College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-09-2023, ECLI:NL:CBB:2023:534, 21/250 en 21/251
College van Beroep voor het bedrijfsleven, 26-09-2023, ECLI:NL:CBB:2023:534, 21/250 en 21/251
Gegevens
- Instantie
- College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum uitspraak
- 26 september 2023
- Datum publicatie
- 26 september 2023
- ECLI
- ECLI:NL:CBB:2023:534
- Zaaknummer
- 21/250 en 21/251
- Relevante informatie
- Wet tuchtrechtspraak accountants [Tekst geldig vanaf 01-07-2023]
Inhoudsindicatie
Accountantstuchtrecht. Controle jaarrekeningen 2012 Imtech. Tuchtklacht tegen de opdrachtpartner van een accountantskantoor die de controle (met een team) uitvoerde. De klacht bestaat uit een groot aantal onderdelen en verwijten. De accountant is het er niet mee eens dat de accountantskamer een aantal klachtonderdelen gegrond heeft verklaard. De curatoren keren zich tegen de beslissing van de accountantskamer om enkele klachtonderdelen ongegrond te verklaren of verwijten niet in behandeling te nemen.
In afwijking van de beslissing van de accountantskamer verklaart het College twee klachtonderdelen alsnog ongegrond. Het gaat om de afboeking van een bedrag van € 370 miljoen door Imtech vanwege onregelmatigheden bij Imtech Duitsland en Imtech Polen en de in de jaarrekening verantwoorde goodwill. Bij de controle van de afboeking van € 370 miljoen heeft de accountant voldoende controlewerkzaamheden verricht. Bij de goodwill heeft de accountantskamer verwijten gegrond verklaard die niet in de klacht waren opgenomen. Dit is in strijd met de goede tuchtprocesorde. Er stonden in de klacht over de goodwill ook verwijten die de accountantskamer ten onrechte niet heeft beoordeeld maar volgens het College zijn deze verwijten ongegrond. De accountant heeft voldoende controlewerkzaamheden verricht. Bij een derde klachtonderdeel krijgt de accountant deels gelijk maar blijft de gegrondverklaring toch in stand. Dit gaat over de continuïteitsveronderstelling in de geconsolideerde jaarrekening van Imtech. De accountant heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht waardoor in de toelichting van de jaarrekening een mededeling stond die onjuist en misleidend was.
De curatoren krijgen op één punt gelijk. Dit gaat over het afgeven van de goedkeurende controleverklaring. De accountantskamer heeft het verwijt hierover ten onrechte niet beoordeeld. Volgens het College is een jaarrekening in het maatschappelijk verkeer gebracht waarin mededelingen stonden waarvoor geen deugdelijke grondslag bestond en die misleidend waren. De accountant had dit moeten voorkomen. Dit verwijt is alsnog gegrond.
Het College handhaaft de door de accountantskamer opgelegde maatregel van berisping, gelet op alle gegrond verklaarde klachtonderdelen. Het College rekent de accountant met name aan dat hij heeft getekend voor een toelichting van de jaarrekening 2012 van Imtech, waarin over de mogelijkheden tot voortzetting van de onderneming mededelingen zijn gedaan waarvoor geen deugdelijke grondslag bestond en die misleidend waren.
Uitspraak
uitspraak
zaaknummers: 21/250 en 21/251
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 september 2023 op de hoger beroepen van:
(gemachtigde: mr. S.A.G. Hoogeveen)
en
mr. J.G. Princen en mr. P.J. Peters (de curatoren), beiden kantoorhoudende te Rotterdam, in hun hoedanigheid van curatoren in de faillissementen van
Royal Imtech N.V. (Royal Imtech),
Imtech Capital B.V. (Imtech Capital),
Imtech Group B.V. (Imtech Group),
Imtech Benelux Group B.V. (Imtech Benelux),
Imtech Nederland B.V. (Imtech Nederland),
Imtech UK Group B.V. (Imtech UK),
Imtech BPI B.V. (Imtech BPI),
Imtech B.V.,
Imtech Automation Solutions B.V. (Imtech Automation Solutions),
Imtech Arbodienst B.V. (Imtech Arbodienst),
Imtech Deutschland B.V. (Imtech Duitsland) en
Imtech SSC B.V. (Imtech SSC),
hierna te noemen: Imtech,
(gemachtigde: mr. J.P.D. van de Klift)
tegen de uitspraak van de accountantskamer van 15 januari 2021, gegeven op een klacht, door de curatoren ingediend tegen betrokkene en [naam 2] ( [naam 2] ).
Procesverloop in hoger beroep
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de accountantskamer van 15 januari 2021, met nummers 19/1108 en 19/1109 Wtra AK (www.tuchtrecht.nl, ECLI:NL:TACAKN:2021:1). Zijn hoger beroep is geregistreerd onder zaaknummer 21/250.
De curatoren hebben eveneens hoger beroep ingesteld tegen de hiervoor genoemde uitspraak van de accountantskamer. Hun hoger beroep heeft zaaknummer 21/251.
Het hoger beroep van de curatoren was aanvankelijk ook gericht tegen het ongegrond verklaren van de klacht tegen [naam 2] , die binnen het team van betrokkene werkzaam was als ‘engagement partner’. De curatoren hebben echter alsnog in dit gedeelte van de bestreden uitspraak berust. [naam 2] , die samen met betrokkene hoger beroep had ingesteld, heeft vervolgens haar hoger beroep ingetrokken. Dat betekent dat in hoger beroep alleen het oordeel van de accountantskamer over de klacht tegen betrokkene aan de orde is.
Partijen hebben een schriftelijke reactie gegeven op elkaars hogerberoepschriften. Verder hebben zij op elkaars schriftelijke reactie gereageerd en nadere stukken ingediend.
Bij brief van 28 september 2022 heeft het College aan de curatoren meegedeeld dat de bestanden die zij langs elektronische weg aan de accountantskamer hebben gezonden, anders dan zij kennelijk hebben bedoeld, niet de volledige controledossiers over 2012 bevatten. De curatoren hebben bij brief van 11 oktober 2022 aan het College bericht dat de specifieke onderdelen uit deze dossiers waarop zij een beroep hebben gedaan ter onderbouwing van hun stellingen al als afzonderlijke bijlagen zijn overgelegd en dat zij het niet nodig vinden dat het College alsnog over de bestanden met de volledige controledossiers beschikt.
De zitting was op 29 november 2022. Aan de zitting hebben deelgenomen: betrokkene, bijgestaan door zijn gemachtigde en mr. A.E. Goossens, en van de zijde van de curatoren hun gemachtigde en mr. J.G. Princen.
Grondslag van het geschil
Voor een uitgebreide weergave van het verloop van de procedure en de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden, voor zover niet bestreden, wordt verwezen naar de inhoud van de bestreden uitspraak van de accountantskamer, die als hier ingelast wordt beschouwd. Het College volstaat met het volgende.
Betrokkene, die sinds 14 november 1984 is ingeschreven in (thans) het register van de Nederlandse Beroepsvereniging van Accountants (NBA), was ten tijde hier van belang als partner verbonden aan [naam 3] ( [naam 4] ). Betrokkene was voor de wettelijke controle van de geconsolideerde en enkelvoudige jaarrekening 2012 (jaarrekening 2012) van Royal Imtech (Imtech) de groepsaccountant en opdrachtpartner. Hij werd bijgestaan door een opdrachtteam op groepsniveau.
In 2011 en 2012 hebben Imtech en haar dochtermaatschappijen Imtech Duitsland en
Imtech Polen contracten afgesloten voor een door Imtech Polen en Imtech Duitsland te realiseren pretpark, genaamd [naam 5] ( [naam 5] ). Imtech Polen en Imtech Duitsland maakten deel uit van de divisie Imtech Duitsland & Oost-Europa, die onder leiding stond van het management van Imtech Duitsland. Deze divisie was de grootste divisie van Imtech.
Eind januari 2013 werden Imtech en [naam 4] geïnformeerd over onregelmatigheden bij Imtech Polen en begin februari 2013 over onregelmatigheden bij Imtech Duitsland. Naar
aanleiding hiervan is het opdrachtteam fors uitgebreid en versterkt, onder meer met vijf andere partners naast betrokkene en [naam 2] .
Naar aanleiding van de onderzoeken in vervolg op de vastgestelde onregelmatigheden zijn aanpassingen verwerkt in de (concept-)jaarrekening 2012 van Imtech. In totaal is ten laste van het boekjaar 2012 en de jaren daarvoor € 370 miljoen afgeboekt als gevolg van onregelmatigheden.
Op 18 juni 2013 heeft betrokkene bij de (geconsolideerde en enkelvoudige) jaarrekening 2012 van Imtech een goedkeurende controleverklaring verstrekt, met een paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden inzake de continuïteit.
Op 13 augustus 2015 is Imtech failliet verklaard. Op of kort na deze datum zijn elf dochtermaatschappijen failliet verklaard.
Uitspraak van de accountantskamer
De klacht houdt in dat betrokkene in strijd met de voor hem geldende gedrags- en beroepsregels heeft gehandeld doordat hij is tekortgeschoten in de controle van de geconsolideerde en de enkelvoudige jaarrekening 2012 van Imtech. De accountantskamer heeft binnen de klacht vier onderwerpen onderscheiden en daarbinnen een aantal klachtonderdelen. Er rekening mee houdend dat in hoger beroep alleen de aan betrokkene gerichte verwijten aan de orde zijn, luiden deze als volgt.
Onderwerp I, de controle van de cash pool tussen Imtech Duitsland en Imtech Polen, is in hoger beroep niet aan de orde. De accountantskamer heeft de klachtonderdelen a en b ongegrond verklaard. De curatoren komen daar niet tegen op. Klachtonderdeel c hebben zij bij repliek in eerste aanleg ingetrokken.
Onderwerp II, de controle van de onregelmatigheden en afboekingen bij Imtech Duitsland en bij Imtech Polen, heeft drie klachtonderdelen:
Klachtonderdeel d.
Betrokkene heeft onvoldoende controle-informatie verkregen met betrekking tot de afboeking van € 370 miljoen door Imtech en hij heeft onvoldoende rekening gehouden met het gegeven dat het snel vollopen van het bedrag van € 375 miljoen (dat in de financieringsafspraken met de kredietverstrekkers van Imtech als maximum van de te accepteren afboekingen was vastgelegd) ertoe kon leiden dat verstrekte leningen direct opeisbaar zouden worden.
Klachtonderdeel e.
Betrokkene is ten onrechte akkoord gegaan met de op 18 juli 2013 door Imtech bekendgemaakte afboeking van € 40 miljoen, waaronder € 25 miljoen op [naam 6] , en hij heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van de verwerking van de afboekingen in het boekjaar 2013.
Klachtonderdeel f.
Betrokkene heeft nagelaten om inzake het project [naam 7] ( [naam 7] -project) voldoende controlemaatregelen uit te (laten) voeren en hij heeft onvoldoende controle-informatie verkregen en in het controledossier vastgelegd in verband met het verantwoorde projectresultaat, de met het project samenhangende balansposten en de noodzakelijke afboeking.
Onderwerp III, de controle van de toekomstverwachtingen en de continuïteit van Imtech, heeft eveneens drie klachtonderdelen:
Klachtonderdeel g.
Betrokkene heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van de in de jaarrekening 2012 verantwoorde goodwill.
Klachtonderdeel h.
Betrokkene heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van de continuïteitsveronderstelling in de geconsolideerde jaarrekening van Imtech.
Klachtonderdeel i.
Betrokkene heeft onvoldoende controlewerkzaamheden verricht ten aanzien van de niet uit de balans blijkende verplichtingen van Imtech. Dit met uitzondering van de niet uit de balans blijkende verplichtingen inzake de fiscale aspecten en de risico’s inzake [naam 8] . Dit deel van het verwijt hebben de curatoren bij repliek in eerste aanleg ingetrokken.
Onderwerp IV is de rol van betrokkene in het kader van de totstandkoming van de rapportages die zijn opgesteld door advocatenkantoor [naam 9] ( [naam 9] ) en het gebruik maken van rapportages van [naam 9] in het kader van de controle. Ook dit onderwerp is in hoger beroep niet aan de orde. Klachtonderdeel j is ongegrond verklaard en die beslissing is niet bestreden.
Tot slot is er klachtonderdeel k dat het verwijt inhoudt dat betrokkene een goedkeurende accountantsverklaring in het maatschappelijk verkeer heeft gebracht waaraan een deugdelijke grondslag ontbreekt.
Bij de bestreden uitspraak heeft de accountantskamer, voor zover de klacht tegen betrokkene is gericht, de klachtonderdelen d, g en h gegrond verklaard en de klachtonderdelen a, b, e, f, i en j ongegrond verklaard. Klachtonderdeel k is buiten behandeling gelaten. De accountantskamer heeft aan betrokkene de maatregel van berisping opgelegd.
De accountantskamer vindt, kort samengevat, dat betrokkene voor een deel niet zorgvuldig heeft gehandeld bij het uitvoeren van de controle van de jaarrekening 2012 van Imtech. Op onderdelen heeft hij niet in overeenstemming met de voor hem geldende vaktechnische en overige beroepsvoorschriften gehandeld en daarmee heeft hij niet aan de voor hem relevante wet- en regelgeving voldaan. Hij heeft dan ook gehandeld in strijd met de fundamentele beginselen van deskundigheid en zorgvuldigheid en van professioneel gedrag, als bedoeld in artikel A-100.4, onder c en e, van de (destijds geldende) Verordening gedragscode (VGC). Betrokkene is ook tekortgeschoten in het vastleggen van controledocumentatie. Dit alles klemt volgens de accountantskamer te meer, omdat Imtech een beursgenoteerde onderneming was met vele aandeelhouders, obligatiehouders, andere schuldeisers en werknemers. Dit gegeven bracht voor betrokkene een bijzondere verantwoordelijkheid mee, zo meent de accountantskamer.