Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-07-2019, ECLI:NL:CBB:2019:270, 18/2681

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-07-2019, ECLI:NL:CBB:2019:270, 18/2681

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
2 juli 2019
Datum publicatie
2 juli 2019
ECLI
ECLI:NL:CBB:2019:270
Zaaknummer
18/2681

Inhoudsindicatie

Meststoffenwet

Het beroep is niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang.

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 18/2681

(gemachtigde: mr. I. Laurijssen),

en

(gemachtigden: mr. J.H. Eleveld, mr. M. Leegsma, mr. Y. Groen en mr. J.G. Biesheuvel).

Procesverloop

Bij besluit van 3 januari 2018 heeft verweerder op grond van artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet (Msw) het fosfaatrecht van appellant vastgesteld op 6.805 kilogram.

Appellant heeft hiertegen bij brief van 8 februari 2018 bezwaar ingediend.

Bij besluit van 26 juni 2018 heeft verweerder het fosfaatrecht van appellant nader vastgesteld op nul kilogram in verband met de overdracht van het bedrijf van appellant voor

1 januari 2018.

Bij besluit van 12 november 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellant ongegrond verklaard en het besluit van 26 juni 2018 gehandhaafd.

Appellant heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2019. Appellant is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Het College beoordeelt ambtshalve, dat wil zeggen ook als dit niet door partijen is aangevoerd, of appellant procesbelang heeft. Hij heeft geen belang als zijn beroep hem niet in een betere positie kan brengen met betrekking tot het bestreden besluit (ECLI:NL:HR:2014:878). Als procesbelang ontbreekt, dan is het beroep niet-ontvankelijk

2. Het College is van oordeel dat hiervan sprake is. Appellant is het ermee eens dat zijn fosfaatrecht in verband met de overdracht van zijn bedrijf voor 1 januari 2018 op nihil is gesteld. Voorts is niet gesteld of gebleken dat appellant niettemin belang heeft bij een beoordeling of verweerder bij zijn aanvankelijke besluit van 3 januari 2018 terecht een aantal pinken buiten beschouwing heeft gelaten.

3. Het beroep is dan ook niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

Het College verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stam, mr. I.M. Ludwig en mr. T.L. Fernig-Rocour, in aanwezigheid van mr. J. M. Baars, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2019.

w.g. R.C. Stam w.g. J.M. Baars