College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-02-2014, ECLI:NL:CBB:2014:70, AWB 12/1132
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-02-2014, ECLI:NL:CBB:2014:70, AWB 12/1132
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 25 februari 2014
- Datum publicatie
- 5 maart 2014
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2014:70
- Zaaknummer
- AWB 12/1132
Inhoudsindicatie
Verhoogde gebruiksnorm wegens derogatie. Vervallen verhoogde norm moet uitdrukkelijk bij of krachtens de wet worden bepaald
Uitspraak
uitspraak
zaaknummer: 12/1132
16005
Maatschap [naam 1] en [naam 2] en [naam 3] en [naam 4], te [vestigingsplaats], appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 6 november 2012 in het geding tussen appellante
en
gemachtigde van appellante: mr. drs. C.C. van Harten;
gemachtigde van de staatssecretaris: mr. A.H. Spriensma-Heringa.
Procesverloop in hoger beroep
Appellante heeft bij brief van 19 december 2012 hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Assen van 6 november 2012 (ECLI:NL:RBGRO:2012:2708).
De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.
Op 20 november 2013 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad. Partijen waren vertegenwoordigd door hun gemachtigde. Verder is namens appellante [naam 1] verschenen.
Het College heeft het onderzoek ter zitting geschorst ten einde verweerder in de gelegenheid te stellen om het handhavingsbeleid op het gebied van derogatie in het geding te brengen.Bij brief van 28 november 2013 heeft verweerder het desbetreffende stuk in het geding gebracht. Desgevraagd heeft appellante op dat stuk gereageerd. Partijen hebben vervolgens toestemming verleend voor het achterwege laten van een nieuwe zitting, waarna het onderzoek op 28 januari 2014 is gesloten.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
Bij besluit van 16 december 2009 is appellante een boete opgelegd van € 10.000,- wegens overtreding van artikel 7 van de Meststoffenwet (hierna: Msw) in 2008. Daarbij is ervan uitgegaan dat appellante de gebruiksnorm voor dierlijke mest heeft overschreden. Bij dat standpunt is rekening gehouden met de constatering van de Algemene Inspectiedienst (AID) op 14 november 2008 dat appellante op twee percelen grasland graszoden heeft vernietigd, gelegen op veengrond. Daarmee heeft appellante naar het oordeel van de staatssecretaris een van de voorwaarden overtreden voor derogatie, waarvoor appellante zich had aangemeld. Om die reden is de staatssecretaris uitgegaan van een gebruiksnorm van 170 kg. stikstof per hectare in plaats van de verhoogde derogatienorm van 250 kg. stikstof per hectare. De boete zou, gelet op de mate van overschrijding van de gebruiksnorm en uitgaande van de boetebedragen zoals neergelegd in artikel 57 van de Msw, neerkomen op € 39.445,-, maar is door de staatsecretaris op grond van intern handhavingsbeleid gematigd tot € 10.000,-.
De uitspraak van de rechtbank
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De overwegingen die de rechtbank tot deze beslissing hebben gebracht zijn vermeld in rubriek 3.2 van de aangevallen uitspraak.