Home

Centrale Raad van Beroep, 20-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1725, 23/2571 APPA

Centrale Raad van Beroep, 20-11-2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1725, 23/2571 APPA

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Datum uitspraak
20 november 2025
Datum publicatie
8 december 2025
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1725
Zaaknummer
23/2571 APPA

Inhoudsindicatie

Maandelijks verrekenen van het IKB-budget met de APPA-uitkering in is niet in strijd met het vertrouwensbeginsel. Er is wel sprake van een gerechtvaardigde verwachting dat het IKB-budget op jaarlijkse basis, namelijk bij uitbetaling ervan, zou worden verrekend, maar het college is hieraan niet gebonden. Het algemeen belang van het college bij een juiste toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen moet in dit geval namelijk zwaarder wegen dan het individuele belang van appellante. Voldoende inzichtelijk gemaakt hoe de berekening van de te verrekenen neveninkomsten tot stand is gekomen.

Uitspraak

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Hoorn (college)

Datum uitspraak: 20 november 2025

Deze zaak gaat over de vraag of het maandelijks verrekenen van het IKB-budget met de APPA-uitkering in strijd is met het vertrouwensbeginsel. De Raad oordeelt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagt. Er is wel sprake van een gerechtvaardigde verwachting dat het IKB-budget op jaarlijkse basis, namelijk bij uitbetaling ervan, zou worden verrekend, maar het college is hieraan niet gebonden. Het algemeen belang van het college bij een juiste toepassing van dwingendrechtelijke bepalingen moet in dit geval namelijk zwaarder wegen dan het individuele belang van appellante. Verder oordeelt de Raad dat voldoende inzichtelijk is gemaakt hoe de berekening van de te verrekenen neveninkomsten tot stand is gekomen.

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. J. Heek beroep ingesteld tegen een besluit van het college van 12 juli 2023. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 23 oktober 2025. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. Heek. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Blanken.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.

1.1.

Appellante is tot 17 juni 2022 [naam functie] geweest bij de gemeente Hoorn. Aan appellante is met ingang van 17 juni 2022 een ontslaguitkering op grond van de APPA1 toegekend voor de duur van drie jaar en twee maanden. De administratie en uitbetaling van de uitkering wordt verzorgd door PROambt. Appellante heeft na haar aftreden als [naam functie] haar werkzaamheden voor de Belastingdienst hervat. Het college heeft appellante er op gewezen dat de inkomsten van de Belastingdienst en eventuele andere inkomsten op de uitkering in mindering zullen worden gebracht.

1.2.

Naar aanleiding van een gesprek met appellante heeft PROambt namens het college op 2 februari 2023 een uitkeringsspecificatie verstrekt van de betalingen die aan appellante zijn gedaan, onder vermelding van de openstaande saldi van teveel uitbetaalde uitkering. Daarbij heeft PROambt aangegeven dat de uitkering in maandelijkse termijnen wordt uitbetaald en dat het moment waarop de controle plaatsvindt niet op maandelijkse basis hoeft plaats te vinden. Eventuele verrekeningen moeten ambtshalve worden gedaan, aldus PROambt.

1.3.

Appellante heeft tegen de uitkeringsspecificatie bezwaar gemaakt.

1.4.

In overeenstemming met het advies van de commissie bezwaarschriften heeft het college met een besluit van 12 juli 2023 (bestreden besluit) het bezwaar van appellante ongegrond verklaard. Het college heeft bij het bestreden besluit een Excel-bestand gevoegd waarin de berekening van het te verrekenen bedrag is toegelicht.

1.5.

Appellante is het met het bestreden besluit niet eens. Wat zij hiertegen heeft aangevoerd wordt hierna besproken.

Het oordeel van de Raad

Conclusie en gevolgen

BESLISSING