College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:401, AWB 12/1066
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 24-10-2014, ECLI:NL:CBB:2014:401, AWB 12/1066
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 24 oktober 2014
- Datum publicatie
- 3 november 2014
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2014:401
- Zaaknummer
- AWB 12/1066
- Relevante informatie
- Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]
Inhoudsindicatie
Bestuurlijke boete. Overschrijding gebruiksnormen. Verwijtbaarheid. Fosfaatcompensatie.
Uitspraak
uitspraak
zaaknummer: 12/1066
16005
(gemachtigde: mr. J.J. Nicolaas)
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (Assen) van 2 oktober 2012, kenmerk 11/792 BESLU, in het geding tussen
(gemachtigde: mr. A.H. Spriensma-Heringa).
Procesverloop in hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (rechtbank) van 2 oktober 2012 met kenmerk 11/792 BESLU.
De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2014. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
Bij besluit van 25 februari 2011 heeft de staatssecretaris aan appellant een bestuurlijke boete van in totaal € 20.636,-- opgelegd wegens overtreding van artikel 7, in samenhang met artikel 8, aanhef en onder c, en artikel 11 van de Meststoffenwet (Msw). De overtreding baseert de staatssecretaris op een controle op de naleving door appellant van de gebruiksnormen 2009. Op grond van deze controle concludeert de staatssecretaris dat appellant in 2009 de voor hem geldende fosfaatgebruiksnorm heeft overschreden.
Bij besluit van 4 oktober 2011 heeft de staatssecretaris het tegen de boete gerichte bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard en daartoe, voor zover voor het hoger beroep van belang en kort samengevat, overwogen dat appellant de bevindingen van de controle waarop de boete is gebaseerd niet bestrijdt, zodat voldoende aannemelijk is dat appellant de fosfaatgebruiksnorm met 1.876 kg fosfaat heeft overschreden. De staatssecretaris heeft de hoogte van de boete in overeenstemming met artikel 57 Msw vastgesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de overtreding appellant kan worden verweten. Dat appellant al twintig jaar van dezelfde transporteur gebruik maakt en dat appellant niet wist dat hij teveel fosfaat liet aanvoeren, ontslaat hem niet van zijn verantwoordelijkheid om de gebruiksnormen niet te overschrijden. Appellant dient zich ervan te vergewissen dat hij die normen niet overschrijdt, en heeft hiertoe ook de mogelijkheid nu er tussentijds meetresultaten van de fosfaat in de aangeleverde mest worden afgegeven op verschillende momenten per jaar. Appellant had op grond hiervan een inschatting kunnen maken van de hoeveelheid fosfaat die hij op zijn land zou verspreiden.
Ten aanzien van de wens van appellant om een bepaalde hoeveelheid fosfaat door te schuiven naar het jaar 2010, heeft de rechtbank overwogen dat tussen partijen niet in geschil is dat er geen tijdige melding in het kader van de fosfaatverrekening heeft plaatsgevonden. Verder is niet voldaan aan de compensatieplicht door appellant. De staatssecretaris heeft zich volgens de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat, nu er geen compensatie plaatsvindt van de overschrijding van de fosfaatnorm, er een dusdanige aantasting van het milieu plaatsvindt dat de boete in verhouding staat tot de begane overtreding.