Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-11-2016, ECLI:NL:CBB:2016:356, 13/288

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 03-11-2016, ECLI:NL:CBB:2016:356, 13/288

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
3 november 2016
Datum publicatie
25 november 2016
ECLI
ECLI:NL:CBB:2016:356
Zaaknummer
13/288
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030], Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030] art. 14

Inhoudsindicatie

verantwoordingplicht msw, bewijslast uitzonderingssituatie

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 13/288

16005

(gemachtigde: ing. A. Folkertsma)

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 maart 2013, kenmerk LEE 11/2036, in het geding tussen

appellante

en

(gemachtigde: mr. A.H. Spriensma-Heringa).

Procesverloop in hoger beroep

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 12 maart 2013 (hierna: de aangevallen uitspraak).

De staatssecretaris heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend.

Op verzoek van appellante, bij brieven van 27 oktober 2014, 6 maart 2015, 1 juli 2015,

3 september 2015 en 15 december 2015 heeft het College de voorgenomen behandeling van het onderzoek ter zitting, uitgesteld. Het College heeft een zesde verzoek van appellante om uitstel geweigerd.

Op 19 mei 2016 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij de partijen door hun gemachtigden werden vertegenwoordigd. Voor appellante is tevens verschenen [naam 2] .

Grondslag van het geschil

1.1

Ten aanzien van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden volstaat het College met het volgende.

1.2

Appellante houdt zich bezig met het fokken en houden van melkvee. Op basis van een onderzoek verricht door Dienst Regelingen heeft de staatssecretaris bij primair besluit van 26 januari 2010 aan appellante een boete opgelegd van € 46.459,-- wegens het in 2008 niet voldoen aan de verantwoordingsplicht zoals neergelegd in artikel 14 van de Meststoffenwet (Msw). De hoogte van de boete is erop gebaseerd dat appellante 4085 kg stikstof en 1624 kg fosfaat niet heeft verantwoord. Blijkens het toelichtend rapport bij de boeteberekening is de aanvoer van mest berekend aan de hand van Vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (VDM’s) waarbij appellante als afnemer is geregistreerd, is de mestproductie gestoeld op het aantal dieren dat bij I&R geregistreerd staat en is aan de hand van de Gecombineerde Opgave berekend hoeveel stikstof en fosfaat appellante op eigen grond kon gebruiken in 2008.

1.3

Bij besluit van 8 juli 2011 is het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Hiertegen heeft appellante beroep ingesteld.

De uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de staatssecretaris zich met juistheid op het standpunt gesteld dat appellante de afvoer van 4085 kg stikstof en 1624 kg fosfaat niet heeft verantwoord. Appellante heeft weliswaar vaststellingsovereenkomsten gesloten met derden, maar zij heeft van de afvoer van mest aan deze derden geen VDM’s opgemaakt of laten opmaken. Dat dit te maken heeft met de handelwijze van de vorige accountant van appellante dient voor rekening en risico van appellante te blijven. Er bestaat geen grond voor matiging van de boete.

De beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing