Home

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-06-2022, ECLI:NL:CBB:2022:343, 21/623

College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-06-2022, ECLI:NL:CBB:2022:343, 21/623

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Datum uitspraak
28 juni 2022
Datum publicatie
28 juni 2022
ECLI
ECLI:NL:CBB:2022:343
Formele relaties
Zaaknummer
21/623
Relevante informatie
Wet op het financieel toezicht [Tekst geldig vanaf 18-03-2025 tot 28-06-2025]

Inhoudsindicatie

Algemene wet bestuursrecht. Hoger beroep. Vereniging Eigen Huis (VEH) is belanghebbende bij een besluit op haar handhavingsverzoek aan DNB. Collectief belang.

Uitspraak

uitspraak

Zaaknummer: 21/623

tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 22 april 2021, kenmerk ROT 20/3287, in het geding tussen

appellante

(gemachtigde: mr. F. Dijkslag).

Procesverloop in hoger beroep

DNB heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam (rechtbank) van 22 april 2021 (ECLI:NL:RBROT:2021:4926).

DNB heeft, onder verwijzing naar artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een herziene beslissing op bezwaar van 22 juli 2021 toegezonden.

VEH heeft een reactie op het hoger beroepschrift ingediend. VEH heeft geen gronden aangevoerd tegen het besluit van 22 juli 2021.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 april 2022. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Aan de zijde van DNB is voorts verschenen [naam 1] . Aan de zijde van VEH is tevens verschenen [naam 2] .

Grondslag van het geschil

1.1

Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. Het College volstaat met het volgende.

1.2

VEH is een belangenorganisatie voor (toekomstige) eigenwoningbezitters met ongeveer 800.000 leden.

1.3

De commanditaire vennootschap Betaal Garant Nederland (BGN) biedt aan kopers van nieuwbouwwoningen een garantie- en waarborgregeling aan, bedoeld als waarborg dat, als de bouwer gedurende de bouw failliet gaat, de woning door een andere partij wordt afgebouwd.

1.4

Bij brief van 20 juni 2018 heeft VEH aan DNB bericht dat BGN, waarschijnlijk zonder vergunning, als verzekeraar actief is en in de informatieverstrekking aan klanten tekort schiet. Daarbij heeft VEH aan DNB verzocht te onderzoeken of BGN zich aan de regels houdt en zo nodig tegen BGN op te treden.

1.5

Bij e-mail van 29 november 2019 heeft DNB aan VEH meegedeeld dat VEH naar haar mening geen belanghebbende is bij een besluit op haar handhavingsverzoek, omdat de belangen van haar leden niet rechtstreeks bij het besluit zijn betrokken. Een handhavingsbesluit aan BGN zal de belangen van haar leden slechts indirect, namelijk via hun contractuele relatie met BGN, raken. Gelet hierop heeft VEH volgens DNB ook alleen een afgeleid (collectief) belang. Omdat VEH geen belanghebbende is, is geen sprake is van een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, aldus DNB.

1.6

Bij besluit van 8 mei 2020 (het bestreden besluit), waartegen het beroep bij de rechtbank was gericht, heeft DNB het bezwaar van VEH niet-ontvankelijk verklaard. Daarbij heeft DNB haar standpunt gehandhaafd dat het handhavingsverzoek van VEH niet kwalificeert als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb, omdat VEH bij dit besluit niet als belanghebbende valt aan te merken. De daartoe strekkende mededeling in de e-mail van 29 november 2019 kwalificeert volgens DNB dan ook niet als een besluit, waartegen rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.

Uitspraak van de rechtbank

2. De rechtbank heeft het beroep van VEH gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en bepaald dat DNB een nieuw besluit neemt. Zij heeft daartoe, voor zover voor het hoger beroep van belang, het volgende overwogen:

“(...)3.5. Bij de behartiging van de belangen van haar leden op het gebied van de huidige of toekomstige eigen woning behoort volgens VEH ook het waken voor en tegengaan van misstanden op de woningmarkt, waaronder die bij nieuwbouwwoningen. In dat kader heeft VEH, naar niet in geschil is, onder meer mede zorggedragen voor de totstandkoming van model koop-/aannemingsovereenkomsten, algemene voorwaarden en met voldoende waarborgen omklede garantie- en waarborgregelingen voor nieuwbouwwoningen (...) en was zij ook betrokken bij de oprichting van de Stichting GarantieWoning, die op aanvraag toestemming verleent om gebruik te maken van haar keurmerk dat betrekking heeft op garantie- en waarborgregelingen bij de koop van woningen. Verder informeert en adviseert VEH haar leden over het belang van een goede afbouwgarantie bij nieuwbouw, bijvoorbeeld door middel van informatie op haar website, artikelen in het haar magazine en individuele dienstverlening, zoals de beoordeling van (koop-/) aannemingsovereenkomsten, waarbij de toepassing van een goede garantie- en waarborgregeling door een betrouwbare partij een belangrijk beoordelingscriterium is. Indien een nieuwe partij zich op de markt begeeft met een garantie- en waarborgregeling of een daarop gelijkend product, zoals BGN, onderzoekt VEH of deze partij voldoet aan alle daaraan te stellen eisen. Indien dit volgens VEH niet het geval is, onderneemt zij daartegen actie. Eén van de waarborgen van een goede garantie- en waarborgregeling voor nieuwbouwwoningen is volgens VEH het vereiste van een vergunning nu het gaat om verzekeringsproducten, in de vorm van een verzekerde garantie. Omdat VEH heeft geconstateerd dat BGN niet over de vereiste vergunning beschikt, heeft zij, naast het publiceren en het adviseren van haar leden daarover, DNB verzocht daartegen handhavend op te treden.

3.6

Hoewel VEH volgens haar statutaire doelstelling opkomt voor een collectief belang, behartigt zij met haar voormelde feitelijke werkzaamheden ter voorkoming van misstanden op de woningmarkt tevens een algemeen belang dat niet specifiek in haar statuten staat vermeld. De belangen van de leden van VEH op het gebied van de huidige of toekomstige eigen woning zijn naar het oordeel van de rechtbank evenwel zodanig verweven met het algemeen belang bij het voorkomen van mistanden op de woningmarkt dat niet gezegd kan [worden] dat de behartiging van dit algemeen belang door VEH niet tevens geacht kan worden besloten te liggen in haar statutaire doelstelling. Misstanden op de woningmarkt kunnen immers nadelige gevolgen hebben voor de leden van VEH op het gebied van de huidige of toekomstige eigen woning, zodat het in de rede ligt dat VEH ter bescherming van de belangen van haar leden ook het algemeen belang bij het voorkomen van misstanden op de woningmarkt behartigt. De doelstelling van VEH blijft daarmee in functioneel opzicht beperkt, aangezien deze specifiek betrekking heeft op de belangen van (toekomstige) eigenwoningbezitters, waaronder haar leden. Voorts is de doelstelling niet zodanig ruim dat geoordeeld moet worden dat deze niet ook in het bijzonder is gericht op de behartiging van het belang waarvoor VEH in deze procedure opkomt, te weten het algemeen belang dat in de markt aangeboden garantie- en waarborgregelingen voor nieuwbouwwoningen zijn omkleed met voldoende waarborgen, waaronder het vergunningvereiste (...). Nu dit algemeen belang (...) rechtstreeks is betrokken bij een door DNB te nemen besluit op het verzoek van VEH om handhavend op te treden tegen BGN, heeft DNB zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat VEH geen belanghebbende is bij een besluit op haar handhavingsverzoek. Omdat het hier om een algemeen belang gaat dat VEH behartigt, is niet vereist dat de belangen van de leden van VEH tevens rechtstreeks bij dit besluit zijn betrokken.(...)”

Beoordeling van het geschil in hoger beroep

Beslissing