Home

Gerechtshof Amsterdam, 11-07-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2767, 200.137.535/02 OK

Gerechtshof Amsterdam, 11-07-2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2767, 200.137.535/02 OK

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11 juli 2014
Datum publicatie
23 juli 2015
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2014:2767
Zaaknummer
200.137.535/02 OK
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 2 [Tekst geldig vanaf 01-01-2025 tot 15-11-2025] art. 349a

Inhoudsindicatie

OK; Enquete; ontheffingsverzoek tijdelijk bestuurder en en beheerder van aandelen; bevel tot overleggen administratie vennootschap op straffe van dwangsom; uitlaten partijen stellen bankgarantie ten behoeve van tijdelijk bestuurder en beheerder van aandelen.

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer : 200.137.535/02 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 11 juli 2014

inzake:

[verzoeker] ,

wonende te [....] ,

VERZOEKER,

advocaten: mrs. F.M. Peters en M.D. Hazenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM I B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM II B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM III B.V.,

allen gevestigd te Hilversum,

VERWEERSTERS,

advocaten (voorheen, maar thans teruggetrokken): mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,

thans niet verschenen,

e n t e g e n

1 [Belanghebbende sub 1] ,

wonend te [....] ,

2. [Belanghebbende sub 2],

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,

3 [Belanghebbende sub 3] ,

wonende te [....] ,

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. J.A. Meijer en K. ter Hart, kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen en andere personen zullen hierna als volgt worden aangeduid:

-

verzoeker als [verzoeker] ;

-

verweersters 1 tot en met 4 ieder afzonderlijk als respectievelijk Leaderland TTM, Leaderland I, Leaderland II en Leaderland III en gezamenlijk als Leaderland c.s.;

-

belanghebbende 1 als [Belanghebbende sub 1] ;

-

belanghebbende 2 als [Belanghebbende sub 2] ;

-

belanghebbende 3 als [Belanghebbende sub 3] ;

-

B. van Haaren-Van Duijn als Van Haaren of de bestuurder;

-

E. Hammerstein met Hammerstein of de beheerder;

1.2

Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikking van 18 maart 2014. In deze beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, heeft de Ondernemingskamer onder andere:

- een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. over de periode vanaf 1 oktober 2012;

- Mr. F.D. Stibbe te Amsterdam en drs. N. van der Noll te Oosthuizen benoemd tot onderzoekers;

- het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 80.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

- bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Leaderland c.s., en dat zij voor de betaling daarvan ten genoege van de onderzoekers voor de aanvang van hun werkzaamheden zekerheid dienen te stellen;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding [Belanghebbende sub 2] geschorst als bestuurder van Leaderland c.s.;

- bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding Van Haaren, benoemd tot bestuurder van Leaderland c.s. en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Leaderland c.s. te vertegenwoordigen;

- bepaald dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Leaderland c.s. en dat Leaderland c.s. voor de betaling daarvan ten genoege van de bestuurder zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

- bepaald vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen die [Belanghebbende sub 1] , [Belanghebbende sub 3] en [verzoeker] houden in Leaderland c.s. met ingang van 18 maart 2014 ten titel van beheer zijn overgedragen aan Hammerstein;

- bepaald dat het salaris en de kosten van deze beheerder van aandelen ten laste komen van Leaderland c.s. en dat Leaderland c.s. voor de betaling daarvan ten genoege van de beheerder zekerheid dienen te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden.

1.3

Mr. E. Soerjatin, advocaat te Amsterdam, heeft namens Van Haaren bij op 20 juni 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht Van Haaren uit de functie van tijdelijk bestuurder van Leaderland te ontheffen.

1.4

Bij e-mailbericht van 24 juni 2014 heeft Hammerstein verzocht hem uit de functie van tijdelijk beheerder van de aandelen te ontheffen.

1.5

[Belanghebbende sub 3] heeft bij op 24 juni 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift, “tevens houdende zelfstandig verzoek ex art. 2:345 BW en (voorwaardelijk) tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen” de Ondernemingskamer verzocht Van Haaren van haar taak als bestuurder te ontheffen en een andere bestuurder, bij voorkeur [Belanghebbende sub 2] te benoemen, Hammerstein van zijn taak als beheerder te ontheffen en een andere beheerder te benoemen, met veroordeling van Van Haaren en Hammerstein, zo begrijpt de Ondernemingskamer, in de kosten van het geding. Gelet op het zojuist – gedeeltelijk – aangehaalde opschrift alsmede het slot van het verweerschrift, was het kennelijk de bedoeling geweest om tevens een zelfstandig verzoek tot het bevelen van een onderzoek te doen. Noch de stelling dat zich gegronde redenen hebben voorgedaan om aan een juist beleid of een juiste gang van zaken te twijfelen noch een duidelijk daarop gebaseerd verzoek valt in het verweerschrift te lezen.

1.6

[Belanghebbende sub 1] heeft bij op 24 juni 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift/verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer het verzoek tot ontheffing van Van Haaren en Hammerstein uit hun tijdelijke functies ondersteund en daarbij tevens zelfstandig verzocht dat zij uit hun taken worden ontheven en dat de schorsing van [Belanghebbende sub 2] als bestuurder ongedaan wordt gemaakt.

1.7

[verzoeker] heeft bij op 24 juni 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift/verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht - zakelijk weergegeven – bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad:

  1. het door de onderzoeker te verrichten onderzoek nader te bepalen zoals omschreven in het verweerschrift/verzoekschrift;

  2. het verzoek van Van Haaren en Hammerstein voor onbepaalde tijd aan te houden, althans [verzoeker] als tijdelijk bestuurder aan te stellen, al dan niet tezamen met Van Haaren en te verstaan dat het tijdelijk bestuur van Leaderland c.s. het tot zijn taak mag rekenen in rechte op te treden in Nederland en elders, ten einde het vermogen van Leaderland c.s. te herstellen;

  3. [Belanghebbende sub 1] te bevelen om zekerheid te stellen ten behoeve van de betaling van de onderzoekers en de tijdelijke bestuurder en beheerder, versterkt met een dwangsom;

  4. [Belanghebbende sub 1] te bevelen aan Leaderland c.s. de administratie van Leaderland c.s. aan Leaderland c.s. te verschaffen, versterkt met een dwangsom;

  5. [Belanghebbende sub 1] te verbieden om de komende 12 maanden aansprakelijkheidstellingen uit te brengen tegen de tijdelijk bestuurder en beheerder, een en ander zoals nader beschreven in het verweerschrift, versterkt met een dwangsom;

  6. elke andere maatregel te nemen die de Ondernemingskamer geraden acht ten aanzien van het bestuur en het aandeelhouderschap in het kapitaal van Leaderland c.s.;

  7. [Belanghebbende sub 1] te verwijzen in de kosten van het geding.

1.8

[Belanghebbende sub 3] heeft bij op 25 juni 2014 per e-mailbericht ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen “akte rectificatie tevens verweerschrift” zijn verweerschrift tevens houdende een zelfstandig verzoek in die zin aangevuld dat het petitum na rectificatie luidt dat [Belanghebbende sub 3] de Ondernemingskamer verzoekt een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. over de periode van 18 maart 2014 tot 25 juni 2014. Voorts heeft hij verzocht de verzoeken van [verzoeker] af te wijzen.

1.9

De onderzoekers hebben bij e-mailbericht van 25 juni 2014 de Ondernemingskamer laten weten dat zij geen aanvang hebben gemaakt met het onderzoek omdat geen zekerheid voor betaling van de onderzoekskosten is gesteld en voorts dat zij de verdere ontwikkelingen afwachten.

1.10

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 juni 2014. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, mr. Kamstra en zijn kantoorgenoot mr. I.S. Oosterhoff aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen overgelegde – aantekeningen. Voorts is het volgende aan de orde geweest:

- mr. Soerjatin heeft een op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartijen gezonden raming van de kosten van het onderzoek en de kosten van Van Haaren en Hammerstein voor de periode 26 juni 20154 tot en met 31 oktober 2014 overgelegd (zie hierna);

- Van Haaren heeft een nadere toelichting gegeven op de achtergronden van haar verzoek en over de werkzaamheden die zij tot dan toe heeft verricht. Hammerstein heeft zich bij deze toelichting aangesloten. Beiden hebben zich bereid verklaard hun werkzaamheden als bestuurder respectievelijk beheerder voor te zetten onder de voorwaarden zoals neergelegd in een ter terechtzitting overgelegde productie (zie hierna);

- [Belanghebbende sub 1] heeft zich niet bereid verklaard een bijdrage te leveren aan (het voorschot op) de financiering van het onderzoek en van de tijdelijk bestuurder en beheerder;

- Mr. Kamstra en mr. Oosterhoff hebben toegezegd dat zij alle dossiers waarin zij of kantoorgenoten namens Leaderland c.s. (of een van deze vennootschappen) optreden of hebben opgetreden zo spoedig mogelijk zullen doen toekomen aan Van Haaren. Deze toezegging betreft (i) complete dossiers, dus niet alleen de processtukken maar tevens alle overige stukken, waaronder de cliëntinformatie en correspondentie, en (ii) in ieder geval dossiers in de volgende procedures:

- twee procedures die in België aanhangig zijn tussen [verzoeker] en Leaderland c.s. tot het opheffen van beslagen,

- een arbeidsrechtelijke procedure tussen [verzoeker] en Leaderland c.s.,

- een door Leaderland TTM gestarte procedure tegen [verzoeker] tot schadevergoeding;

- Mrs. Kamstra en Oosterhoff hebben verklaard dat hun kantoor niet optreedt in en dat zij dus niet over het dossier beschikken van een procedure in Rusland die door [verzoeker] is gestart tegen Leaderland TTM en Soyuz Corporation in verband met de geldigheid van een koopovereenkomst met betrekking tot de verkoop van de aandelen van Soyuz TTM (zie de beschikking van de Ondernemingskamer van 18 maart 2014 onder 2.10);

- [verzoeker] heeft zijn bereidheid € 80.000 ter beschikking te stellen voor het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Leaderland c.s. gehandhaafd onder de voorwaarde dat Van Haaren en Hammerstein in functie blijven;

- alle partijen hebben zich welwillend getoond om lopende procedures waarin Leaderland c.s. is betrokken tijdelijk te bevriezen en eventueel nieuw te starten procedures na aanbrengen aan te houden; over de termijn is men het echter niet eens geworden;

- partijen hebben overige vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2 Feiten

3 De gronden van de beslissing

4 De beslissing