Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-04-2016, ECLI:NL:CBB:2016:116, 14/634

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-04-2016, ECLI:NL:CBB:2016:116, 14/634

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
25 april 2016
Datum publicatie
12 mei 2016
ECLI
ECLI:NL:CBB:2016:116
Zaaknummer
14/634
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030], Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030] art. 7

Inhoudsindicatie

Meststoffenwet, bestuurlijke boete

Uitspraak

Uitspraak

zaaknummer: 14/634

16005

(gemachtigde: mr. J. van Essen),

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 21 augustus 2014, kenmerk AWB 14/1333, in het geding tussen

en

appellant

Procesverloop in hoger beroep

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 21 augustus 2014.

Verweerders hebben een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 februari 2016. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens appellant is tevens verschenen mr. A.H. Spriensma. Verweerders zijn verschenen.

Grondslag van het geschil

1 Het College gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.1

Verweerders houden twee shetlandpony’s op verschillende percelen rond de [adres] te [plaats] . Een perceel van 0,26 ha is in 2012 gehooid. [naam 1] is van beroep keukeninstallateur en [naam 2] is huisvrouw.

Appellant heeft een administratieve controle laten uitvoeren naar de naleving van de Meststoffenwet (Msw) door verweerders in 2012. Uit het rapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) met het nummer 76041 blijkt dat twee inspecteurs van de NVWA op 17 oktober 2013 bij verweerders zijn langsgegaan in het kader van een onderzoek naar de levering van mest aan particulieren. Blijkens het rapport heeft [naam 1] tegenover de inspecteurs de volgende verklaring afgelegd:

‘Ik heb in 2012 Loonbedrijf [naam 3] gebeld voor wat drijfmest. Het maakte mij niet uit wat er op kwam. Rundveemest kon je voor niks in de grond krijgen en voor varkensmest kon je nog een paar centen beuren. Ik wist niet wat er op kwam. Die verantwoording heb ik bij Loonbedrijf [naam 3] gelegd.’

Van het vervoer van de twee vrachten mest van in totaal 38.300 kg zijn twee vervoersbewijzen opgemaakt en bij appellant ingediend door Loonbedrijf [naam 3] .

Op basis van de controle heeft appellant bij besluit van 23 april 2014 (primaire besluit) aan verweerders drie bestuurlijke boetes opgelegd van in totaal € 2.478,00,- wegens overtredingen in het jaar 2012 van artikel 7, in samenhang met artikel 8, van de Msw. Bij vaststelling van de boetes is uitgegaan van een overschrijding van de gebruiksnorm dierlijke meststoffen met 215 kg stikstof, een overschrijding van de stikstofgebruiksnorm met 25 kg stikstof en een overschrijding van de fosfaatgebruiksnorm met 161 kg fosfaat.

1.2

Bij besluit van 26 mei 2014 heeft appellant het bezwaar van verweerders ongegrond verklaard. Tegen dit besluit hebben verweerders beroep ingesteld bij de rechtbank.

Uitspraak van de rechtbank

2 De rechtbank heeft het beroep van verweerders gegrond verklaard. Daartoe heeft zij het volgende overwogen:

“5. De rechtbank is van oordeel dat nu slechts sprake is van twee hobbymatig gehouden shetlandpony’s en 0,68 ha grond, verweerder daarmee de definitie van de begrippen landbouw, landbouwgrond en daarmee het begrip bedrijf in de Msw te veel oprekt. In de omschrijving van het begrip bedrijf wordt immers ook melding gemaakt van het “geheel van productie-eenheden bestaande uit één of meer gebouwen of afgescheiden gedeelten daarvan“ hetgeen duidt op een “bedrijfsvoering” van grotere omvang dan hier het geval is. Nu geen sprake is van een bedrijf in de zin van de Msw en artikel 7 Msw spreekt van het “op een bedrijf” op of in de bodem brengen van meststoffen, kan evenmin sprake zijn van een overtreding van artikel 7 van de Msw en kon verweerder eisers geen boete opleggen. (...)”

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

“Artikel 1

Artikel 7

Artikel 8

Beslissing