Gerechtshof Amsterdam, 23-01-2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:494, 14/00140, 14/00141
Gerechtshof Amsterdam, 23-01-2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:494, 14/00140, 14/00141
Gegevens
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 23 januari 2015
- Datum publicatie
- 25 februari 2015
- ECLI
- ECLI:NL:GHAMS:2015:494
- Zaaknummer
- 14/00140, 14/00141
Inhoudsindicatie
compromis WOZ waarde blijft in stand, geen dwaling, dwang, bedrog of misbruik van omstandigheden
Uitspraak
kenmerk 14/00140 en 14/00141
23 januari 2015
uitspraak van de zesde enkelvoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[X], te [Z], belanghebbende,
tegen de uitspraak in de zaken met kenmerk AWB 13/3762 en 13/3764 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van de Gemeente Amsterdam Dienst Belastingen,
de heffingsambtenaar.
1 Ontstaan en loop van het geding
De heffingsambtenaar heeft bij de navolgende beschikkingen krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) van 29 februari 2012 en van 30 juni 2012 de waarden van de volgende onroerende zaken te [Z] naar de waardepeildatum 1 januari 2011 voor het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 als volgt vastgesteld:
[Astraat 1] € 148.000
[Astraat 2] € 148.000
[Astraat 3] € 148.000
[Astraat 4]€ 107.500 (bedrijfspand)
[Astraat 5]€ 148.000
[Astraat 6] € 148.000
[Astraat 7] € 148.000
In dezelfde beschikkingen zijn ook de aanslagen onroerende-zaakbelasting 2012 bekendgemaakt.
De heffingsambtenaar heeft bij uitspraken op bezwaar van 3 juni 2013 en van 30 mei 2013 de bij beschikkingen vastgestelde waarden verminderd als volgt:
[Astraat 1] € 145.000
[Astraat 2] € 145.000
[Astraat 3] € 145.000
[Astraat 4] € 107.500 (bedrijfspand)
[Astraat 5] € 145.000
[Astraat 6] € 145.000
[Astraat 7] € 145.000
De aanslagen zijn overeenkomstig verminderd.
Belanghebbende heeft vervolgens beroep ingesteld tegen voornoemde uitspraken op bezwaar.
Bij uitspraak van 21 januari 2014 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep gegrond verklaard, de uitspraken op bezwaar vernietigd, de vastgestelde waarden van de zes woningen verminderd tot ieder € 143.500 en de aanslagen onroerende-zaakbelasting van de woningen tot aanslagen berekend naar die waarden en de vastgestelde waarden van het bedrijfspand verminderd tot € 105.000 en de aanslagen onroerende-zaakbelasting van het bedrijfspand tot een aanslag berekend naar die waarde.
Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 3 maart 2014. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Op 8 mei en 10 december 2014 zijn nadere stukken ontvangen van de heffingsambtenaar. Deze zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.
Op 13 mei 2014, 10 juni 2014, 28 oktober 2014 en 5 december 2014 zijn nadere stukken ontvangen van belanghebbende. Deze zijn in afschrift verstrekt aan de wederpartij.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2014. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.
2 Feiten
Belanghebbende heeft voor het jaar 2010 (kenmerk: 12/00705, 12/00706 en 12/00707) betreffende de waardering van de onderhavige onroerende zaken eveneens hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Op 26 maart 2014 is in deze procedure ter zitting een compromis bereikt tussen belanghebbende en de heffingsambtenaar over het onderhavige geschil.
Het proces-verbaal van de zitting met kenmerk van 26 maart 2014 houdt het volgende in:
“[Het] voorlopig oordeel [van het Hof] gehoord hebbende, heeft de heffingsambtenaar een compromisvoorstel aan belanghebbende gedaan. Partijen zijn hierna tot overeenstemming gekomen, welk compromis mede betrekking heeft op jaren die in de onderhavige procedure niet in geding zijn, namelijk de belastingjaren 2011 en 2012. Over deze jaren zijn eveneens hogerberoepsprocedures aanhangig bij het Hof. Belanghebbende heeft verklaard dat hij deze beroepen schriftelijk zal intrekken. De heffingsambtenaar heeft toegezegd dat hij de in die procedures door belanghebbende betaalde griffierechten zal vergoeden.”
3 Geschil in hoger beroep
Bij het Hof is in de eerste plaats in geschil of op 26 maart 2014 een rechtsgeldig compromis tot stand is gekomen met betrekking tot de onderhavige procedure. Indien deze vraag, zoals belanghebbende verdedigt, ontkennend moet worden beantwoord is vervolgens in geschil of de waarden van de woningen en het bedrijfspand op te hoge bedragen zijn vastgesteld.