Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:396, AWB 12/1138

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:396, AWB 12/1138

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
29 oktober 2014
Datum publicatie
29 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:CBB:2014:396
Formele relaties
Zaaknummer
AWB 12/1138
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]

Inhoudsindicatie

Meststoffenwet, overtreding gebruiksnormen, boete, matiging

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 12/1138

16005

V.O.F. Loonbedrijf [naam 1], [naam 2] en [naam 3],

te [plaats], appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 november 2012 in het geding tussen appellanten

en

de staatssecretaris van Economische Zaken, (hierna te noemen: de staatssecretaris),

gemachtigde van appellanten: mr. G.H. Blom

gemachtigde van de staatssecretaris: mr. A.H. Spriensma-Heringa

Procesverloop in hoger beroep

Appellanten hebben bij brief van 24 december 2012 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 22 november 2012 (ECLI:NL:RBARN:2012:BY6908, hierna: de aangevallen uitspraak).

Bij brief van 3 april 2013 heeft de staatssecretaris een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

Op 17 maart 2014 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij de gemachtigden van partijen zijn verschenen. Ook [naam 2] en [naam 3] waren aanwezig.

Grondslag van het geschil

1. Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader, en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

De Algemene Inspectiedienst (hierna: AID) heeft een onderzoek ingesteld naar appellanten in verband met het vermoeden dat de Meststoffenwet (Msw) zou zijn overtreden. In een rapport (met nr. 59755) van 13 juli 2010 zijn de bevindingen van dat onderzoek neergelegd. In dat rapport is geconcludeerd dat op een aantal percelen behorende tot het bedrijf van appellanten grote hoeveelheden mest zijn aangebracht. Op basis van dat onderzoek is bij primair besluit van 28 september 2011 aan appellanten een boete van € 147.665,50 opgelegd wegens overtreding van artikel 7 van de Msw in het jaar 2009. Bij de vaststelling van de overtreding en de berekening van de hoogte van de boete is uitgegaan van een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen met 14.113 kg stikstof, overschrijding van de stikstofgebruiksnorm met 4.638 kg en overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm met 5.933 kg.

1.2

Bij besluit van 26 april 2012 is het hiertegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit is beroep ingesteld.

De uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep van appellanten gegrond verklaard en de boete wegens bijzondere omstandigheden gematigd tot € 60.000,-. Daartoe is het bestreden besluit vernietigd en het besluit van 28 september 2011 waarbij de oorspronkelijke boete was opgelegd herroepen.

Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat appellanten slechts gering economisch voordeel hebben genoten, welk voordeel bovendien van andere aard is dan de wetgever voor ogen had. De rechtbank acht appellanten wel verantwoordelijk voor overtreding van artikel 7 van de Msw, ondanks het feit dat zij hun mestrechten hadden verkocht aan Mesthandel [naam 4] B.V. (hierna: [naam 4]). Dat bedrijf heeft in de maanden augustus en september 2009 mest op de landbouwgrond van appellanten gebracht. Dat [naam 4] niet volgens de opdracht zou hebben gehandeld komt voor rekening van appellanten.

De beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing

Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.