaat.
Bij besluit van 5 juli 2012 is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 14 december 2011 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit is beroep ingesteld.
De uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De overwegingen die de rechtbank tot deze beslissing hebben gebracht zijn vermeld onder rechtsoverweging 4.1 tot en met 11.2 van de aangevallen uitspraak.