College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-09-2016, ECLI:NL:CBB:2016:305, 15/43
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13-09-2016, ECLI:NL:CBB:2016:305, 15/43
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 13 september 2016
- Datum publicatie
- 13 oktober 2016
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2016:305
- Zaaknummer
- 15/43
Inhoudsindicatie
Accountantstuchtrecht. Niet voldaan aan meldplicht artikel 16 Wwft. Uiterlijk moeten melden na uitbrengen conceptrapport door Bureau Financieel Toezicht. Afwegingen omtrent bedreigingen fundamentele beginselen niet in dossier vastgelegd. Berisping. Hoger beroep ongegrond.
Uitspraak
uitspraak
Zaaknummer: 15/43
20150
Uitspraak van de meervoudige kamer van 13 september 2016 op het hoger beroep van:
tegen de uitspraak van de accountantskamer van 15 december 2014, gegeven op een klacht, op 3 april 2014 ingediend tegen appellant door
(gemachtigden: mr. M.F. Beumer, mr. A.G.A. Verzijl en mr. drs. A.J. Rusting).
Procesverloop in hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de accountantskamer van 15 december 2014, met nummer 14/822 Wtra AK (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:TACAKN:2014:123).
BFT heeft een schriftelijke reactie op het hogerberoepschrift gegeven.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 april 2016.
Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. BFT heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Beumer en mr. drs. Rusting.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de inhoud van de bestreden uitspraak van de accountantskamer, die als hier ingelast wordt beschouwd. Het College volstaat met het volgende.
Bij de accountantspraktijk van appellant – [naam 1] Registeraccountant B.V. te [plaats] – stelde BFT op 2 juli 2012 een onderzoek in naar naleving van de verplichtingen ingevolge de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). BFT bracht op 12 maart 2013 een conceptrapport uit. In het dossier van cliënte [naam 2] B.V. ( [naam 2] ) / Restaurant [naam 3] ( [naam 3] ) – voor wie appellant de salaris- en financiële administratie inboekte, de jaarrekeningen samenstelde en de belastingaangiften Vpb en IB verzorgde – constateerde BFT een overtreding door appellant van de plicht om (tijdig) een ongebruikelijke transactie aan de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-NL) te melden. BFT bracht op 7 oktober 2013 het definitieve onderzoeksrapport uit. Appellant deed op 17 oktober 2013 bij FIU-NL melding van een ongebruikelijke transactie. [naam 4] ( [naam 4] ), de enig (middellijk) aandeelhoudster en bestuurster van [naam 2] (en [naam 5] B.V. waarmee tot 2011 nog een horecagelegenheid te [plaats] werd geëxploiteerd), werd in mei 2014 tot een gevangenisstraf van tien maanden veroordeeld wegens het faciliteren van criminele activiteiten. Appellant heeft hierop zijn opdracht van [naam 4] en haar vennootschappen opgezegd en een aanvullende melding gedaan bij FIU-NL.
Uitspraak van de accountantskamer
De klacht, zoals weergegeven in de uitspraak van de accountantskamer, welke weergave door partijen niet wordt bestreden, houdt het volgende in:
“ a. Betrokkene heeft artikel 16 Wwft overtreden door een ongebruikelijke transactie niet te melden, althans pas te melden na het onderzoek van klager;b. Betrokkene heeft gehandeld in strijd met NVCOS 4410 door niet adequaat te reageren op onbevredigende gegevens en aanwijzingen van fraude of onwettig handelen en die gegevens en aanwijzingen onvoldoende vast te leggen in het dossier. Betrokkene heeft hiermee in strijd gehandeld met de in de VGC opgenomen fundamentele beginselen.”
Bij de bestreden uitspraak heeft de accountantskamer de klacht gegrond verklaard en aan appellant de maatregel van berisping opgelegd.