Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-01-2021, ECLI:NL:CBB:2021:27, 19/1812

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-01-2021, ECLI:NL:CBB:2021:27, 19/1812

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
12 januari 2021
Datum publicatie
12 januari 2021
ECLI
ECLI:NL:CBB:2021:27
Formele relaties
Zaaknummer
19/1812
Relevante informatie
Meststoffenwet [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 01-01-2030]

Inhoudsindicatie

artikel 15, eerste lid, en 51 van de Meststoffenwet;

artikel 53 van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet;

artikel 55, 56, 57b en 78 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet

Boete wegens overtreding van de Meststoffenwet.

Geëxporteerde vracht vaste mest bij het laden ten onrechte niet (opnieuw) bemonsterd. Geen verminderde verwijtbaarheid (artikel 5:41 van de Algemene wet bestuursrecht). Het College volgt het verzoek van de minister om de boete op € 825,- vast te stellen. Nu de rechtbank de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn al met in totaal 15% heeft gematigd, is er geen aanleiding voor een verdergaande, aanvullende matiging wegens de overschrijding van de redelijke termijn in de procedure in drie instanties met meer dan zes maar niet meer dan twaalf maanden.

Uitspraak

uitspraak

zaaknummer: 19/1812

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 juli 2019, kenmerk AWB 18/2346, in het geding tussen

appellante

(gemachtigden: mr. H.J. Kram en mr. A.H. Spriensma-Heringa).

Procesverloop in hoger beroep

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 16 juli 2019 (ECLI:NL:RBOVE:2019:2446, hierna: de aangevallen uitspraak).

De minister heeft een reactie op het hogerberoepschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2020. Voor appellante is verschenen haar gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Grondslag van het geschil

1.1

Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.2

Appellante is een erkend intermediair en transportbedrijf dat onder andere dierlijke meststoffen naar het buitenland exporteert. Toezichthouders van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) hebben op 11 februari 2016 een onderzoek uitgevoerd naar het vervoer van dierlijke meststoffen door appellante. Volgens het op 31 mei 2016 van dit onderzoek opgemaakte rapport van bevindingen hebben de toezichthouders het volgende vastgesteld.

1) In Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (VDM) [... 1] staat dat deze vracht geladen is op postcode [postcode 1] [... 2] (in [plaats 1] ). Op basis van de Automatische Gegevens Registratie (AGR)/GPS-melding, het CMR en de plaats en het tijdstip op de weegbon is deze geladen aan [adres] te [postcode 2] [plaats 2] .

Feitcode M486: Niet volledig of niet naar waarheid verstrekken van gegevens door vervoerder inzake de mededeling van de daadwerkelijke export.

2) Volgens het Report Vervoersbewijs Dierlijke Meststoffen (RVDM) is VDM nummer [... 1] op 11 februari 2016 om 12.56 uur geladen. Omstreeks 15.00 uur is deze lading naar aanleiding van de controle gelost in [plaats 2] . Later blijkt volgens het RVDM dat met hetzelfde VDM-nummer de lading op 12 februari 2016 omstreeks 07.21 uur is gelost bij [naam 2] GMBH in [plaats 3] ( [land] ) of in [plaats 4] ( [land] ).

Feitcode M259: Niet of niet op juiste wijze vastleggen van vervoersgegevens met behulp van

apparatuur voor automatische gegevensregistratie of satellietvolgapparatuur door de vervoerder.

3) Op het vervoersbewijs [... 1] is de postcode laadplaats [postcode 1] ( [plaats 1] ) ingevuld. De daadwerkelijke laadplaats is [plaats 2] ( [postcode 2] [... 3] ).

Feitcode M303: Niet naar waarheid opmaken van een vervoersbewijs dierlijke meststoffen door de vervoerder.

4) Op het vervoersbewijs [... 1] zijn geen kenteken van het voertuig en gewicht van de lading ingevuld.

Feitcode M302: Niet volledig opmaken van een vervoersbewijs dierlijke meststoffen door de vervoerder.

5) Tijdens de controle, op 11 februari 2016 omstreeks 14.00 uur, toonde de chauffeur het monster van de vracht met de nummers 8142434 en 59434. Daarna is de vracht, naar aanleiding van de controle, gelost omstreeks 15.00 uur in [plaats 2] . Later is de lading volgens het RVDM gelost op 12 februari 2016 omstreeks 7.21 uur en is hetzelfde monster met de nummers 8142434 en 59434 gebruikt.

Feitcode M507: Niet of niet op juiste wijze bemonsteren van een vracht vaste mest door de vervoerder.

1.3

Bij besluit van 17 juni 2016 heeft de minister aan appellante boetes opgelegd van in totaal € 1.300,- wegens overtreding van de Meststoffenwet (Msw). Het gaat daarbij om de volgende overtredingen.

Feitcode M259

Appellante heeft dierlijke meststoffen vervoerd als intermediaire onderneming. Voor het vervoer van dierlijke meststoffen door intermediairs is een aantal regels vastgesteld. De vervoerder is verplicht om vervoersgegevens van vrachten dierlijke meststoffen op de juiste manier vast te leggen met behulp van AGR en satellietvolgapparatuur (GPS). Appellante heeft de vervoersgegevens niet op de juiste manier vastgelegd.

De minister heeft voor deze overtreding een boete opgelegd van € 300,-.

Feitcode M302

Bij het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen moet een VDM worden opgemaakt. De leverancier, de vervoerder en de afnemer maken gezamenlijk het VDM op. Het VDM moet volledig worden ingevuld en ondertekend door de leverancier, de vervoerder en de afnemer. Appellante heeft het VDM als vervoerder niet volledig opgemaakt.

De minister heeft voor deze overtreding een boete opgelegd van € 200,-.

Feitcode M303

Daarnaast dienen de leverancier, de vervoerder en de afnemer het VDM gezamenlijk naar waarheid op te maken. Appellante heeft dit als vervoerder niet naar waarheid gedaan.

De minister heeft voor deze overtreding een boete opgelegd van € 300,-.

Feitcode M486

Appellante is vervoerder van dierlijke meststoffen anders dan mestkorrels en wil deze exporteren. Appellante is verplicht om de daadwerkelijke export ten minste drie werkdagen van tevoren elektronisch aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland te melden. Appellante moet de melding van het daadwerkelijke transport volledig en naar waarheid doen. Appellante heeft dit niet naar waarheid gedaan.

De minister heeft voor deze overtreding een boete opgelegd van € 200,-.

Feitcode M507

Wat betreft de hoeveelheidbepaling van een vracht dierlijke meststoffen moet appellante aan een aantal voorwaarden voldoen. Eén van de voorwaarden is dat bij de bemonstering van een vracht vaste mest een representatief monster wordt genomen. Dit monster bestaat uit deelmonsters die handmatig evenredig verspreid uit de betrokken vracht meststoffen worden genomen. Appellante heeft een vracht niet (op de juiste manier) bemonsterd.

De minister heeft voor deze overtreding een boete opgelegd van € 300,-.

1.4

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 17 juni 2016. De minister heeft bij beslissing op bezwaar van 14 november 2018 het bezwaar gegrond verklaard, de boete gematigd met 10% en deze opnieuw vastgesteld op € 1.170,- wegens een grote overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak als volgt geoordeeld. Er bestaat geen wettelijke verplichting om een belanghebbende te wijzen op de mogelijkheid een voorlopige voorziening te vragen. Van de beoordeling of sprake is van overtreding van artikel 57b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling) maakt het opzetvereiste geen deel uit. Het is voorts aan appellante als verantwoordelijk vervoerder om te voldoen aan de voorschriften zoals opgenomen in de Uitvoeringsregeling. Het abusievelijk laden van de verkeerde vracht staat los van de verantwoordelijkheid van appellante om van elke lossing melding te doen. Het feit dat de gegevens op het VDM niet overeenkomen met de vracht en de laadplaats levert een overtreding op van artikel 53, eerste en tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet (Uitvoeringsbesluit). Het feit dat er abusievelijk een verkeerde vracht zou zijn ingeladen doet niets af aan het feit dat het kenteken van het voertuig en het gewicht van de lading altijd moeten worden opgenomen op het vervoersbewijs. Bij het (opnieuw) laden van een vracht moet een monster worden genomen. Dit is niet gebeurd. De minister heeft beslist binnen de in artikel 5:51 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vermelde termijn van dertien weken nu het rapport van de inspectie is uitgebracht op 31 mei 2016 en het primaire besluit is genomen op 17 juni 2016. Wegens overschrijding van de redelijke termijn met meer dan 12 maanden heeft de rechtbank de boete verder gematigd met 5% en de boete vastgesteld op € 1.105,-. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd voor zover het de hoogte van de boete betreft, het primaire besluit herroepen voor zover het de hoogte van de boete betreft en heeft de minister veroordeeld in de proceskosten van appellante in beroep.

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing