Gerechtshof Amsterdam, 04-09-2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:2254, 200.093.079-01
Gerechtshof Amsterdam, 04-09-2012, ECLI:NL:GHAMS:2012:2254, 200.093.079-01
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 4 september 2012
- Datum publicatie
- 13 juli 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2012:2254
- Formele relaties
- Einduitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2015:2797
- Zaaknummer
- 200.093.079-01
Inhoudsindicatie
Verrekening huwelijkse voorwaarden. Waarde aandelen onderneming. Afstorten pensioenverplichting.
Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
MEERVOUDIGE FAMILIEKAMER
BESCHIKKING van 4 september 2012 in de zaak met zaaknummer 200.093.079/01 van:
[...],
wonende te [...],
APPELLANT in principaal hoger beroep,
GEÏNTIMEERDE in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. A.F.G. Bergmans-Jeurissen te Maastricht,
t e g e n
[...],
wonende te [...],
GEÏNTIMEERDE in principaal hoger beroep,
APPELLANTE in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. H.E. Brokers-van Dijk te Vleuten.
1 Het geding in hoger beroep
Appellant in principaal hoger beroep tevens geïntimeerde in incidenteel hoger beroep en geïntimeerde in principaal hoger beroep tevens appellante in incidenteel hoger beroep worden hierna respectievelijk de man en de vrouw genoemd.
De man is op 25 augustus 2011 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 31 mei 2011 van de rechtbank Haarlem, met kenmerk 162609/09-3495.
De vrouw heeft op 28 november 2011 een verweerschrift ingediend en heeft daarbij incidenteel hoger beroep ingesteld.
De man heeft op 18 januari 2012 een verweerschrift in het hoger beroep van de vrouw ingediend.
De man heeft op 7 maart 2012 nadere stukken ingediend.
De vrouw heeft op 9 en op 19 maart 2012 nadere stukken ingediend.
De zaak is op 21 maart 2012 ter terechtzitting behandeld, alwaar zijn verschenen:
- -
-
de man bijgestaan door zijn advocaat;
- -
-
de vrouw bijgestaan door haar advocaat.
2 De feiten
Partijen zijn [in] 1988 in gemeenschap van goederen gehuwd. Hun huwelijk is op 14 juli 2010 ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 30 maart 2010 in de registers van de burgerlijke stand.
3 Het geschil in hoger beroep
Bij de bestreden beschikking is de verdeling vastgesteld van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap.
De man verzoekt in principaal hoger beroep, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre:
ten aanzien van het spaarloon :
- -
-
te beslissen dat hij te dien aanzien aan de vrouw is verschuldigd een bedrag van € 561,48;
- -
-
de vrouw te veroordelen om hem op grond van onverschuldigde betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de som van € 664,52, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 1 augustus 2011, althans ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van de afkoopsom van de Fortis kapitaalverzekering :
- -
-
aan hem toe te scheiden het deel van de afkoopsom dat correspondeert met de helft van de schoolkosten 2008-2009, welke helft € 14.946,37 althans € 13.735,- bedraagt, en de vrouw te veroordelen dat bedrag aan hem te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
- -
-
aan hem toe te scheiden de helft van € 7.931,- zijnde € 3.965,50, en de vrouw te veroordelen dit bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan hem te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van de waarde van de lijfrenteovereenkomst :
- -
-
A: voor recht te verklaren dat de goodwillvergoeding door, c.q. de afwikkeling van de rekening-courant met [de maatschap] een bestanddeel is van de ontbonden huwelijksgemeenschap van partijen, en dat de van [de maatschap] in dat kader ontvangen betalingen niet op een bijzondere wijze aan de vrouw zijn verknocht en ook overigens niet buiten de verdeling van de ontbonden gemeenschap vallen;
- -
-
B: een onafhankelijk registeraccountant, niet werkzaam binnen Noord-Holland of Brabant, te benoemen die als deskundige volledige toegang krijgt tot de administratie van de vrouw en haar vennootschappen, en die als zodanig voor rekening van de vrouw onderzoekt welke bedragen [de maatschap] terzake goodwill aan de vrouw heeft betaald, en welke redelijke kosten van rechtsbijstand de vrouw ter verkrijging van die betalingen heeft gemaakt;
- -
-
C: de helft van het saldo van de sub B. bedoelde twee bedragen aan hem toe te scheiden en de vrouw te veroordelen dat bedrag aan hem te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van de waarde van de aandelen in [B.V.1] :
- -
-
primair: een onafhankelijk registeraccountant, niet werkzaam binnen Noord-Holland of Brabant, te benoemen die als deskundige volledige toegang krijgt tot de administratie van de vrouw en haar vennootschappen, en die als zodanig voor rekening van beide partijen, ieder voor de helft, de waarde van de aandelen taxeert per 16 juni 2010 en per 30 april 2009, en om de vrouw te veroordelen om aan hem tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de helft van die waarde nadat die waarde eerst is verminderd met de reeds in de verdeling betrokken waarde ad € 160.000,-;
- -
-
subsidiair: de vrouw te veroordelen aan hem te betalen tegen behoorlijk bewijs van kwijting de som van € 30.707,-;
ten aanzien van de op de balans getroffen voorziening voor verhuiskosten :
- voor recht te verklaren dat deze voorziening hooguit voor € 2.500,- in aanmerking wordt genomen, zodat de waarde van de aandelen met € 7.500,- dient te worden gecorrigeerd en de vrouw wordt veroordeeld als gevolg daarvan aan hem te vergoeden € 3.750,-;
ten aanzien van de opbrengst van de aandelen in en de lening terzake [vastgoed b.v.]:
- de waarde van deze goederen op juiste wijze te verdisconteren in de waarde van de aandelen van [B.V.1];
ten aanzien van de opbouw van het rekening-courantsaldo [B.V.1] per 30 april 2009 :
- -
-
de terzake de lijfrenteovereenkomst en de waarde van de aandelen van [B.V.1] te benoemen registeraccountant opdracht te geven voor rekening van de vrouw tevens de opbouw van dit saldo te onderzoeken en over de juistheid daarvan het hof te adviseren, en te beslissen tot welk bedrag dat saldo per 30 april 2009 in de verdeling moet worden betrokken;
- -
-
en voorts, ingeval dat bedrag alsdan lager is dan € 68.724,-, de vrouw te veroordelen om aan hem te betalen de helft van het verschilbedrag tussen € 68.724,- en het alsdan nieuw vastgestelde saldo per 30 april 2009, dit laatste afhankelijk van de beslissing op grief II dan ook nog te verminderen met de helft van de schoolkosten 2008-2009;
ten aanzien van de inboedelgoederen :
- aan hem toe te scheiden de door hem gewenste inboedelgoederen, althans een deel van de inboedel tot de helft van de totale inboedelgoederenwaarde, met veroordeling van de vrouw om hem die alsdan aan hem toegescheiden goederen in goede staat ter hand te stellen binnen twee weken na datum betekening van de te dezen te geven beschikking, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag of dagdeel dat de vrouw in gebreke blijft met voldoening aan die veroordeling;
ten aanzien van de pensioenopbouw in eigen beheer bij Interpolis en op de balans :
- de vrouw te veroordelen om binnen tien dagen na betekening van de te geven beschikking in het geding te brengen een voor haar rekening gemaakte berekening van Akkermans & Partners van de in eigen beheer opgebouwde pensioenreserves per 14 juli 2010, en haar tevens te veroordelen om binnen 1 maand na betekening de te geven eindbeschikking het door het hof in goede justitie te bepalen aandeel daarin van hem af te storten bij een externe, door hem te kiezen verzekeraar, elk van deze handelingen op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- per dag of dagdeel dat de vrouw in gebreke blijft met voldoening aan die veroordeling;
ten aanzien van de vordering wegens [K/B] :
- deze vordering af te wijzen als rechtens ongegrond en/of onbewezen, en de vrouw te veroordelen hem € 2.437,87 terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 1 augustus 2011 althans ingaande heden tot de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van de vermeende belastingteruggave van € 4.151,32 :
- deze vordering van de vrouw af te wijzen als rechtens ongegrond en/of onbewezen, en de vrouw te veroordelen aan hem terug te betalen € 4.151,32, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 1 augustus 2011 althans ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van de in de toekomst (beweerdelijk) te verwachten belastingaanslag van de vrouw over 2008-2010 :
- deze vordering van de vrouw af te wijzen als rechtens ongegrond en/of onbewezen, met veroordeling van de vrouw tot terugbetaling aan hem van € 22.529,90, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 1 augustus 2011 althans ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van de correctieposten € 632,-, € 373,54 en € 2.452,-:
- deze vorderingen van de vrouw af te wijzen als rechtens ongegrond en / of onbewezen, met veroordeling van de vrouw tot terugbetaling aan hem van € 3.457,54, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 1 augustus 2011 althans ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
ten aanzien van de (vermeende) kortlopende schulden ad € 12.115,57 :
- -
-
deze vordering van de vrouw af te wijzen als rechtens ongegrond en / of onbewezen, met veroordeling van de vrouw tot terugbetaling aan hem van € 6.057,79, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande 1 augustus 2011 althans ingaande 25 augustus 2011 tot de dag der algehele voldoening;
- -
-
althans op al deze onderdelen op zodanige wijze te beslissen als het hof juist zal achten;
- -
-
de vrouw te veroordelen in de kosten van beide instanties.
De vrouw verzoekt in principaal hoger beroep:
I. het verzoek van de man om de bestreden beschikking te vernietigen, af te wijzen, behalve voor zover het betreft grief XIII van de man terzake het dubbel gerekende spaarloon en grief X terzake de schuld [K/B];
II. het verzoek van de man terzake de pensioenopbouw bij Interpolis en in eigen beheer af te wijzen;
III. te verstaan dat de man geen mededelingen zal doen aan [de maatschap] over vermeende overtredingen van het non-concurrentiebeding door haar c.q. Arara.
In incidenteel hoger beroep verzoekt de vrouw, met vernietiging van de bestreden beschikking in zoverre:
ten aanzien van de waarde van de certificaten in [B.V.1]:
- te bepalen dat de waarde van de certificaten bedraagt € 47.639,- en om de man te veroordelen om aan haar tegen bewijs van kwijting te betalen het verschil tussen het door hem op basis van de bestreden beschikking reeds ontvangen bedrag van € 80.000,- en € 23.818,50, ofwel een bedrag van € 56.180,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011, althans met ingang van 28 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
ten aanzien van de afrekening van de door haar betaalde kosten terzake echtelijke woning:
- te bepalen dat de man aan haar dient te voldoen bedragen van respectievelijk € 296,-, € 432,96 en € 103,95,
ten aanzien van het door de man opgebouwde vakantiegeld en 13e maand:
- te bepalen dat de man aan haar dient te voldoen € 928,74 (vakantiegeld) en € 322,48 (13e maand),
ten aanzien van de correctieposten :
de man te veroordelen om aan haar te voldoen € 5.000,- (in plaats van € 2.500,-) en € 500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011, althans met ingang van 28 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
ten aanzien van de Ford Mondeo :
de man te veroordelen om aan haar te voldoen € 2.875,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2011, althans met ingang van 28 november 2011 tot aan de dag der algehele voldoening.
De man verzoekt in incidenteel hoger beroep de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans deze af te wijzen, althans een zodanige beslissing te nemen als het hof juist zal achten.