College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-11-2014, ECLI:NL:CBB:2014:428, AWB 13/132
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 14-11-2014, ECLI:NL:CBB:2014:428, AWB 13/132
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 14 november 2014
- Datum publicatie
- 20 november 2014
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2014:428
- Zaaknummer
- AWB 13/132
- Relevante informatie
- Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030] art. 7
Inhoudsindicatie
Boete. Overschrijding gebruiksnormen
Uitspraak
uitspraak
zaaknummer: 13/132
16005
uitspraak van de meervoudige kamer van 14 november 2014 op het hoger beroep van:
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 8 februari 2013, kenmerk AWB 12/3740, in het geding tussen
(gemachtigde: mr. A.H. Spriensma-Heringa).
Procesverloop in hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant (rechtbank) van 8 februari 2013 met kenmerk AWB 12/3740.
De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2014. Appellant is verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
Bij besluit van 9 maart 2012 heeft de staatssecretaris aan appellant een bestuurlijke boete van in totaal € 25.586,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 7, in samenhang met artikel 8, aanhef en onder a en c, van de Meststoffenwet (Msw). De overtreding baseert de staatssecretaris op een controle op de naleving door appellant van de gebruiksnormen in 2010. Op grond van deze controle concludeert de staatssecretaris dat appellant in 2010 de voor hem geldende gebruiksnormen heeft overschreden.
Bij besluit van 12 oktober 2012 heeft de staatssecretaris het tegen de boete gerichte bezwaar van appellant gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete verlaagd naar € 11.509,50.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant gegrond verklaard, het besluit van 12 oktober 2012 vernietigd en de boete vastgesteld op een bedrag van € 11.047,50. De rechtbank heeft, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen:
" [...]
3. Ter zitting heeft verweerder aangegeven de boete van € 11.509,50 te verlagen met een bedrag van € 462,00, omdat in de berekening abusievelijk is uitgegaan van een fosfaatgebruiksnorm per hectare grasland van 90 kilogram fosfaat, in plaats van de in artikel 11, eerste lid, van de Msw genoemde norm van 95 kilogram voor het jaar 2010. De boete wordt dan bepaald op een bedrag van € 11.047,50. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.
4. Vervolgens ligt ter beoordeling voor of de boete van € 11.047,50 in rechte gehandhaafd kan blijven.
5. De rechtbank stelt vast dat verweerder naar aanleiding van het door eiser gestelde tijdens de hoorzitting in bezwaar en de door hem overgelegde vervoersbewijzen een nieuwe berekening heeft gemaakt van het gebruik van meststoffen in 2010. Als gevolg hiervan is het geconstateerde gebruik gedaald en daarmee ook de overschrijding van de gebruiksnorm van dierlijke mest en de fosfaatgebruiksnorm. Eiser heeft deze berekening niet betwist. Ter zitting heeft verweerder de berekening aangepast zoals hiervoor weergegeven. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de resultaten van de nieuwe berekening van verweerder onjuist zijn.
6. Eiser stelt naar aanleiding van de aan hem opgelegde bestuurlijke boete in 2006, die thans nog niet onherroepelijk is, de grond in de jaren 2007, 2008 en 2009 te weinig te hebben bemest. Gelet daarop heeft eiser in 2010 wat extra bemest. De grond was schraal geworden.
7. Deze beroepsgrond faalt. Zoals verweerder in het verweerschrift terecht stelt, kan met een mogelijke onderschrijding van de gebruiksnormen in eerdere jaren, geen rekening worden gehouden. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel tot Wijziging van de Meststoffenwet (invoering gebruiksnormen), Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 29930, nr. 3, is opgenomen dat ingevolge de Nitraatrichtlijn het bij alle gebruiksnormen gaat om een absoluut plafond per jaar en per bedrijf. Er mag niet worden gemiddeld of verrekend tussen jaren en tussen bedrijven. Het gevolg daarvan zou immers zijn dat in bepaalde jaren een hogere stikstof- en/of fosfaatgift dan de norm zou kunnen worden gegeven, omdat in andere jaren een onderschrijding van de norm heeft plaatsgevonden.
8. Voor zover eiser stelt dat hem geen verwijt treft omdat andere mensen de regels hebben overtreden, treft deze stelling geen doel. Schuld in de zin van verwijtbaarheid is bij overtredingen ingevolge de Msw geen bestanddeel. De verwijtbaarheid van de overtreding hoeft niet te worden bewezen, maar wordt verondersteld aanwezig te zijn ingeval het daderschap vaststaat.
[...] "