College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19-01-2017, ECLI:NL:CBB:2017:33, 16/247
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19-01-2017, ECLI:NL:CBB:2017:33, 16/247
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 19 januari 2017
- Datum publicatie
- 13 februari 2017
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2017:33
- Zaaknummer
- 16/247
Inhoudsindicatie
Artikel 7 Msw, functioneel dader, matiging boete
Uitspraak
uitspraak
zaaknummer: 16/247
16005
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 januari 2017 op het hoger beroep van:
tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 4 maart 2016, kenmerk LEE 15/3901, in het geding tussen
(gemachtigde: mr. M. Leegsma).
Procesverloop in hoger beroep
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 26 februari 2016 (hierna: de aangevallen uitspraak).
De staatssecretaris heeft een reactie op het hogerberoepschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 januari 2017. Appellant is niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.
Appellant exploiteert een akkerbouwbedrijf. In het kader van het toezicht op de naleving van de Meststoffenwet (Msw) in het jaar 2011 is zijn bedrijf gecontroleerd op het gebruik van meststoffen. De staatssecretaris heeft geconcludeerd dat appellant niet onder de wettelijk voorgeschreven gebruiksnormen is gebleven. De gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen is met 2.243 kilogram stikstof overschreden, de stikstofgebruiksnorm met 839 kilogram en de fosfaatgebruiksnorm met 995 kilogram. De aanvoer van graas- en staldierenmest is vastgesteld op basis van vervoersbewijzen dierlijke meststoffen (vdm’s) waarbij appellant als afnemer staat geregistreerd. De aanvoer van kunstmest is gebaseerd op de door appellant ingestuurde bijlage ‘meer informatie (kunst)mest 2011’. Vanwege de overschrijding van de gebruiksnormen heeft de staatssecretaris op 29 augustus 2012 het voornemen geuit een bestuurlijke boete op te leggen. Bij besluit van 28 januari 2013 is aan appellant, conform het voornemen, een bestuurlijke boete opgelegd van € 24.110,- wegens overtreding van artikel 7, in samenhang met artikel 8, van de Meststoffenwet (Msw) in het jaar 2011.
Bij besluit van 12 juni 2015 heeft de staatssecretaris het bezwaar van appellant van 7 maart 2013 ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank kan appellant als functionele dader worden aangemerkt. Appellant heeft onvoldoende toezichtmaatregelen genomen. Niet gezegd kan worden dat appellant geen of verminderd verwijt van de overtreding kan worden gemaakt (zie overweging 4.2 van de uitspraak).