College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-10-2022, ECLI:NL:CBB:2022:707, 21/323 en 21/1108
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-10-2022, ECLI:NL:CBB:2022:707, 21/323 en 21/1108
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 18 oktober 2022
- Datum publicatie
- 18 oktober 2022
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2022:707
- Zaaknummer
- 21/323 en 21/1108
Inhoudsindicatie
Wwft, aanwijzing, niet alle overtredingen zijn komen vast te staan. DNB dient bij ook bij een aanwijzing in de heroverweging in bezwaar te kijken naar de vraag of de herstelsanctie terecht is opgelegd en of de feiten en omstandigheden van na het primaire besluit mee te nemen in de afweging of deze herstelsanctie nog gehandhaafd kan worden. DNB heeft niet bewezen dat bunq met haar methode van het vaststellen van het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie en de monitoring daarvan niet voldoet aan de open normen van de Wwft, DNB heeft wel bewezen dat bunq niet heeft voldaan aan de verplichtingen ten aanzien van het onderzoek naar de bron van de middelen en van de politiek prominente personen. Slechts een deel van de aanwijzing kan in stand blijven.
Uitspraak
uitspraak
zaaknummers: 21/323 en 21/1108
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 oktober 2022 op de hoger beroepen van:
en
(gemachtigden: mr. C. de Rond en mr. A.J. Boorsma),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 februari 2021, kenmerk ROT 20/1512, in het geding tussen
Procesverloop in hoger beroep
Bunq en DNB hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 5 februari 2021, kenmerk ROT 20/1512, niet gepubliceerd, ook wel: uitspraak van de rechtbank.
Bunq en DNB hebben een reactie gegeven op elkaars hogerberoepschrift.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2022. Namens bunq en DNB zijn hun gemachtigden verschenen. Voor bunq waren ook [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] aanwezig. Voor DNB hebben ook [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] en [naam 8] deelgenomen.
Grondslag van het geschil
Bunq is een online bank en beschikt sinds 17 september 2014 over een vergunning van
DNB als bedoeld in artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). DNB heeft onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de SIRA (systematische integriteitsrisico analyse) van financiële instellingen. Als onderdeel daarvan heeft DNB in november 2018 een onderzoek verricht bij bunq. Hiervan zijn de bevindingen neergelegd in de rapportage van 6 februari 2019 (rapportage). DNB heeft vastgesteld dat bunq regels van het Besluit prudentiële regels Wft (Bpr) en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) op essentiële punten overtreedt. DNB heeft daarom bij besluit van 18 juli 2019 (het primaire besluit) aan bunq een aanwijzing gegeven tot het volgen van een gedragslijn, die strekt tot beëindiging van deze overtredingen. Het gaat om overtredingen van artikel 10, tweede lid, van het Bpr, artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, c en d, van de Wwft en artikel 8, vijfde lid, van de Wwft. Deze aanwijzing is gebaseerd op artikel 1:75, eerste lid, van de Wft en artikel 28 van de Wwft.
In het primaire besluit heeft DNB de volgende overtredingen vastgesteld.
“- Artikel 10, tweede lid, van het Bpr
Het beleid vindt op onderdelen niet op correcte en adequate wijze haar neerslag in relevante procedures en maatregelen. Zo is de standaardprocedure waarbij een standaard doel en standaard beoogde aard van de zakelijke relatie alsook een standaard transactieprofiel worden toegekend in strijd met de wettelijke vereisten die gelden voor het door bunq te verrichten cliëntenonderzoek. Hierom is bunq in overtreding van artikel 10, tweede lid, van het Bpr.
- Artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, c, en d, van de Wwft
bunq is wettelijk verplicht om cliëntenonderzoek te doen en dit op een risico gebaseerde wijze vorm te geven. Gebleken is dat bunq hierin tekortschiet. Zo wordt niet in alle gevallen de uiteindelijk belanghebbende van een cliënt niet of onvoldoende geïdentificeerd en/of geverifieerd. Ook stelt bunq niet of onvoldoende het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie vast. Daarbovenop is gebleken dat bunq geen adequate voortdurende controle op haar zakelijke relatie met haar cliënten uitoefent. Samenvattend heeft bunq in alle beoordeelde cliëntendossiers op het moment van het aangaan van de relatie onvoldoende informatie verzameld om de cliënt op juiste gronden te kunnen accepteren. Hiermee stelt DNB vast dat bunq in overtreding is van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, c, en d, van de Wwft.
- Artikel 8, vijfde lid van de Wwft
Gebleken is dat bunq in de beoordeelde cliëntendossiers van PEP’s geen aanvullende beheersmaatregelen uitvoert. Hierom voldoet bunq niet aan de op haar rustende wettelijke verplichting als bedoeld in artikel 8, vijfde lid, van de Wwft.”
De door DNB voorgeschreven gedragslijn luidt als volgt:
“Beleid, procedures, en maatregelen
1. bunq dient uiterlijk 1 december 2019 haar reeds vastgestelde beleid, procedures en maatregelen, mede op basis waarvan aan cliënten een standaard risicoprofiel en standaard verwacht transactiepatroon wordt toegekend, zodanig te hebben herzien c.q. nieuw te hebben opgesteld, dat bunq - ook vóórdat de zakelijke relatie wordt aangegaan - in staat is om het doel en de beoogde aard van de relatie vast te stellen en in staat is om een voortdurende controle op de zakelijke relatie en de tijdens de duur van deze relatie verrichte transacties uit te oefenen, ten einde te verzekeren dat deze overeenkomen met de kennis die de instelling heeft van de cliënt en diens risicoprofiel, met zo nodig een onderzoek naar de bron van de middelen die bij de zakelijke relatie of de transactie gebruikt worden, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder b, c, en d, van de Wwft.
Transactiemonitoringssysteem
2. bunq dient uiterlijk 1 maart 2020 te beschikken over een adequaat transactiemonitoringssysteem en -proces, waarmee effectief ongebruikelijke transacties worden gedetecteerd, onderzocht en afgehandeld, zodat bunq voldoet aan de eis van voortdurende controle als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wwft en onverwijld ongebruikelijke transacties meldt zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Wwft.
3. bunq dient uiterlijk 1 mei 2020 aan DNB een door een onafhankelijke en deskundige partij opgesteld rapport van een (model)validatie, inclusief een overzicht van openstaande bevindingen uit de validatie met concrete herstelacties en tijdslijnen voor realisatie van deze herstelacties, van het in onderdeel 2 bedoelde transactiemonitoringssysteem toe te zenden.
Cliëntenonderzoek
4. bunq dient uiterlijk 1 maart 2020 te bewerkstelligen dat - ten aanzien van alle cliënten waarmee bunq de relatie aangaat of continueert - de cliëntendossiers aantoonbaar voldoen aan alle eisen die artikel 3, tweede lid, van de Wwft en 8, vijfde lid, van de Wwft aan het cliëntenonderzoek stelt. Het voorgaande brengt met zich mee dat die cliëntendossiers waar nodig zijn gecompleteerd en adequaat is vastgelegd welke afweging is gemaakt om een cliënt te accepteren of te behouden dan wel om de cliëntrelatie te beëindigen. Zo nodig dient bunq ook haar beleid, procedures en maatregelen in dit verband te herzien teneinde de vereisten uit de Wwft met betrekking tot het uitvoeren van (verscherpt) cliëntenonderzoek en transactiemonitoring op de juiste wijze te kunnen naleven (zie ook onderdeel 1).
5. bunq laat de resultaten en kwaliteit van haar werkzaamheden ter uitvoering van de onderdelen 1 (beleid, procedures, en maatregelen) en 4 (cliëntenonderzoek) van deze gedragslijn, beoordelen door haar interne audit, of een onafhankelijke, externe en deskundige partij. DNB ontvangt uiterlijk 1 mei 2020 het voornoemde validatierapport, tezamen met een schriftelijke verklaring waarin het bestuur van bunq aan DNB bevestigt dat voldaan is aan alle onderdelen van de onderhavige gedragslijn.
Voortgang
6. Ook acht DNB het noodzakelijk om gedurende het hersteltraject inzicht te houden in de voortgang, om zo nodig tussentijds te kunnen bijsturen. Daarom dient bunq na afloop van iedere twee maanden, te beginnen uiterlijk 1 oktober 2019, DNB schriftelijk te hebben geïnformeerd over de voortgang van het opvolgen van (de onderdelen van) deze gedragslijn. Noot(incl. toezending van de eventuele onderliggende documenten die dienen te onderbouwing van mogelijke stellingen, zodat het herstel controleerbaar is voor DNB).”
Bunq heeft bezwaar gemaakt tegen de aanwijzing. Bij besluit van 11 februari 2020 (ook wel: bestreden besluit) heeft DNB het bezwaar ongegrond verklaard en de aanwijzing gehandhaafd. Hiertegen heeft bunq beroep ingesteld bij de rechtbank Rotterdam (rechtbank).
De uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep van bunq gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd voor zover dat betrekking heeft op de validatie van de uitvoering van de aanwijzing. Zij heeft het primaire besluit in zoverre herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit. De overwegingen van de rechtbank zijn, voor zover voor de hoger beroepen van belang, weergegeven in de bijlage bij deze uitspraak. Deze bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.