Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19-10-2017, ECLI:NL:CBB:2017:444, 15/694

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 19-10-2017, ECLI:NL:CBB:2017:444, 15/694

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
19 oktober 2017
Datum publicatie
8 februari 2018
ECLI
ECLI:NL:CBB:2017:444
Zaaknummer
15/694

Inhoudsindicatie

Hoogte van de boete, overtreding Msw, matiging wegens niet voldoen aan derogatievoorwaarden

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 15/694

16005

tegen de uitspraak van de rechtbank van de rechtbank Noord-Nederland van 4 augustus 2015, kenmerk 13/2928, in het geding tussen

appellant

Procesverloop in hoger beroep

De staatssecretaris heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 augustus 2015 (verder: de aangevallen uitspraak)

[naam] heeft een reactie op het hogerberoepschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2016, waar [naam] is verschenen en de staatssecretaris zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Grondslag van het geschil

1.1

Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure, het wettelijk kader en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.2

Bij besluit van 5 juli 2012 heeft appellant aan [naam] een bestuurlijke boete opgelegd van € 45.000,- wegens overtreding van artikel 7 van de Meststoffenwet (Msw) in het jaar 2010. De hoogte van de boete is gebaseerd op een overschrijding van de gebruiksnorm van 170 kg stikstof per hectare voor dierlijke meststoffen met 5.895 kg en de fosfaatgebruiksnorm met 1874 kg onder toepassing van de boetebedragen vermeld in artikel 57 van de Msw.

1.3

Bij besluit van 19 september 2013, waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft appellant het bezwaar van [naam] ongegrond verklaard.

Uitspraak van de rechtbank

2.1

De rechtbank heeft, voor zover voor het hoger beroep van belang, samengevat weergegeven, het volgende overwogen.

2.2

Uit onderzoek, in het kader van de handhaving van het meststoffenbeleid, is gebleken dat eiser in 2010 de gebruiksnorm dierlijke meststoffen van 170 kg stikstof per hectare heeft overschreden met 5.895 kilogram. Verder is gebleken dat eiser in 2010 de fosfaatgebruiksnorm van 90 kilogram fosfaat per hectare grasland die bij het bedrijf hoort heeft overschreden, alsmede de fosfaatgebruiksnorm van 75 kilogram fosfaat per hectare bouwland die bij het bedrijf hoort met 1.874 kilogram. Gelet op de gedingstukken en op het verhandelde tijdens de beide zittingen, is het geschil tussen partijen toegespitst op de vraag of de staatssecretaris terecht heeft beslist dat eiser niet in aanmerking komt voor derogatie. Ter zitting heeft de staatssecretaris gesteld dat indien slechts aan twee voor derogatie geldende voorwaarden, te weten het tijdig aanmelden voor derogatie en het (tijdig) overleggen van geldige monsteranalyses, niet was voldaan hij een boete van € 2000,- per voorwaarde, dus

€ 4000,- in totaal redelijk zou vinden. Bij nadere bestudering is echter gebleken dat eiser tevens te veel staldierenmest heeft aangevoerd. De staatssecretaris heeft gelet daarop gepersisteerd bij de opgelegde boete van € 45000,-. De rechtbank stelt vast dat verweerder de derde derogatievoorwaarde niet eerder aan eiser heeft tegengeworpen. Noch in het voornemen, noch in het primaire besluit en evenmin in het bestreden besluit noemt verweerder deze voorwaarde. Ook tijdens de eerste zitting en tijdens het gesprek daarna van verweerders gemachtigde met eiser, is de mogelijkheid van het niet voldoen aan nog een derde voorwaarde niet ter sprake gekomen. Pas in de brief van 12 september 2014 naar aanleiding van de zitting van 4 september 2014 heeft verweerder deze derde voorwaarde genoemd en aan eiser tegengeworpen. Het in een zo laat stadium nog nader onderbouwen van de bij het bestreden besluit opgelegde punitieve sanctie met een geheel nieuwe grond, acht de rechtbank gelet op alle omstandigheden van dit geval in strijd met de goede procesorde. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. De rechtbank heeft de boete vastgesteld op € 4000,-.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing