College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30-04-2015, ECLI:NL:CBB:2015:164, AWB 13/402
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30-04-2015, ECLI:NL:CBB:2015:164, AWB 13/402
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 30 april 2015
- Datum publicatie
- 11 juni 2015
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2015:164
- Zaaknummer
- AWB 13/402
- Relevante informatie
- Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]
Inhoudsindicatie
Overtreding Meststoffenwet, eisen aan vervoer en vervoerder, geen bedrijfsintern transport
Uitspraak
uitspraak
zaaknummer: 13/402
16005
(gemachtigde: mr. R. Verkoijen)
tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 12 april 2013, kenmerk SHE 13/184, in het geding tussen
appellante
(gemachtigde: A.H. Spriensma-Heringa)
Procesverloop in hoger beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 12 april 2013 (hierna: de aangevallen uitspraak).
De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.
Op 1 december 2014 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij de gemachtigde van verweerder is verschenen. De gemachtigde van appellante is, met bericht, niet verschenen.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
Bij besluit van 7 augustus 2012 is een boete opgelegd van totaal € 2.100,-- voor zeven overtredingen van de Meststoffenwet (Msw). Elke overtreding is beboet met € 300,-. Uit het besluit van 10 december 2012, waarbij het besluit van 7 augustus 2012 is bevestigd, blijkt dat de boete is opgelegd voor de volgende overtredingen:
1) Niet naar waarheid aanleveren van Aanvullende Gegevens Landbouwbedrijven 2011; overtreden bepalingen: artikel 34 en 35 Msw, artikel 35, eerste en tweede lid, en artikel 36 onderdeel d van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit), artikel 42 en 124, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling).
2) Vervoer van dierlijke meststoffen niet uitgevoerd door een bij de Dienst Regelingen geregistreerde intermediair; overtreden bepalingen: artikel 15 en 34 Msw, artikel 48 van het Uitvoeringsbesluit.
3) Bij het vervoer van dierlijke meststoffen is geen gebruik gemaakt van een transportmiddel uitgerust met op naam van de intermediair geregistreerde Automatische Gegevens Registratieapparatuur (AGR), die voldoet aan de wettelijk vastgelegde prestatiekenmerken en die behoort tot een type waarvan bij keuring is vastgesteld dat deze aan deze kenmerken voldoet; overtreden bepalingen: artikel 15 en 34 Msw, artikel 49, tweede lid, en artikel 52, eerste lid, onderdeel c, van het Uitvoeringsbesluit, artikel 53, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling.
4) Bij het vervoer van dierlijke meststoffen is geen gebruik gemaakt van een transportmiddel uitgerust met satellietvolgapparatuur (GPS); overtreden bepalingen: artikel 15 en 34 Msw, artikel 49, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit.
5) Bij het vervoer van dierlijke meststoffen is door de afnemer geen Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) opgemaakt; overtreden bepalingen: artikel 15 en 34 Msw, artikel 53, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit.
6) Het gewicht van de aangevoerde vrachten mest is niet bepaald met een weegwerktuig;
overtreden bepalingen: artikel 35 tot en met 37 Msw, artikel 66 tot en met 70 van het Uitvoeringsbesluit, artikel 76, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling.
7) Van de aangevoerde vrachten mest is geen monster genomen; overtreden bepalingen: artikel 35 tot en met 37 Msw, artikel 66 tot en met 70 van het Uitvoeringsbesluit, artikel 78, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling.
De boetes zijn gebaseerd op een afdoeningsrapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van 25 mei 2012. Controleurs van de NVWA hebben geconstateerd dat op 19 en 20 oktober 2011 drie vrachten pluimveemest zijn afgevoerd van een pluimveebedrijf op de Nistelrodesedijk 1 te Loosbroek naar het bedrijf van appellante waar de vrachten zijn gelost. Daarbij is gebruik gemaakt van een landbouwtractor met een kiepkar en is niet voldaan aan de voorwaarden die aan het vervoer van meststoffen worden gesteld.
Bij besluit van 10 december 2012 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft kort gezegd geoordeeld dat de staatssecretaris terecht voor elke geconstateerde overtreding afzonderlijk een boete heeft opgelegd. Elk overtreden voorschrift stelt, los van de andere voorschriften, eisen aan de vervoerder, het voertuig, de wijze van vervoer en de administratie daarvan en streeft daarmee een ander doel na. Van meerdaadse samenloop is daarom geen sprake. Het transport kan bovendien niet worden beschouwd als een bedrijfsintern transport. De stelling dat sprake was van verhuur van de opslag aan het bedrijf van de broer van appellante is niet aannemelijk gemaakt.