Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-05-2015, ECLI:NL:CBB:2015:182, AWB 13/987

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 29-05-2015, ECLI:NL:CBB:2015:182, AWB 13/987

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
29 mei 2015
Datum publicatie
24 juni 2015
ECLI
ECLI:NL:CBB:2015:182
Zaaknummer
AWB 13/987
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]

Inhoudsindicatie

Overtreding msw, waardering alternatieve gegevens

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 13/987

16005

(gemachtigde: [naam 2]),

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 november 2013, kenmerk 12/5667, in het geding tussen appellant

en

(gemachtigde: mr. A.H. Spriensma-Heringa).

Procesverloop in hoger beroep

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 21 november 2013 (ECLI:NL:RBGEL:2013:4684, hierna: de aangevallen uitspraak).

De staatssecretaris heeft een reactie op het hogerberoepschrift ingediend.

Op 29 januari 2015 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij appellant en de gemachtigden van partijen zijn verschenen.

Grondslag van het geschil

1. Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.1

De Dienst Regelingen heeft in het kader van het toezicht op de naleving van de Meststoffenwet (Msw) in het jaar 2009 het bedrijf van appellant onderzocht. Bij brief van 27 mei 2010 is appellant verzocht nadere gegevens aan te leveren door middel van de formulieren ‘Meer informatie varkens’ en ‘Meer informatie graasdieren’. Verweerder heeft bij brief van 28 januari 2011 daarop het voornemen kenbaar gemaakt een boete op te leggen van € 45.000,- gebaseerd op een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen met 9.274 kg stikstof, de stikstofgebruiksnorm met 1.034 kg stikstof en de fosfaatgebruiksnorm met 1.868 kg fosfaat. Appellant heeft door middel van een (ongedateerde) zienswijze, door de staatssecretaris ontvangen op 24 februari 2011, naar voren gebracht dat in de eerdere opgave van mestboekhouding de eindvoorraden vaste varkens- en rundermest niet waren vermeld. De staatssecretaris heeft vervolgens bij primair besluit van 8 maart 2011 aan appellant een boete opgelegd van € 33.943,- wegens overtreding van artikel 7 van de Msw in het jaar 2009. In het kader van het tegen dit besluit gerichte bezwaar heeft de staatssecretaris bij brief van 7 juli 2011 nadere vragen gesteld omtrent de in 2009 door appellant gebruikte mestopslagen en de daarin mogelijk aanwezige bezinklaag. Bij brief van 6 september 2011 heeft appellant gereageerd en daarbij nieuwe gegevens aangeleverd met betrekking tot de (hogere) mestvoorraden in 2009 en de door hem gebruikte mestopslagen.

1.2

Bij besluit van 2 oktober 2012 is het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en heeft de staatssecretaris de boete verlaagd naar € 31.101,-. Bij de berekening van de boete is uitgegaan van een overschrijding van de gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen met 4.443 kg stikstof. Tegen dit besluit is beroep ingesteld.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft in zijn uitspraak van het beroep van appellant ongegrond verklaard. De overwegingen die de rechtbank tot deze beslissing hebben gebracht zijn vermeld onder rechtsoverweging 4 tot en met 7 van de aangevallen uitspraak.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing