Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-05-2015, ECLI:NL:CBB:2015:152, AWB 13/591

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 07-05-2015, ECLI:NL:CBB:2015:152, AWB 13/591

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
7 mei 2015
Datum publicatie
28 mei 2015
ECLI
ECLI:NL:CBB:2015:152
Zaaknummer
AWB 13/591
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]

Inhoudsindicatie

overtreding Meststoffenwet, bewijs voor overtreding van artikel 7 MSW

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 13/591

16005

appellanten

(gemachtigde: mr. F. van der Hoef)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 juli 2013, kenmerk AWB LEE 12/1703, in het geding tussen appellanten

(gemachtigde: mr. A.H. Spriensma-Heringa)

Procesverloop in hoger beroep

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 juli 2013 (hierna: de aangevallen uitspraak).

De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

Op 1 december 2014 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij voor appellanten [naam 2] is verschenen bijgestaan door de gemachtigde van appellanten. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

Grondslag van het geschil

1.1

Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.2

Bij besluit van 22 september 2010 heeft de staatssecretaris een bestuurlijke boete opgelegd aan appellanten (de erven van [naam 1]) van € 45.000,- wegens overtreding van artikel 7 van de Meststoffenwet (Msw) in het jaar 2009. De boete is mede gebaseerd op afdoeningsrapporten van de Algemene Inspectiedienst (de AID) met nummers 59108 en 56521. Bij de vaststelling van de overtreding en de berekening van de hoogte van de boete is de staatssecretaris bij het primaire besluit uitgegaan van een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen met 42.079 kg stikstof, overschrijding van de stikstofgebruiksnorm met 20.744 kg en overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm met 26.814 kg. De boete is vastgesteld op het wettelijke maximum voor natuurlijke personen van € 45.000,-.

1.3

Bij besluit van 11 juni 2012 is het hiertegen door appellanten gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard. De mate van overschrijding van de gebruiksnormen is naar beneden bijgesteld. Op 17 juli 2009 is [naam 3], de broer van [naam 4], die na het overlijden van laatstgenoemde het landbouwbedrijf van de gebroeders [naam 1] had voortgezet, overleden. Vrachten met mest van vóór 17 juli 2009 zijn de erven van [naam 1] niet langer aangerekend. Daarnaast is grond in Noord-Holland, waarvan gebleken is dat deze bij een ander in gebruik was, niet langer meegeteld. Blijkens de bijlage bij het besluit op bezwaar is na heroverweging uitgegaan van een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen met 14.256 kg stikstof, overschrijding van de stikstofgebruiksnorm met 3.391 kg en overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm met 8.427 kg. De hoogte van de bestuurlijke boete is gehandhaafd op het maximumbedrag voor natuurlijke personen, te weten € 45.000,-.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De overwegingen die de rechtbank tot deze beslissing hebben gebracht zijn vermeld onder 4.2 tot en met 4.9 van de aangevallen uitspraak.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing