College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:395, AWB 12/816
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:395, AWB 12/816
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 29 oktober 2014
- Datum publicatie
- 29 oktober 2014
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2014:395
- Formele relaties
- Eerste aanleg: ECLI:NL:RBARN:2012:BX0911, Overig
- Zaaknummer
- AWB 12/816
- Relevante informatie
- Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]
Inhoudsindicatie
Bestuurlijke boete wegens overtreding van artikel 7 Meststoffenwet. GPS-registratie van loslocaties. Boete kon worden opgelegd aan alle medeplegers en daarnaast aan de feitelijk leidinggevende. Geen matiging wegens bijzondere omstandigheden, daaronder begrepen de minderjarigheid van de feitelijk leidinggevende.
Uitspraak
uitspraak
zaaknummer: 12/816
16005
1. [naam 1] te [plaats];
2. [naam 2] Holding B.V.gevestigd te [plaats] (hierna ook: de holding);
3. [naam 3], wonende te [plaats],
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 28 juni 2012 in het geding tussen appellanten
en
gemachtigde van appellanten sub 1 en 3: mr. F.Th.M. Petersgemachtigde van appellante sub 2: [naam 4]
gemachtigde van verweerder: mr. A.H. Spriensma
Procesverloop in hoger beroep
Appellanten hebben bij brief van 8 augustus 2012 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 28 juni 2012 (ECLI:NL:RBARN:2012:BX0911; hierna: de aangevallen uitspraak).
De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.
Op 31 maart 2014 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij appellanten 1 en 3 in persoon zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Het standpunt van appellante 2 is verwoord door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Grondslag van het geschil
1. Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader, en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
De Algemene Inspectiedienst (hierna: AID) heeft een onderzoek ingesteld naar appellanten in verband met het vermoeden dat de Meststoffenwet (Msw) zou zijn overtreden. In onder meer een rapport van 26 april 2010 (met nr. 59593) zijn de bevindingen van dat onderzoek neergelegd. Op basis van dat onderzoek zijn bij primaire besluiten van 23 december 2010 boetes opgelegd aan appellanten en aan Mesthandel [naam 5] B.V. wegens overtreding van artikel 7 van de Msw in het jaar 2009 van in totaal € 495.000- . De boetes zijn als volgt verdeeld: appellante 2 € 202.500,-, Mesthandel [naam 5] B.V. € 202.500,- en appellante 3 € 45.000,- voor het medeplegen van de overtredingen. Appellant 1 is een boete opgelegd van € 45.000,- wegens het feitelijk leiding geven aan het overtreden van artikel 7 van de Msw. Bij de vaststelling van de overtreding en de berekening van de boete is uitgegaan van een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen met 39.699 kg, van de stikstofgebruiksnorm met 17.690 kg en van de fosfaatgebruiksnorm met 23.442 kg. De boetes zijn begrensd door de maximale tarieven zoals opgenomen in de Msw kg. De boetes zijn begrensd door de maximale tarieven zoals opgenomen in de , te weten € 45.000,- voor natuurlijke personen en € 450.000,- voor een rechtspersoon.
Bij besluiten van 20 september 2011 zijn de bezwaren ongegrond verklaard. Tegen deze besluiten is beroep ingesteld.
De uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van Mesthandel [naam 5] B.V. gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd en het primaire besluit, waarbij de boete van € 202.600,- is opgelegd, herroepen. De beroepen van appellanten zijn ongegrond verklaard. Voor de overwegingen die tot deze beslissing hebben geleid wordt verwezen naar de overwegingen 3 tot en met 5.3. van de aangevallen uitspraak.
De gegrondverklaring van het beroep van Mesthandel [naam 5] B.V. berust op de overweging dat uit het uittreksel van het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat Mesthandel [naam 5] B.V. pas bestaat sinds 11 december 2009. Daarvoor was het [naam 6] B.V. en hadden [naam 7] en [naam 8] de volledige volmacht. Sinds 11 december 2009 zijn de statuten van [naam 6] B.V. gewijzigd en is de naam gewijzigd in Mesthandel [naam 5] B.V. Enig aandeelhouder is sinds die datum [naam 9]. Nu Mesthandel [naam 5] B.V. derhalve nog niet bestond ten tijde van de overtredingen kon zij ook niet als overtreder worden aangemerkt en kon aan haar geen boete worden opgelegd wegens overtreding van artikel 7 van de Msw.
Appellante 2 ([naam 2] Holding B.V.) heette in de periode waarin de overtredingen zijn begaan Mesthandel [naam 5] B.V.. De rechtbank heeft geoordeeld dat de overtredingen door en op naam van Mesthandel [naam 5] B.V., thans appellante 2, zijn begaan en dat appellante 2 daarom terecht is beboet als overtreder. Appellante 3 en appellant 1 zijn naar het oordeel van de rechtbank terecht beboet als medepleger respectievelijk feitelijk leidinggevende.